Propere diesels, bestaan ze?

Kort antwoord: 

Nee, propere diesels bestaan (nog) niet.

Of beter: wel in laboratoria, maar niet in de echte wereld.

Europa legt om de paar jaar strengere uitstoot-normen op aan autobouwers. In september 2014 is de Euro-6 norm ingegaan. Nieuwe auto-modellen wordt in een laboratorium in Italië getest. Als ze de norm niet halen, mogen ze niet verkocht worden.

Nu blijkt dat diesels in dagelijks gebruik nog net zoveel vervuilen als 15 jaar geleden, ondanks die labo-testen. Omdat de testcycli niet lijken op echt rijgedrag, omdat diesel-katalysatoren en herverbranders juist bij echt rijgedrag het slechtst werken en omdat autobouwers hun auto’s - met boordcomputers - hebben geleerd een test te herkennen - en te vervalsen.

Wetenschappers werken al sinds 2011 aan nieuwe testen, die de vervuiling op de weg in plaats van in een labo meten. Maar voor die testen verplicht worden, moet Europa deze tests eerst goedkeuren. Autobouwers en sommige lidstaten - zoals België - proberen dit zo lang mogelijk tegen te houden.

Bron: Directorate General Environment van de Europese Commissie

Lang antwoord: 

Lokaal verkeer is verantwoordelijk voor 69% van overschrijdingen van luchtkwaliteitsnormen.

Hoe is dat mogelijk, als alle nieuwe auto’s "propere" motoren hebben?

Uiteraard omdat vracht- en personenverkeer jaarlijks toenemen.

Maar vooral omdat de strenge Euro-normen waar nieuwe auto’s aan moeten voldoen, niet werken voor diesels.

De EU verstrengt iedere paar jaar de uitstootnormen voor nieuwe auto’s en vrachtwagens. Dit wil zeggen dat nieuwe automodellen maar op de markt mogen komen als ze slagen voor een aantal strenge laboratorium testen.

Wetenschappers hadden voorspeld dat hierdoor de globale vervuiling door auto’s zou afnemen, zelfs bij stijgend autogebruik. Spijtig genoeg gebeurt dit niet. De reden hiervoor wordt in onderstaand beeld goed duidelijk gemaakt: de labo-testen voor diesel geven niet de echte vervuiling bij dagelijks gebruik weer.

De rode wolk toont de vervuiling die auto’s uitstoten in het laboratorium. De grijze wolk toont de vervuiling van die wagens in het dagelijks gebruik, op straat, op de snelweg, in de stad.

Hier zijn drie verklaringen voor:

  1. Dieselmotoren werken anders dan benzinemotoren. Er worden hogere temperaturen bereikt en er wordt meer lucht aangezogen en weer uitgestoten. Bij diesel komen ook veel meer NOx deeltjes - vervuilers bij uitstek - vrij. Een driewegskatalysator zoals bij benzine, werkt dus niet. Herverbranders, die vervuilde uitlaatgassen weer door de motor jagen, werken vooral goed bij lage toeren en worden uitgezet als de motor veel kracht moet leveren.
  2. De testcyclus in de labo-test is bovendien veel te braaf - te kort en rustig - en meet de krachtstoten bij diesels in het echte verkeer niet - zoals bij optrekken of inhalen. Bijvoorbeeld: om uitstoot bij optrekken te meten, meet men een versnelling van 0 naar 50 km/uur in 40 seconden.
  3. Autobouwers hebben de testcyclus ingebouwd in de boordcomputers van hun auto’s. Zodra die auto zo’n cyclus herkent, zet hij alles in op zo laag mogelijke uitstoot. Wat meteen betekent dat de autobouwer zich niet zo hoeft in te spannen om buiten de testcyclus een betere uitstoot te behalen. Deze "cycle-beating" is nog niet strafbaar.

Sinds 2011 zijn de labo's de testen aan het aanpassen. Ze zullen in de toekomst niet meer in een labo worden uitgevoerd, maar testauto's krijgen een draagbaar labo mee, terwijl ze een aantal parcours moeten afleggen op echte wegen. Deze nieuwe manier van testen zal pas ten vroegste in 2017 volledig ingevoerd zijn. Autobouwers en sommige lidstaten proberen dit bovendien af te remmen.

Bron: Directorate General Environment van de Europese Commissie

Meer info:

 

 

Tags: 

nog onderzoek