Juridisch: Raad Van State verzoekschrift

Drie burgers, stRaten-generaal en Ademloos zijn samen naar de rechtbank gestapt om te vragen het plan-MER derde Scheldekruising te schrappen - en zo het BAM-tracé tegen te houden. Het volledige verzoekschrift telt meer dan 200 pagina’s.

Hier legt één van de juristen de gebruikte argumenten uit op een hoorzitting voor het Vlaams parlement. Hieronder leest u een korte samenvatting.

Middel 1

De wijziging van de initiële bijzondere richtlijn met betrekking tot de ‘gezondheidsperimeters’, door middel van aanvullende bijzondere richtlijnen, steunt niet op draagkrachtige motieven en/of wordt kennelijk niet ingegeven vanuit de zorg voor een systematische en wetenschappelijk verantwoorde analyse en evaluatie van de milieueffecten.

De wijziging werden doorgevoerd in strijd met de decretaal vereiste transparantie en openbaarheid en schenden het zorgvuldigheids- en vertrouwensbeginsel.

Middel 2

Het plan en de redelijke alternatieven werden in het plan-MER niet op gelijke of gelijkwaardige wijze onderzocht, nu het meest performante scenario van het alternatief ‘Meccano’, met name de versie in combinatie met de exploitatievariant ‘gedifferentieerde tol’ niet kwantitatief onderzocht werd, daar waar dit meest performante scenario bij het voorgenomen plan ‘Oosterweelverbinding’ (eveneens de combinatie met ‘gedifferentieerde tol’) wel kwantitatief onderzocht werd. Op deze wijze werd een correcte doorwerking van het plan-MER en een correcte besluitvorming onmogelijk gemaakt.

Het plan-MER Oosterweelverbinding is op kennelijk onzorgvuldige en onredelijke wijze tot stand gekomen. Er is geen sprake van een correcte wetenschappelijke analyse die voldoet aan de essentiële kenmerken van een plan-MER.

Middel 3

Het referentiescenario voorzien in het plan-MER is niet correct – De infrastructuur op de linker Scheldeoever werd in het plan-MER niet op correcte wijze onderzocht.

Middel 4

1. Het plan-MER schendt de bijzondere en aanvullende bijzondere richtlijnen opgelegd door de administratie, doordat de insleuving van de E17 ter hoogte van Zwijndrecht/Burcht niet onderzocht werd als onderdeel van het alternatief ‘Meccano’.

2. Dit gebrek heeft geleid tot een onjuiste en intern tegenstrijdige behandeling in het plan-MER van het alternatief ‘Meccano’. De in het plan-MER geboden motieven voor het niet in rekening  brengen van de insleuving van de E17 bij ‘Meccano’ zijn niet draagkrachtig, nu deze niet relevant zijn in het licht van de doelstellingen van een plan-MER en vermits de beweerdelijk gehanteerde criteria niet op gelijke wijze gehanteerd werden voor de verschillende alternatieven.

3. Het plan en de redelijke alternatieven werden in het plan-MER niet op gelijke of gelijkwaardige wijze onderzocht, nu bij de verschillende alternatieven niet op gelijke wijze beslist werd of bepaalde infrastructuurwerken onderzocht zouden worden als deel van een bepaald alternatief, als uitvoeringsvariant of als bijkomende infrastructurele maatregel of dat deze infrastructuurwerken niet onderzocht zouden worden. Gelijke infrastructuurwerken werden niet op gelijke wijze in rekening gebracht bij de verschillende alternatieven. Hiervoor werden geen draagkrachtige motieven geboden. Een hieromtrent ingediend bezwaar werd niet beantwoord.

Het plan-MER Oosterweelverbinding is op kennelijk onzorgvuldige en onredelijke wijze tot stand gekomen. Er is geen sprake van een correcte wetenschappelijke analyse die voldoet aan de essentiële kenmerken van een plan-MER.

Middel 5

Een regelmatig openbaar onderzoek met betrekking tot het goedgekeurde plan-MER Oosterweelverbinding ontbreekt.

Het publiek heeft zich niet over het plan-MER Oosterweelverbinding kunnen uitspreken vóór de vaststelling of onderwerping aan de wetgevingsprocedure van het plan.

Middel 6

Het plan-MER Oosterweelverbinding is niet in overeenstemming met de bijzondere en aanvullende bijzondere richtlijnen opgelegd door de administratie, onder meer wat betreft de reikwijdte, het detailleringsniveau en de inhoudelijke aanpak van het plan-MER.

Het plan-MER Oosterweelverbinding is op kennelijk onzorgvuldige en onredelijke wijze tot stand gekomen.

Middel 7

Door bij de alternatievenkeuze de prioriteit te leggen, niet bij de resultaten van het plan-MER, maar wel bij een aantal eigen doelstellingen uit het Masterplan 2020, wordt in de besluitvorming na opmaak van het plan-MER geen evenwaardige plaats gegeven aan het milieubelang en de veiligheid en gezondheid van de mens.

In de disciplines lucht, geluid, mens-gezondheid en fauna en flora werd in de besluitvorming van de Vlaamse Regering geen keuze gemaakt op basis van een vergelijking tussen de alternatieven op basis van de resultaten van het plan-MER.

De deelrapporten lucht, geluid en mens-gezondheid van het plan-MER werden niet op een correcte wijze weergegeven in de besluitvorming van de Vlaamse Regering.

Er moet worden vastgesteld dat de Vlaamse Regering zodanig selectief elementen uit deze deelrapporten heeft overgenomen en essentiële elementen (negatief voor Oosterweelverbinding) verzwegen heeft, dat er geen sprake kan zijn van een correcte doorwerking van het plan-MER in de besluitvorming omtrent de uiteindelijke alternatievenkeuze.

Middel 8

Het team van MER-deskundigen dat het plan-MER heeft opgemaakt bestaat integraal uit deskundigen die rechtstreeks of onrechtstreeks hebben meegewerkt aan de opmaak van het plan ‘Oosterweelverbinding’ en dus niet kunnen beschouwd worden als onafhankelijk en onpartijdig. Ook de MER-coördinator blijkt niet onafhankelijk.

Middel 9

1. In strijd met de bevoegdheidsregels heeft de Vlaamse Regering haar bevoegdheid tot het beoordelen en beantwoorden van de resultaten van het openbaar onderzoek naar het ontwerp van gewestelijk RUP en naar het uitgevoerde plan-MER, gedelegeerd aan de NV BAM, aan de dienst MER en aan de MER-deskundigen.

Minstens werd de beoordeling en beantwoording van de resultaten van het openbaar onderzoek in strijd met de aangehaalde bepalingen voorbereid door de NV BAM, de dienst MER en de MER-deskundigen en/of hebben deze instanties deelgenomen aan de beraadslaging van de Vlaamse Regering.

Minstens, indien het loutere adviesverlening betrof, is deze adviesverlening niet op onpartijdige en onafhankelijke wijze tot stand gekomen.

2. De afschaffing van het verplichte advies van VLACORO omtrent de resultaten van het openbaar onderzoek leidt tot een schending van het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel, nu aan de bezwaarindiener een waarborg ontnomen wordt op een onpartijdig en onafhankelijk advies omtrent zijn bezwaar, daar waar deze bijkomende advisering vanuit het maatschappelijk middenveld omtrent de bezwaren wel blijft gelden op het provinciaal en gemeentelijk planningsniveau (via het advies van respectievelijk PROCORO en GECORO).

Middel 10

De voorschriften van het GRUP Oosterweelverbinding-wijziging ter bescherming van de omgevingskwaliteit zijn strijdig met het rechtszekerheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel.

Middel 11

Het ontwerp GRUP Oosterweelverbinding-wijziging is vervallen op 12 maart 2015 en kon bijgevolg op 20 maart 2015 niet meer vastgesteld worden.

nog onderzoek