“Ik ben meer stadsmens dan ik zou willen”

kade rechteroever

Ze is van over ’t water, maar dat komt amper ter sprake als je met Natali Broods (39) door Antwerpen wandelt. Antwerpen is de stad waar ze woont, werkt, leeft. Af en toe droomt ze van het platteland of een zonnige zuiderse stad, maar ze kan hier niet vertrekken. “Ik wil vrij zijn”, zegt ze. “Hier kan dat.” Natali Broods en Antwerpen. Twaalf jaar geleden kwamen ze elkaar letterlijk tegen op een filmset. Tom Barman had haar gecast voor Anyway the wind blows, zijn film waarin de stad een hoofdrol speelt.

Thuis op het werk

De herinnering aan toen tovert meteen een genereuze Natali Broods-glimlach op haar gezicht. “Het was een heerlijke tijd”, vertelt ze. “Het was een mooie zomer, ik kon met de fiets gaan werken en we begonnen altijd wat later te draaien. Niet om een uur of zes, zeven, wat gebruikelijk is, maar om negen uur. Dat was zo fijn. Zelfs als ik een dag niet moest draaien, zocht ik op waar ze bezig waren en sprong ik op de fiets om te gaan kijken. Als ik de titelsong hoor, krijg ik nog altijd een warm gevoel vanbinnen.”

 

“Ik voel me heel erg aangetrokken tot de architectuur van de Expowijk. We hebben er onlangs een huis kunnen kopen van de eerste bewoners”

 

Eén Antwerps gebouw in het bijzonder heeft haar hart gestolen. “Ik ben opgegroeid in Zwijndrecht”, vertelt ze. “Geregeld ging ik met mijn moeder en mijn zus met de trein naar Antwerpen, en eens boven de grond gingen mijn zus en ik klaarzitten om naar de spinnenkop te kijken. Dat vonden we altijd heel leuk.” Ze heeft het over het gebouw dat aan het Wezenberg-zwembad plakt en waar nu een Colmar-restaurant in ondergebracht is. “Voor mij is het een van de mooiste gebouwen van Antwerpen. Wat een gek ding is het eigenlijk, dat gebouw met poten.”

Nog niet zo lang geleden vonden Natali Broods en haar gezinnetje een thuis op een steenworp afstand van haar spinnenkop. “Ik voel me heel erg aangetrokken tot de architectuur van de Expowijk”, vertelt ze. “We hebben onlangs een huis van 1958 kunnen kopen van de eerste bewoners. Het is goed bewaard in zijn oorspronkelijke staat. Het staat op het Kiel, ergens anders was het waarschijnlijk veel duurder geweest. Hier konden we het wel betalen en we zijn er superblij mee.”



Na een appartement op de Italiëlei – “Ik heb nog foto’s van de afbraak van de brug!” – had de volgende stap nochtans ook ‘den buiten’ kunnen zijn, in plaats van het Kiel. “De plannen waren al vrij concreet, maar ik heb er een schrik van gepakt”, biecht ze op. “Ik kon het niet. Ik wilde niet elke dag de auto nemen om ergens te geraken. Ik wil op de fiets kunnen stappen, ik wil onder de mensen zijn, ik wil koffie kunnen gaan drinken als ik er zin in heb, ik wil vrij zijn. Ik vond het erg want ik wilde zo graag naar het groen, maar het ging niet. Blijkbaar ben ik meer een stadsmens dan ik wil.”

“Ik kom soms ook in de verleiding om op een zonnige plek in het zuiden te gaan wonen. Mijn vriend is helemaal niet honkvast en zegt dan: ‘Goed, laten we vertrekken.’ Maar wat zou ik daar gaan doen? Ik heb mijn taal nodig om mijn werk te kunnen doen, en ik ben misschien niet zo gehecht aan een plaats, maar wel aan de mensen die hier wonen, mijn vrienden en mijn familie. Op het Kiel ben ik gelukkig. Iets buiten de stad, iets rustiger, maar toch ook dicht bij alles.” De beslissing om in Antwerpen te blijven, was ook een beslissing die van haar eenjarige tweeling stadsmussen zal maken.

“Het is ook fijn om op te groeien in een dorp”, zegt Natali daarover. “Ik bracht mijn kindertijd door in Zwijndrecht, wat eigenlijk vis noch vlees is, geen stad maar ook niet echt het platteland. Maar ’s avonds speelden we bij de buren tot het donker werd en we hadden een tuin en het Vlietbos om in te ravotten. Dat is anders dan in de stad, maar hier hebben we het ook niet slecht. De enige reden waarom we uiteindelijk écht getwijfeld hebben, is het fijn stof. Schandalig dat daar niks tegen gebeurt. De mensen die deze stad leiden, zouden er meer respect voor moeten tonen en er iets aan doen. Het is onhoudbaar. Dus, mensen die verkozen zijn: komaan, doe er iets aan!”

Ver weg

De opstekende wind waait ons naar de laatste plek waar we samen naartoe trekken: het Middelheimmuseum. “Hier kom ik vaak wandelen, ook met de kinderen. Even uitwaaien. Het is een eind, maar soms vertrek ik aan de achterkant van park Den Brandt, en steek zo via het Nachtegalenpark door naar het Middelheimpark. Dan ben ik best ver weg zonder dat ik de auto heb moeten nemen.”

Citta 02-05-2015

Het volledige artikel kan u lezen in
Citta – Bijlage bij Gazet van Antwerpen 02-05-2015 pag. 13-19

Tags: