De Lijn moet bewijzen dat ze beter is dan de privésector

kade rechteroever

Als De Lijn als bevoorrechte speler op de Vlaamse markt wil blijven, dan zal ze in 2020 moeten bewijzen dat ze de vergelijking met private spelers kan doorstaan. Dat heeft de Vlaamse regering zo beslist.

De regering verwijst daarvoor naar een Europese verordening. Die stelt dat een regering de keuze heeft: ofwel stelt ze de markt van het openbaar vervoer open voor private spelers, ofwel kiest ze om in zee te gaan met een interne operator.

De Vlaamse regering koos bij het afsluiten van het beheerscontract met De Lijn voor optie 2, maar stelt – na aandringen van regeringspartij Open Vld – wel als voorwaarde dat De Lijn moet bewijzen dat ze een vergelijking met de privésector kan doorstaan. Kan De Lijn dat niet, dan kan de regering in principe kiezen om de vervoersmaatschappij af te stoten.

 

'We moeten klaar zijn tegen ten laatste eind 2019. Onze hele hervorming is een van de manieren om daarvoor te zorgen'

Roger Kesteloot, directeur-generaal De Lijn

 

“We moeten dus klaar zijn tegen ten laatste eind 2019. Onze hele hervorming is een van de manieren om daarvoor te zorgen”, legt directeur-generaal van De Lijn Roger Kesteloot uit. “We zullen worden vergeleken op vlak van kosten en efficiëntie. En na de benchmark is het aan de Vlaamse regering om een keuze te maken.”

Eén regie, één uitvoerder

Bij de vergelijking zal vooral de kostendekkingsgraad van De Lijn een grote rol spelen. Dat is de mate waarin de kosten betaald worden door de verkoop van vervoersbewijzen. Maar uit vorige benchmarks blijkt dat een vergelijking van De Lijn met andere spelers niet altijd veel oplevert. Net omdat de kostendekkingsgraad van een vervoersmaatschappij niet overal op dezelfde manier berekend wordt.

Uit de onderzoeken van PriceWaterhouseCoopers uit 2009 en 2014 blijkt dat Vlaanderen een van de weinige regio’s is waar het bus- en tramvervoer subnationaal geregeld wordt, met een Vlaamse overheid die de regie in handen houdt en geld geeft aan één uitvoerder, De Lijn dus.

In het buitenland wordt het vervoer vaak op stadsregionaal niveau gecoördineerd. En zijn er ook meerdere uitvoerders die vaak vanuit verschillende ‘bronnen’ middelen krijgen, bijvoorbeeld om scholieren of senioren een korting te geven.

Het voordeel van de Vlaamse manier van werken is een betere afstemming van tarieven en dienstregelingen. Het nadeel is wel dat alles betaald moet worden met die ene dotatie. Meteen de verklaring waarom de kostendekkingsgraad van De Lijn vrij laag is, al steeg die sinds 2014 wel van 15 naar 20 procent. 

Cathy Galle

 

De Morgen, 2017-09-04

https://www.demorgen.be/binnenland/de-lijn-moet-bewijzen-dat-ze-beter-is...

Tags: