Goede ideeën bij De Lijn, nu nog de uitvoering

kade rechteroever

Elke dag worden de files langer en verspillen we met zijn allen meer van onze zeldzame vrije tijd in de auto. En als het daar nog bij bleef. Helaas helpen we tegelijk ook onze planeet naar de verdoemenis, berokkenen we onze economie nodeloos schade en maken we onze kinderen ziek. Dat is niet min. Als de diepgravende mobiliteitsreeks in deze krant iets duidelijk maakt, dan is het wel dat trein, tram en bus cruciaal zijn om die files aan te pakken. Het goede nieuws is dat iedereen die analyse deelt: wij zijn de files. Maar te vaak is het openbaar vervoer geen goed alternatief.

 

De Lijn moet tegen 2019 kunnen wedijveren met de private sector. Dat zal niet lukken als De Lijn het veld wordt ingestuurd met de handen op de rug gebonden

 

In het nieuwe plan voor De Lijn zie ik veelbelovende zaken. Rechtstreekse, frequentere en stipte buslijnen in plaats van ellenlange spaghettilijnen. Een geïntegreerde tarievenpolitiek waarmee reizigers met één pasje makkelijk kunnen overstappen van bus op trein, of omgekeerd. Ook meer armslag voor lokale besturen juich ik toe. Zet als Gents stadsbestuur maar eens een ambitieus mobiliteitsplan in de steigers als je niets te zeggen hebt over de trams en bussen die de stad doorkruisen.

Goede ideeën dus, nu nog de uitvoering. En daar loopt het flink mis. Als de minister De Lijn op een ongezond dieet zet, is het niet uitvoerbaar. Punt. Ja, er is geld voor nieuwe bussen en trams, maar op de werkingsmiddelen om ze te laten rijden wordt jaar na jaar bespaard. Tegen het einde van deze regeerperiode moet er 61 miljoen euro af. Dat wreekt zich niet alleen in duurdere tickets en abonnementen, maar ook op de steeds hogere werkdruk voor de chauffeurs. In landelijk Vlaanderen werd bovendien duchtig geschrapt in het busaanbod.

Mensen krijgen vooralsnog geen waar voor hun geld, terwijl dat wel mogelijk is mocht ook de Vlaamse regering haar duit in het zakje doen. Maar minister Weyts denkt er niet aan om extra middelen op tafel te leggen. Geld voor dat plan komt er niet. "Het is de bedoeling dat de lokale besturen, die al lang vragen om meer te worden betrokken bij het aanbod van De Lijn, ook hun verantwoordelijkheid nemen en de middelen op de juiste plaatsen inzetten", is zijn boodschap. Of anders gezegd: trek uw plan. Resultaat? Ofwel zullen de inwoners van landelijk Vlaanderen meer betalen voor dat 'vervoer op maat', ofwel wordt dat maatwerk een afgeslankte versie van het al ondermaatse aanbod vandaag.

De redenering achter de besparingspolitiek is dat De Lijn tegen 2019 moet kunnen wedijveren met de private sector. Dat zal niet lukken als De Lijn het veld wordt ingestuurd met de handen op de rug gebonden. In tegenstelling tot de private sector en andere openbaar vervoersmaatschappijen, geniet De Lijn niet van de lastenverlagingen van de taxshift. Dit zorgt voor een concurrentienadeel van 18 miljoen euro. Jaarlijks! Met dat bedrag kun je wel meer zuurstof voorzien om het hervormingsplan uit te voeren en krijgt De Lijn een faire kans om de vergelijking met de private sector te doorstaan.

Om die 18 miljoen euro vrij te maken, volstaat een technische ingreep in de wetgeving rond arbeidsongevallen en beroepsziekten. Minister Weyts (N-VA) schreef er maanden geleden al een brief over, gericht aan de bevoegde minister Maggie De Block (Open Vld). Zijn partij zou er ook voor op tafel kunnen kloppen in de federale regering. Want er beweegt niets. Het probleem wordt niet opgelost. Ondertussen dringt de tijd. Tegen 2019 is de handicap dubbel zo groot en onoverbrugbaar. Dan rest enkel nog de liberalisering als uitweg.

Dus wat zal het zijn? Voert men het veelbelovende hervormingsplan van De Lijn uit? Of stuurt men aan op het definitieve einde van collectief vervoer als publieke dienstverlening die betaalbaar en toegankelijk is voor iedereen?

Joris Vandenbroucke, sp.a-fractieleider in het Vlaams Parlement

 

https://www.demorgen.be/opinie/goede-ideeen-bij-de-lijn-nu-nog-de-uitvoe...

Tags: