Winterellende

kade rechteroever

Als het welzijn van een maatschappij kan worden afgemeten aan haar taalgebruik, dan gaat het goed met ons land. Je kunt geen krant openslaan, geen radio luisteren, geen televisiejournaal bekijken zonder om de oren te worden geslagen met woorden als ‘fileleed', ‘verkeerschaos' en ‘sneeuwellende'. Zwaar beladen termen die bij nader inzien niet méér betekenen dan dat ons geduld op de proef wordt gesteld.

Kan het zijn dat hier mensen aan het woord zijn die alleen maar witte sneeuw hebben gezien en nog nooit zwarte?

Minstens is er sprake van taaldevaluatie. Kwantitatief én kwalitatief. Om met de eerste te beginnen: googelen op de term ‘fileleed' levert 147.000 hits op, ‘hongerellende' welgeteld 345. Toegegeven, met ‘honger ellende' oogsten we 87.400 resultaten. Maar dat is nog altijd een pak minder dan ‘fileleed' en nog véél minder dan ‘file leed': 654.000 hits.

 

 

Ook kwalitatief is er sprake van een devaluatie. Als aanschuiven in een comfortabele auto (lekker verwarmd, favoriete muziek op de achtergrond, GSM en koffiebekertje binnen handbereik) al ‘leed' veroorzaakt, dan rijst de vraag welke woorden er nog gebruikt kunnen worden om échte ellende aan te duiden. Die van verkeersslachtoffers of asielzoekers bijvoorbeeld. Tragedie? Ramp? Mega-ellende? Niets van dat alles. We gebruiken geen overtreffende trap van ‘ellende', wel eufemismen die de rauwe werkelijkheid verhullen.

In het geval van verkeersslachtoffers hebben we het over ‘ongeluk(ken)' (waarna we snel overschakelen op het fileleed dat dit oplevert voor het achteropkomende autoverkeer). In het geval van de asielzoekers schakelen we over op ‘crisis'.

Gemakkelijk excuus

Blijkbaar hebben we in ons taalgebruik een schizofrenie ontwikkeld die ons mentaal comfort verzekert. De eigen ongemakken worden uitvergroot, de miserie van anderen wordt geminimaliseerd. Het laat ons toe te concluderen dat we allemáál wel onze portie verdriet kennen en er dus geen reden is om ons schuldig of verantwoordelijk te voelen. Laat staan om de prioriteiten te verleggen, bijvoorbeeld door verkeersveiligheid te laten primeren op verkeersdoorstroming. In werkelijkheid gebeurt het tegendeel: alcohol- en snelheidscontroles worden op een laag pitje gezet en alle middelen worden ingezet om het verkeer ‘vlot' te laten verlopen.

Idem dito voor een humane opvang van daklozen en mensen die op de vlucht zijn voor oorlog, armoede, honger en/of foltering (voor wie de parallel nog niet gezien had: het kerstverhaal 2010 jaar later). Door het gebruik van het woord ‘crisis' maken we onszelf wijs dat het per definitie om een tijdelijk probleem gaat. En door de ‘neutrale nevenschikking' die onze moderne media zo eigen is, stellen we het op één lijn met de situatie van in Zaventem gestrande reizigers. Met dat verschil dat we hotelovernachtingen aanbieden in het ene geval een ‘fout signaal' vinden en in het andere een kwestie van elementaire consumentenrechten.

Daarmee zijn we dan aanbeland bij wat misschien de grond van de zaak is: de geruisloze verschuiving van de aandacht van de media, en dus ook van de politiek, van mensenrechten naar consumentenrechten.

In afwachting van de voltrekking van dat proces, halen we ze lustig door elkaar.
Kris Peeters, auteur van het boek ‘De file voorbij'
De Standaard 21-12-2010
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=CL33TISF

Tags: