Antwerps verkeer maakt te veel lawaai
Strategische geluidsbelastingkaarten voor de agglomeratie Antwerpen (SW A1 nr. 3370)
In het kader van een Europese richtlijn heeft Antwerpen in opdracht van de Vlaamse overheid geluidskaarten opgesteld voor het grondgebied van de stad Antwerpen. Vlaanderen ontwerpt een actieplan om de in kaart gebrachte geluidsoverlast aan te pakken. De stad Antwerpen stelt daarnaast zelf een actieplan op voor de aanpak van geluid op lokale wegen. Het plan is tegen eind 2010 klaar.
Al tientallen jaren worden op Europees niveau richtlijnen uitgevaardigd om lawaai te beheersen. Zo is er een richtlijn die de schadelijke effecten en hinder, veroorzaakt door omgevingslawaai van wegen, spoorwegen en luchthavens , wil inperken.
Elke nationale overheid moet hiervoor geluidsbelastingkaarten opmaken en actieplannen opstellen. Voor Vlaanderen is LNE (Departement Leefmilieu, Natuur en Energie) de bevoegde instantie. Ook voor de grote agglomeraties moeten geluidskaarten en actieplannen opgemaakt worden. De steden Antwerpen en Gent kregen daarbij inhoudelijke en financiële ondersteuning van de Vlaamse overheid.
De geluidsbelastingkaarten
De geluidsbelasting zoals die op de kaarten is aangegeven, is het resultaat van een berekening. Op basis van een aantal invoergegevens wordt met rekenmodellen een schatting gemaakt van de geluidsniveaus die in de omgeving van de geluidsbron zullen optreden. De geluidsbelasting wordt op de kaarten voorgesteld met een kleurcode. Per geluidscontour van 5dB wordt een andere kleur gebruikt, waarbij geldt: hoe roder de contour, hoe hoger de blootstelling aan geluid.
De geluidskaart hieronder is een optelling van alle geluidsniveaus voor wegverkeer, spoorwegverkeer, industrie en luchthaven in de agglomeratie Antwerpen. De cijfers geven het gemiddelde weer van het geluid gedurende een volledige dag.
Toelichting: de blauwe kleur zegt niets over het geluid, dit zijn de gebouwen, klik op de kaart om de afbeelding te vergroten


De cijfers tonen aan dat een aanzienlijk deel van de Antwerpenaars wordt blootgesteld aan hoge geluidsniveaus, in het bijzonder door het wegverkeer. Er is een beperkte impact van industrielawaai. ‘s Nachts is er meer hinder dan tijdens de dag. Het spoorverkeer is een belangrijke bron van lawaai, maar veroorzaakt minder hinder dan het wegverkeer. Er is weinig impact van het verkeer van de luchthaven, maar de inschatting heeft wel te maken met de rekenmethode.
Actieplannen
Op basis van deze geluidsbelastingkaarten heeft Vlaanderen een ontwerpactieplan opgemaakt. De stad werkt ondertussen verder aan een lokaal actieplan luchtkwaliteit en geluid dat tegen eind 2010 wordt voorgesteld.
In afwachting daarvan blijft de stad haar beleid rond een leefbare stad verder uitwerken, met name uitrol wijkcirculatieplannen, 100 km fietspad, toepassing STOP-principe enzovoort.
Meer informatie
Meer informatie is te vinden op de website van de Vlaamse overheid: http://www.lne.be/themas/hinder-en-risicos/geluidshinder/beleid/eu-richtlijn.
Omgevingslawaai in kaart gebracht
Geluidsoverlast is een belangrijke vorm van hinder: in Vlaanderen wordt 27% van de bevolking in enige mate gehinderd door geluid (bron: SLO 2008, zie artikel 'Beleving van geluidshinder in Vlaanderen').
De belangrijkste bron van geluidshinder is het verkeer. Om een objectief beeld te krijgen van de geluidsblootstelling in Vlaanderen, heeft de Vlaamse overheid geluidskaarten laten opmaken. Op die kaarten staat aangeduid aan hoeveel geluid de omwonenden van belangrijke wegen, spoorwegen en de luchthaven Brussel Airport worden blootgesteld. De kaarten geven dus objectief aan waar de grootste problemen zich voordoen. Voor die prioritaire knelpunten kunnen dan oplossingen worden overwogen.
Jeroen Lavrijsen
Europese richtlijn
Het Vlaamse beleid rond geluidshinder kadert grotendeels binnen de uitvoering van de Europese richtlijn Omgevingslawaai (2002/49/EG). Deze richtlijn, die in 2002 werd vastgesteld, heeft tot doel om in heel Europa het omgevingslawaai op een uniforme manier aan te pakken. De richtlijn viseert enkel het geluid van wegen, spoorwegen, luchthavens en belangrijke industriële activiteiten, en dus bijvoorbeeld niet de mogelijke overlast door de horeca of de buren.
In 2005 werd de richtlijn in Vlaamse wetgeving omgezet. De afdeling Lucht, Hinder, Risicobeheer, Milieu & Gezondheid van het departement LNE werd daarbij verantwoordelijk gesteld voor de uitvoering van de richtlijn, in samenwerking met een aantal andere overheidsdiensten (Agentschap Wegen en Verkeer, Departement Mobiliteit en Openbare Werken, de administraties van de betrokken steden, ...).
Principes en timing
De richtlijn wil het omgevingslawaai zo efficiënt mogelijk aanpakken door eerst de prioriteiten op een objectieve manier in beeld te brengen. Daarom wordt eerst de geluidsbelasting in de omgeving van de belangrijkste wegen, spoorwegen en luchthavens en in de grootste agglomeraties berekend en voorgesteld op geluidskaarten. Op basis van de informatie uit deze kaarten kunnen maatregelen worden overwogen om de geluidshinder te verminderen. De richtlijn voorziet hiervoor twee fases. In een eerste fase, momenteel aan de gang, moet de situatie worden bekeken op de allerdrukste locaties (zie tabel 1). In een later stadium (2012/2013) zullen ook iets minder drukke infrastructuren aan bod komen.

Tabel 1: In kaart te brengen infrastructuren
De precieze lijst van in Vlaanderen te karteren infrastructuren kan men vinden op de website http://www.lne.be/themas/hinder-en-risicos/geluidshinder/beleid/eu-richtlijn.
Rekenmodellen
De geluidsbelasting zoals die op een geluidskaart staat aangegeven, is het resultaat van een berekening. Op basis van een aantal invoergegevens, zoals de verkeersintensiteit en de omgevingskenmerken, wordt daarbij met rekenmodellen een schatting gemaakt van de geluidsniveaus die in de omgeving van de geluidsbron optreden (zie figuur 1).

Geluidsbelastingsindicatoren
Het resultaat van de berekening geeft aan hoeveel geluid je op een bepaalde plaats mag verwachten. Daarbij wordt het geluid uitgedrukt in een door Europa voorgeschreven indicator, de Lden. Die indicator stelt de geluidsblootstelling voor, gemiddeld over drie etmaalperiodes (den: day-evening-night), waarbij aan geluid tijdens de avond- en de nachtperiode een straffactor wordt toegekend (+5 dB respectievelijk + 10 dB). Daardoor wegen de avond en de nacht zwaarder door in de middeling, wat overeenkomt met de vaststelling dat geluid tijdens deze periodes sneller als hinderlijk wordt ervaren. In Europees onderzoek is aangetoond dat de Lden daarom een goede voorspeller is van de mate waarin omwonenden hinder ondervinden van geluid.
Daarnaast worden ook kaarten gemaakt waarop enkel de Lnight-indicator wordt voorgesteld. Die Lnight stelt het gemiddelde geluidsniveau tijdens de nachtperiode voor en is dus een referentie voor mogelijke slaapverstoring.
Op de geluidskaarten wordt de geluidsbelasting voorgesteld met behulp van een kleurcode (zie figuur 2). Per geluidscontour van 5 dB wordt daarbij een andere kleur gebruikt, waarbij geldt: hoe roder de contour, hoe hoger de blootstelling aan geluid.

figuur2: uittreksel uit de geluidkaart van de belangrijke wegen
Interpretatie van de geluidsniveaus
Het effect van een zelfde blootstelling aan geluid kan verschillen van persoon tot persoon. Sommige mensen blijken gevoeliger te zijn voor geluid dan anderen. De volgende algemene vuistregels kunnen wel worden gebruikt om de “gemiddelde” overlast als gevolg van een bepaalde geluidsblootstelling in te schatten.
Voor wegverkeerslawaai mag men ervan uitgaan dat maar weinig mensen gehinderd zullen worden zolang het Lden-niveau onder 50 dB blijft. Stijgt het Lden-niveau tot 60 dB, dan zal al een significant deel van de omwonenden gehinderd worden. Bij nog hogere niveaus (als Lden groter is dan 70 dB) zal de hinder in ernst toenemen en wordt ook het risico op gezondheidseffecten groter. Verstoring van de slaap komt al voor vanaf Lnight-niveaus rond 50 dB en kan een ernstig probleem worden wanneer de Lnight toeneemt tot 55 of 60 dB.
Spoorwegverkeerslawaai wordt, bij een gelijk geluidsniveau, gemiddeld als minder hinderlijk ervaren dan wegverkeerslawaai.
Luchtverkeerslawaai wordt, bij een gelijk geluidsniveau, dan weer als hinderlijker ervaren dan wegverkeerslawaai.
Nauwkeurigheid van de kaarten
Bij de opmaak van de geluidskaarten werd geprobeerd de werkelijke geluidsblootstelling zo nauwkeurig mogelijk weer te geven. Er werd daarbij gecontroleerd of de rekenmodellen de realiteit voldoende nauwkeurig benaderden. In een aantal testgebieden werden de resultaten vergeleken met de resultaten van geluidsmetingen. Die controle toonde aan dat er een goede overeenstemming bestond tussen de berekeningen en de metingen.
Over het algemeen geven de kaarten dus betrouwbare informatie over de globale blootstelling aan omgevingslawaai in Vlaanderen. Ze zijn dan ook prima geschikt als basis voor het uitwerken van een strategie om over heel Vlaanderen de geluidshinder zo objectief en efficiënt mogelijk te verminderen.
Toch moet de informatie die uit de geluidskaarten komt met enige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Een modelberekening blijft altijd een benadering van de realiteit. De geluidskaarten bevatten informatie over een heel uitgestrekt gebied. Hoewel de benadering voldoende nauwkeurig is als basis voor een globale strategie tegen de geluidshinder, kunnen er lokaal afwijkingen bestaan tussen de werkelijke situatie en de modelbenadering. De kaarten zijn dus niet zo geschikt voor het geven van gedetailleerde informatie over de geluidssituatie op lokaal niveau of om lokale interventies op te baseren. Ook al vormen de kaarten een belangrijk hulpmiddel voor de overheid om haar beleid op te baseren (zie verder), ze binden de overheid verder niet. Op informatie uit de kaarten kan dan ook in geen geval een beroep gedaan worden om aanspraak te maken op interventie van de overheid.
Goedgekeurde kaarten
De geluidskaarten voor de belangrijke wegen, spoorwegen en de luchthaven Brussels Airport (eerste fase) werden door de Vlaamse Regering op 27.03.2009 goedgekeurd.
Alle goedgekeurde kaarten kunnen worden gedownload op http://www.lne.be/themas/hinder-en-risicos/geluidshinder/beleid/eu-richtlijn/goedgekeurde-geluidskaarten.
De geluidskaarten voor de agglomeraties Antwerpen en Gent zijn nog niet beschikbaar. De opmaak van deze kaarten is een verantwoordelijkheid van de besturen van de betrokken steden.
Blootstellingscijfers
Op basis van het aantal woningen binnen de geluidscontouren werd een schatting gemaakt van het aantal personen dat wordt blootgesteld aan omgevingslawaai. Daarbij werd gekeken naar het geluidsniveau dat werd vastgesteld op de meest blootgestelde gevel van elke woning. Als nauwkeurige informatie ontbrak, werd er steeds uitgegaan van een worstcasescenario. De hier weergegeven cijfers vormen daarom een bovengrens voor de werkelijke blootstelling aan omgevingslawaai.
De blootstellingcijfers tonen aan dat een aanzienlijk deel van de Vlamingen wordt blootgesteld aan hoge geluidsniveaus, in het bijzonder vanwege het wegverkeer (zie tabel 2).

Van kaarten naar actie: prioriteiten kiezen
De geluidskaarten leveren waardevolle informatie op over de blootstelling aan omgevingslawaai in Vlaanderen. Deze informatie kan nu worden gebruikt om efficiënte maatregelen te nemen om de geluidshinder te verminderen. Die maatregelen moeten worden gebundeld in actieplannen. De richtlijn bepaalt dat de bevolking moet worden geraadpleegd over de voorgestelde actieplannen en dat met die inspraakreacties voldoende rekening moet worden gehouden.
De actieplannen moeten in de eerste plaats gericht zijn op de prioritaire problemen zoals die uit de geluidskaarten blijken. In Vlaanderen worden heel wat plaatsen blootgesteld aan omgevingslawaai. Uiteraard kunnen de actieplannen niet voor iedereen onmiddellijk een oplossing bieden. In heel wat gevallen is de situatie erg complex en bestaat er geen wonderoplossing die het probleem op korte termijn kan verhelpen.
Omdat de beschikbare budgetten niet onbeperkt zijn, betekent dat onvermijdelijk dat bepaalde hindersituaties op korte termijn zullen blijven bestaan. Met de ‘actieplanning’ kan de overheid op basis van objectieve informatie wel beslissen waar prioritair moet worden opgetreden, en op die manier het beschikbare budget zo efficiënt mogelijk besteden.
De richtlijn legt geen grenswaarden op waaraan het geluidsklimaat in de lidstaten moet voldoen. Het is aan de lidstaten zelf om na te gaan vanaf welke geluidsniveaus maatregelen wenselijk zijn. De lidstaten kiezen ook zelf welke maatregelen (verkeersplanning, ruimtelijke ordening, technische maatregelen, geluidsschermen, regelgevende of economische maatregelen of stimulansen) ze in hun actieplannen willen opnemen.
Naast acties om de bevolking te beschermen tegen hoge blootstellingen moet in de actieplannen ook de nodige aandacht gaan naar de bescherming van gebieden waar het nog relatief stil is.
Najaar 2009 zullen de actieplannen rond wegverkeerslawaai, spoorverkeerslawaai en Brussels Airport in openbaar onderzoek worden gebracht. Later zullen ook voor de agglomeraties Antwerpen en Gent actieplannen worden ontwikkeld.
Alle beschikbare actieplannen en verdere informatie over het openbaar onderzoek kunnen worden geraadpleegd op http://www.lne.be/themas/hinder-en-risicos/geluidshinder/beleid/eu-richtlijn.
Milieu en Gezondheid 19-03-2010
http://www.milieu-en-gezondheid.be/nieuwsbrief/biomonitor%2021/geluidskaarten.html
Geluidsoverlast wijdverspreid
Geluidsoverlast is wijdverspreid in Vlaanderen, dat blijkt uit een nieuw onderzoek. Het probleem is erg acuut in Antwerpen. In en om de stad hebben maar liefst 170.000 mensen te kampen met lawaaihinder, en meestal is daar weinig aan te doen.
http://www.vtm.be/nieuws/binnenland/35500
Al tientallen jaren worden op Europees niveau richtlijnen uitgevaardigd om lawaai te beheersen. Zo is er een richtlijn die de schadelijke effecten van omgevingslawaai op wegen, spoorwegen en luchthavens wil inperken.
Antwerpse Ring
De cijfers tonen aan dat een aanzienlijk deel van de Antwerpenaars wordt blootgesteld aan hoge geluidsniveaus, in het bijzonder door het wegverkeer. "In de omgeving van de Antwerpse Ring worden ruim 150.000 inwoners blootgesteld aan de geluidsoverlast van het drukke verkeer", stelt schepen van Milieu Guy Lauwers (sp.a). "Voorts is er een beperkte impact van industrielawaai. Ook het spoorverkeer is een belangrijke bron van lawaai, maar dat veroorzaakt minder hinder dan het wegverkeer en 's nachts is er meer hinder dan overdag."
"Verontrustend"
Op basis van de geluidsbelastingkaarten heeft Vlaanderen een ontwerpactieplan opgemaakt. Ook de stad werkt ondertussen verder aan een lokaal actieplan voor luchtkwaliteit en geluid. Dat wordt eind 2010 voorgesteld. "Het feit dat we bijna nergens onder de norm van de WHO van 40 dB zitten, is verontrustend. Misschien moeten we gaan nadenken over overkapping van drukke wegen", besluit Lauwers. (belga/svm)
Het Laatste Nieuws 19-03-2010
http://www.hln.be/hln/nl/957/Belgie/article/detail/1082391/2010/03/19/Antwerps-verkeer-maakt-te-veel-lawaai.dhtml






Reacties