BOOM ZKT VRIEND
- Tags:
- Nieuwsrubriek:
Een Brusselse beuk wordt de Talking Tree. Hij vertelt via Twitter en Facebook onder meer hoet het met de luchtkwaliteit gesteld is.
Een boom die praat? Het kan. Een beuk in een uitloper van het Zoniënwoud in Brussel wordt uitgerust met meetapparatuur waarvan de resultaten door speciale software in volzinnen worden gegoten. Hoe het de boom vergaat, is te volgen via diverse sociale media. Surf naar talking-tree.com
Luchtvervuiling, hoge concentraties ozon en CO2, veel lawaai en extreme temperaturen zijn nefast voor onze gezondheid, maar ook de natuur kreunt onder vervuiling en opwarming. Als bomen konden spreken, wat zouden ze dan vertellen over de impact daarvan op hun gezondheid?
Een honderdjarige beuk aan de rand van het Zoniënwoud, maar onmiskenbaar in stedelijke omgeving gelegen, werd opgetuigd met een tiental apparaten die bovenstaande waarden meten, die via software in volzinnen worden vertaald. Op basis van de veranderende parameters gaat hij twitteren over hoe hij zich voelt. U kunt het wel en wee van de talking tree volgen via YouTube, Flickr en Soundcloud en hem zelfs tot vriend maken op Facebook.
Wie is die pratende boom?
Een hoogvlieger is het niet, onze pratende beuk. 'Hij is duidelijk in minder goede conditie dan zijn buren, met minder jonge twijgen en wat meer dode takken in de kroon', vertelt Arthur De Haeck, boomdeskundige bij het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). De Haeck en zijn collega's beoordelen op verschillende plaatsen in ons land de gezondheidstoestand van bomen in bosbestanden door te kijken naar de conditie van kroon en stam. In andere Europese lidstaten gebeurt hetzelfde zodat een beeld ontstaat van de gezondheid van de Europese bossen. De beuk mag dan wel in het Terkamerenbos staan - een uitloper van het Zoniënwoud - hij is toch veeleer een stadsboom dan een echte bosboom, want hij groeit vlak naast de weg. Dat zou voor een stuk zijn minder goede conditie kunnen verklaren. 'De wortels van een boom groeien verder dan de kroon. Door de aanwezigheid van de weg verliest deze boom ongeveer driekwart van de bodem waarin hij zou kunnen wortelen.' Op een minder geschikte plaats worden bomen ook gevoeliger voor vervuiling of voor aantastingen door schimmels of insecten. 'De gezondste bomen staan nu eenmaal niet in de stad', weet De Haeck. 'De stabiliserende invloed van het bosecosysteem, waarbij verschillende organismen elkaar in evenwicht houden, ontbreekt in de stad, en dus krijgen ziekteverwekkers en plaaginsecten sneller voet aan de grond.' Al is 'onze' beuk er nu ook weer niet zo slecht aan toe. De bladsterfte blijft beperkt tot ongeveer 15 procent van de kroon en er zijn geen opvallende sporen van insectenaantastingen. Hij zal het dus zeker nog een tijdje uitzingen.

Vergrijzing
De Haeck schat dat de boom ongeveer honderd jaar oud is, een pak jonger dan de oudste beuken in het Zoniënwoud, die meer dan tweehonderd jaar oud zijn.
Het bos kampt dan ook met een vergrijzingsprobleem, een euvel waaraan volgens De Haeck ook veel boombestanden in steden lijden. 'In veel gevallen hebben steden geen idee hoe hun bomenbestand is samengesteld. Soms bestaat dat voor 80 procent uit oude bomen, zonder dat er op een doordachte manier voor verjonging wordt gezorgd. Bovendien zijn stadsbomen vaak overwegend van dezelfde soort, zodat bij ziekte of aantasting door insecten - denk aan de ravage die de mineermot onder paardenkastanjes aanricht - bijna het hele bestand is bedreigd. Het wordt toch tijd dat we daar wat zorgvuldiger mee omspringen. Nu teren we in veel gevallen op de erfenis van vorige generaties, maar wat daarna?' — DDC
EOS nr. 9
www.eosmagazine.eu





