Brussel wil schonere brandstoffen in scheepvaart

kade rechteroever

Brandstoffen voor schepen moeten schoner. Dat vindt de Europese Commissie in haar strijd tegen luchtverontreiniging. Het dagelijks bestuur van de Europese Unie i stelt voor het zwavelgehalte te verlagen.

De uitstoot van zwaveldioxide daalt dan met mogelijk 90 procent, aldus de commissie vrijdag in een verklaring. De uitstoot van fijne stofdeeltjes zou met 80 procent kunnen afnemen.

Het maximaal toelaatbare zwavelgehalte van scheepsbrandstoffen in kwetsbare gebieden als de Noordzee moet begin 2015 zijn teruggebracht van 1,5 naar 0,1 procent.

Fijnstof: verbeteren van de luchtkwaliteit in de EU

Fijnstof is een mengsel van deeltjes van verschillende grootte en verschillende samenstelling. Sommige typen fijnstof zijn schadelijker voor de gezondheid dan andere. De precieze samenstelling en herkomst van de totale hoeveelheid fijnstof is nog niet helemaal vast te stellen. Een deel is afkomstig uit natuurlijke bronnen, zoals opwaaiend stof en 'zeezout aërosol'. Een ander deel bestaat uit de verzurende emissies ammoniak, stikstofoxiden en zwaveldioxide.

De meest schadelijke emissies zijn afkomstig uit het wegverkeer. Het gaat dan bijvoorbeeld om roetdeeltjes in uitlaatgassen, en stofresten van remschijven en koppelingsplaten. Andere bronnen van fijn stof zijn uitlaatgassen van de zeescheepvaart en de binnenvaart, verbrandingsprocessen in de industrie, en houtkachels in woningen.

Fijnstof in de lucht kan leiden tot gezondheidsklachten en zelfs tot voortijdige sterfte. In Nederland speelt fijnstof jaarlijks bij ongeveer 1.700 tot 3.000 (vroegtijdige) sterfgevallen een duidelijke rol. Dit blijkt uit studies van het Nederlands Aërosol Programma, waarin RIVM, TNO, ECN en IRAS van de Universiteit Utrecht samenwerken. Te veel uitstoot van fijnstof leidt bovendien tot neerslag van verzurende stoffen (zure regen), wat slecht is voor gewassen, bossen en planten. Bovendien brengt deze luchtverontreiniging ook schade toe aan gebouwen en monumenten.

Het door mensen geproduceerde fijnstof in de Nederlandse lucht is voor tweederde deel afkomstig uit het buitenland. De rest is van Nederlandse oorsprong. Toch is Nederland een netto-exporteur van fijnstof. We 'exporteren' drie keer meer dan we 'importeren'. Uit dat oogpunt lijkt internationale samenwerking bij het aanpakken van fijnstofvervuiling een logische stap.

Milieuloket: meer informatie over fijnstof

Milieu- en Natuurplanbureau en RIVM: fijnstof nader bekeken (pdf)

 

1.Thematische Strategie Luchtkwaliteit

De afgelopen decennia heeft de Europese Unie met maatregelen op nationaal en Europees niveau de luchtverontreiniging bestreden. De maatregelen waren vooral gericht op het vaststellen van minimumeisen voor de luchtkwaliteit en de bestrijding van zure regen en ozon in de onderste luchtlagen. Ook werd uitstoot van schadelijke gassen door stookinstallaties beperkt, brandstofkwaliteit verbeterd, en werden milieubeschermingseisen ingevoerd in de vervoers- en energiesector.

Deze maatregelen hebben hun vruchten afgeworpen, maar nog niet voldoende. Daarom kwam de Europese Commissie in september 2005 in hun voorstel voor het Zesde Milieuactieprogramma (6e MAP) met een strategie voor het verbeteren van de luchtkwaliteit. Doel was:

"Het bereiken van luchtkwaliteitsniveaus die geen significante negatieve effecten en risico's voor de menselijke gezondheid en het milieu tot gevolg hebben".

Om deze doelstelling te bereiken moest de wetgeving worden gemoderniseerd (het samenvoegen van vijf rechtsinstrumenten in een nieuwe richtlijn). De wetgeving moest meer gericht zijn op de schadelijkste stoffen (zwevende deeltjes, PM2,5) en bovendien meer gefocust zijn op het leveren van inspanningen om milieukwesties in andere (beleids)programma's van de EU te integreren.

 

2.Totstandkoming van de wetgeving

De Europese Commissie, die de initiatiefnemer is voor nieuwe wetgeving, kwam direct met een ambitieus plan voor het terugdringen van de luchtverontreiniging. De belangrijkste punten daaruit waren:

- vanaf 2010 zou de maximale hoeveelheid van de lichtste fijnstof (Particulate Matter (PM) 2,5) in de lucht 25 microgram per kubieke meter mogen bedragen- voor het grovere fijnstof (PM10) zou een maximum moeten gaan gelden van 40 microgram per kubieke meter- voor het grovere fijnstof zou de dagelijkse limiet op maximaal 35 dagen per jaar overschreden mogen worden- lidstaten die wel maatregelen nemen, maar de normen toch niet halen kunnen een uitstel krijgen van maximaal drie jaar- in het algemeen zouden lidstaten tussen 2010 en 2020 een reductie moeten bereiken van 20%

Het Europees Parlement, dat medewetgever is in deze kwestie, was tevreden met het plan van de Europese Commissie, maar wilde toch een aantal aanpassingen in de wetgeving. Deze zou daardoor ambitieuzer worden, maar zou meer aandacht hebben voor specifieke situaties van lidstaten. De belangrijkste wijzigingsvoorstellen waren:

- de limiet voor het allerkleinste fijnstof zou van 25 naar 20 microgram per kubieke meter moeten gaan- de maximale hoeveelheid zwaarder fijnstof zou van 40 naar 33 microgram per kubieke meter moeten- de dagelijkse overschrijding zou op 55 dagen mogen plaatsvinden in plaats van 35- in probleemgebieden zou natuurlijke fijnstof uit de metingen weggelaten mogen worden; hierdoor zouden sommige bouwprojecten in Nederland niet hoeven worden stilgelegd- de maximale uitstel voor lidstaten zou in totaal verhoogd moeten worden van drie naar zes jaar.

De Raad van de Europese Unie volgde de aanbevelingen van het Europees Parlement op sommige punten. De strengere voorgestelde limieten werden bijvoorbeeld positief bevonden, maar de Raad stemde niet in met de aanpassingen in overschrijding van dagelijkse limieten en verlening van uitstel tot zes jaar.

In december 2007 zijn het Europees Parlement en de Raad het eens geworden over de normen voor fijnstof. De hoofdlijn is als volgt:

- De limiet voor grover fijnstof (PM10) wordt vanaf 2008 40 microgram per kubieke meter (gemiddeld over een jaar). De norm per dag wordt 50 microgram. Wel krijgen lidstaten die hun best doen de norm te halen, uitstel van drie jaar om werkelijk aan de eisen te voldoen, dus tot 2011.- Voor het grovere fijnstof mag de dagelijkse limiet op maximaal 35 dagen per jaar overschreden mogen worden.- Voor de kleinste categorie fijnstof (PM2,5) is een limiet vastgesteld van 25 microgram per kubieke meter lucht per 2015. Buiten stedelijke gebieden komt deze norm op 20 microgram te liggen. Vanaf 2020 geldt in principe overal een streefwaarde (geen harde norm) van 20 microgram voor PM2,5. Bovendien moet de concentratie PM2,5 in stedelijke gebieden in 2020 met tien procent zijn afgenomen ten opzichte van 2010.- Fijnstof afkomstig van natuurlijke bronnen (zoals zeezout) hoeft niet meegeteld te worden.
Het Europees Parlement was liever nog strenger geweest, maar EU-landen waren daartoe niet bereid.

In april 2008 keurde de EU-lidstaten uiteindelijk de nieuwe richtlijnen voor fijnstof goed. De nieuwe regels verplichten de EU-landen om vóór 2020 de kleinste deeltjes fijnstof (PM2,5) in stedelijke gebieden met gemiddeld 20 procent te verminderen in vergelijking met het niveau van 2010. In 2015 moet de concentratie fijnstof in deze gebieden lager zijn dan 20 microgram per kubieke meter. Op hun volledige grondgebied moeten de lidstaten een grenswaarde van 25 microgram per kubieke meter in acht nemen. Deze grenswaarde moet in 2015 of, indien mogelijk, al in 2010 worden bereikt.

 

3.De Nederlandse situatie

Het blijkt mogelijk om fijnstof van het type PM10 voor een deel af te vangen met roetfilters op motoren van auto's, schepen en machines. Maar een poging van oud-staatssecretaris Pieter Van Geel (milieu) om daarom in Nederland eerder dan elders in de Europese Unie roetfilters op auto's en andere motoren verplicht te stellen, werd door de Europese Commissie tegengehouden. De Nederlandse regering vocht dit aan bij het Europese Hof, maar dat oordeelde dat de beslissing van de Europese Commissie correct is.

Op 1 januari 2005 traden al regels in werking voor de luchtkwaliteit in de Europese Unie. Vanaf dat moment bleek dat Nederland niet kon voldoen aan die normen. Daarop sprak de Raad van State in een reeks uitspraken uit dat een aantal plannen voor de bouw van stadswijken, kantoren of wegen niet verder in uitvoering mocht komen.

De toenmalige staatssecretaris Van Geel moest ingrijpen. Dat deed hij op verschillende manieren. Naast het stimuleren van het gebruik van roetfilters kwam hij met plannen om het fijn stof in de lucht anders te meten. Een voorbeeld: wanneer alle verkeer door het centrum van een dorp gaat, zal daar snel te veel fijn stof in de lucht voorkomen. Leg je een rondweg aan, dan is het op de plaats van die rondweg wel vuiler, maar wordt het centrum van het dorp veel schoner. Als je dat bij elkaar op telt is iedereen beter af. Het compromis dat eind 2007 bereikt is, biedt Nederland extra tijd om aan de normen te voldoen.

 

4.Argumenten in de discussie

Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten, waarbij vrijwel altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is wikken en wegen.

Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf  Uw reactie geven.

Als het door nieuwe technieken mogelijk is om meer fijnstof op te vangen, bijvoorbeeld door roetfilters, dan moeten die direct verplicht worden gesteld
De techniek voor het plaatsen van roetfilters is volop beschikbaar. Economische redenen om die dan niet toe te passen, zouden moeten wijken voor de sterke verbetering van de volksgezondheid die daarmee bereikt kan worden.

Alle lidstaten moeten dezelfde meettechnieken hanteren bij het bepalen van fijnstofwaarden
Uit onderzoek van het Milieu- en Natuurplanbureau (Milieubalans, 2005) blijkt dat Nederland de regels voor luchtkwaliteit relatief streng interpreteert. Zo heeft de Raad van State uitgesproken dat de fijnstofnormen overal in Nederland moeten worden nageleefd, ongeacht of er mensen worden blootgesteld aan het fijnstof. In Duitsland en Oostenrijk past men de regels alleen toe op plaatsen waar mensen wonen. Een ander verschil is dat Nederland niet alleen metingen gebruikt om de luchtkwaliteit vast te stellen, maar ook gedetailleerde modelberekeningen. Hierdoor komen meer knelpunten aan het licht (bijvoorbeeld langs wegen). De meeste landen doen alleen metingen, en gebruiken geen modellen.

Nederland moet sneller maatregelen treffen tegen fijnstof dan andere lidstaten, omdat de luchtkwaliteit hier slechter is

De vervuiling is oneerlijk verdeeld. De problemen komen vooral in dichtbevolkte gebieden met veel industrie zoals Nederland, Vlaanderen, het gebied rond Londen en het Ruhrgebied in West-Duitsland voor. Daarom zouden deze gebieden eerder en sneller maatregelen moeten kunnen nemen dan andere lidstaten.

Uitstel voor lidstaten voor de invoering van de regelgeving moet minimaal worden gehouden
In Nederland sterven er per jaar tussen de 1700 en 3000 mensen vroegtijdig door de gevolgen van fijnstof. Het voorstel van het Europese Parlement om de uitstel voor de lidstaten te verhogen van drie naar zes jaar is in dat opzicht een stap in de verkeerde richting.

Het geld voor fijnstofreductie kan beter worden gebruikt voor CO2-reductie en andere milieuproblemen
Het belangrijkste milieuprobleem van deze tijd is de klimaatverandering. In maart 2007 bereikten de Europese leiders overeenstemming over nieuwe ambitieuze doelstellingen voor het terugdringen van de CO2-uitstoot.

 

EuropaNU-NL 15-07-2011
http://www.europa-nu.nl/id/vir1g1tfdrzz/nieuws/brussel_wil_schonere_brandstoffen_in?ctx=vg9pjk198axu
 

Tags: