Burgers springen in gat dat politiek laat

kade rechteroever

Lezen, die hap!
 "Dat burgers de Ringland-studie met eigen middelen financierden, is natuurlijk prachtig.
 Maar hadden die burgers hier geen recht op als return van het belastinggeld dat ze investeren in partijen/overheid?
 Bestelt de Vlaamse regering studies, dan lijkt de bedoeling niet zozeer innovatieve voorstellen ontwikkelen en er beslissingen op baseren, dan wel al genomen beslissingen legitimeren en doordrukken. Zo bleek deze week alleszins in het Uplace-dossier.
 Het hele Oosterweelproces kostte ondertussen al minstens honderden miljoenen, vooral besteed aan het krampachtig proberen uitvoeren van een plan van intussen twintig jaar oud, terwijl vernieuwende inzichten op mobiliteit en stedelijkheid van elders moesten komen ..."

Onlangs borrelde nog eens een debatje op over ons systeem van partijfinanciering via overheidsdotaties. De aanleiding was het grootschalig communicatieoffensief van de N-VA om haar nieuwe #helfiesymbool in de markt te zetten.
 

Door Dave Sinardet, professor politieke wetenschappen aan de VUB en de Université Saint-Louis Bruxelles. Zijn column verschijnt tweewekelijks op woensdag
 
De partij had daarvoor maar liefst 1,3 miljoen euro neergeteld. Aangezien de N-VA jaarlijks het tienvoudige bedrag opstrijkt, kon dat er wel af. Maar als zoveel belastinggeld naar marketingcampagnes gaat, is de partijfinanciering misschien toch wat te royaal, werd hier en daar opgemerkt.
 
Het debat was echter al begraven voor het goed en wel geboren was, want uiteraard staat geen enkele partij te springen om financieel in eigen vel te snijden. Zeker niet de concurrenten van de N-VA, die bijna allemaal de broekriem hebben moeten aanhalen. Stemmen verliezen betekent namelijk ook geld verliezen.
 
 

 
 
 
   
Toch bestaan ook inhoudelijke argumenten ter verdediging van ons systeem van partijfinanciering. Politieke partijen kunnen een belangrijke rol in de samenleving vervullen en op zijn minst in theorie draagt overheidsfinanciering ertoe bij dat ze dit onafhankelijk van andere belangen kunnen.
 
De vraag is dus vooral of de belastingbetaler waar krijgt voor zijn geld. Econoom Gert Peersman merkte in De Standaard al op dat partijen veel meer middelen aan hun studiedienst moeten besteden in plaats van aan communicatie. Klopt, maar ook dan blijft de vraag wat je met die studiedienst doet.
 
Een van de maatschappelijke functies die je van partijen kan verwachten is het detecteren van maatschappelijke noden en problemen, het zoeken naar innoverende oplossingen (bijvoorbeeld via buitenlandse voorbeelden), deze omzetten in concrete en goed bestudeerde voorstellen en plannen, het bouwen aan een draagvlak en het mobiliseren van steun in de samenleving. Uiteraard allemaal vertrekkende van de eigen ideologische uitgangspunten, maar tegelijk ook met voldoende openheid om die steeds weer aan te passen aan de realiteit.
 
Als organisaties in onze samenleving deze rol vervullen, dan zijn het in elk geval niet de partijen. Ook het klassieke middenveld van vakbonden en werkgevers lijkt niet bepaald een broedplaats voor maatschappelijke vernieuwing. Wie wel alsmaar meer aan het signalement beantwoordt, zijn burgerinitiatieven, zeker wat de mobiliteitskwestie betreft.


 
Koloniseren


 
Zo heeft het Antwerpse Ringland het hierboven geschetste proces volledig doorlopen, op bovendien relatief korte tijd. Niet alleen werd een gedetailleerd technisch plan voor de overkapping van de Antwerpse ring ontwikkeld, in lijn met Europese trends, na één maand had dit al meer draagvlak vergaard dan Oosterweel in tien jaar. Via crowdsourcing werd het vervolgens verder onderzocht door studiebureaus, die vaststelden dat het plan niet enkel op vlak van leefbaarheid maar ook van mobiliteit beter scoort dan Oosterweel.
 
Dat burgers dit met eigen middelen financierden, is natuurlijk prachtig, maar hadden ze een dergelijk resultaat niet moeten krijgen als return van het belastinggeld dat ze investeren in partijen? En in allerlei overheidsinstellingen- en administraties die partijen ook vaak koloniseren?
 
De middelen die de Vlaamse regering aan studies besteedt, lijken niet altijd bedoeld om innovatieve voorstellen te ontwikkelen of te toetsen en er beslissingen op te baseren, wel om al genomen beslissingen te legitimeren en door te drukken. Dat werd deze week toch gesuggereerd toen drie academische mobiliteitsexperts de mobiliteitsstudie waar de Vlaamse regering zich op baseerde om Uplace groen licht te geven volledig onderuit haalden.
 
 
 
 

 
 
 
   
Het hele Oosterweelproces kostte ondertussen al minstens honderden miljoenen, vooral besteed aan het krampachtig proberen uitvoeren van een plan van intussen twintig jaar oud. Door aanhoudende maatschappelijke druk werd dat plan mondjesmaat wel wat aangepast - zo werd het viaduct een tunnel - maar de basis bleef. Het zogenaamde BAM-tracé vertrekt nog altijd van visies op mobiliteit en stedelijkheid van twintig jaar geleden. Die ook toen al niet onbetwist waren. In feite is het Oosterweel-tracé een uitloper van een foute beslissing die nog enkele decennia ouder is: de aanleg van een ring dóór in plaats van rónd de stad als gevolg van het niet afwerken van de R2.


 
Uplace


 
De beslissing over Uplace is veel recenter. Toch roept ze ook herinneringen op aan de processen van suburbanisatie en stadsvlucht uit de jaren 1960 en 1970, die zich onder meer uitten in de ontwikkeling van grote winkelcentra aan de rand, ten koste van de kleinere middenstand in de stad.
 
De voorbije tien jaar ontwikkelde zich nochtans een andere visie: veel Vlaamse steden investeerden in de ontwikkeling van een kwalitatieve en leefbare publieke ruimte. Steden werden opnieuw aantrekkingspolen. Bij deze nieuwstedelijke visie sluiten projecten als Oosterweel en Uplace niet bepaald aan.
 
De vraag is waarom politieke partijen er dan zo verbeten aan vasthouden. Want dit is natuurlijk niet alleen een zaak van de huidige regering. Die volgt enkel de 'walk and don't look back’-logica die Patrick Janssens aanhield (ook alweer zo'n tien jaar geleden). Volgens econoom Paul De Grauwe is Uplace een voorbeeld van 'crony capitalism': politici en projectontwikkelaars die net iets te nauwe banden hebben. Ook de Oosterweelsaga riep al vaak speculaties op over de relaties tussen politici en bouwconsortia.
 
Of dit echt zo'n doorslaggevende rol speelt, is niet bewezen. Maar als dit klopt, vervalt meteen het belangrijkste argument dat destijds leidde tot het invoeren van overheidsdotaties aan partijen, namelijk dat dit hun onafhankelijkheid van allerlei privé-belangen garandeert.

Dave Sinardet
De Tijd 13-05-2016
http://www.tijd.be/opinie/column/Burgers_springen_in_gat_dat_politiek_laat.9632845-2337.art

Tags: