De nachten

kade rechteroever

Deze week stelde Manu Claeys zijn boek Stilstand over Oosterweel voor. De 48-jarige voorzitter van stRaten-generaal is al acht jaar bijna dag en nacht bezig met het spook van de Antwerpse mobiliteit. Hoe komt een West-Vlaming daartoe? Hoe slaagt hij erin om brood op de plank te krijgen? En hoe lang is hij van plan om het nog vol te houden?

 

"Als mijn vrouw
zegt dat ik
moet stoppen,
dan doe ik dat"

 

Manu Claeys over zijn vreemde parcours: van romanschrijver tot actievoerder... en terug?

 

 

De foto wilde hij laten maken in het Centraal Station, dat hem na aan het hart ligt. Daarna volgde een lang gesprek niet ver daarvandaan, bij hem thuis. "Mijn drie kinderen zijn trots op hun adres", zegt hij. "In Borgerhout wonen is tegenwoordig cool."

Ik ben de derde uit een gezin met zes kinderen in Knokke. Mijn grootvader en mijn vader zijn daar allebei gemeentesecretaris geweest. Onze familie telde veel ambtenaren en ik denk dat dat mij wel heeft getekend. Dienstbaar willen zijn voor de gemeenschap, zonder partijpolitiek actief te zijn.

De familie van mijn moeder was actief in de horeca. Mijn grootvader had de Mayfair aan de Kustlaan, een hotel met vier verdiepingen. In dat labyrint gingen wij vaak spelen. Een beetje zoals in de film The Shining (lacht). En een oom van me baatte het restaurant uit van de tennisclub, onze andere speeltuin. Ik heb een hele mooie jeugd gehad.

Als tiener heb ik, net als mijn broer en zussen, een studentenjob gehad in de horeca, zodat ik zelf een deel van mijn studie kon betalen. Dat is me nooit gevraagd, maar ik wist dat het welkom zou zijn in ons gezin met één inkomen en zes kinderen.

Ik heb Germaanse filologie en antropologie gestudeerd in Kortrijk en Leuven. Daarna kreeg ik een beurs om Amerikaanse literatuur te gaan studeren aan de University of Minnesota in de VS. In de zomer van 1987 ben ik getrouwd met Anne (de schrijfster Anne Provoost, red.), ook een West-Vlaamse.

 

Kiezen: Brussel of A?

Na ons verblijf in de VS hebben we getwijfeld of we in Brussel of in Antwerpen zouden gaan wonen. Het is Antwerpen geworden omdat we er allebei van droomden om te leven van onze pen en omdat Antwerpen door de aanwezigheid van veel uitgeverijen toch het literaire hart van Vlaanderen is. En een Nederlandstalige stad, bovendien.
Ik was als kind één keer in de Zoo geweest. Ik herinner me nog dat we door de Kennedytunnel reden, ik denk dat het de eerste keer was dat ik een tunnel zag. Vanaf mijn vijftiende ging ik elk jaar met een vriend bij een oom van hem in Antwerpen logeren, dan zwierven we hele dagen door de stad.
Anne en ik zijn heel bewust in het centrum gaan wonen, om geen auto nodig te hebben. We hebben er wel een, maar die komt maar om de vier weken buiten, wanneer we familie gaan bezoeken. En ooit gaat hij weg. Hier in Borgerhout zitten we goed, de sfeer houdt het midden tussen de volkse wijk 2060 en het meer mondaine Zurenborg.

 

Literaire ambities

De eerste jaren werkte ik als redacteur voor uitgeverij Kritak in Leuven. Ik schreef ook een jeugdencyclopedie en een aantal essays. In 1996 ben ik weggegaan bij Kritak om een historische roman te schrijven. De research is af, grote delen zijn geschreven, maar toen is er iets tussengekomen (lacht). Ooit komt het er nog wel van.

LEX MOOLENAAR

 

De Oosterweeljaren: grote druk op het gezin
 

Voor zijn onbezoldigde inzet voor stRaten-generaal heeft niet alleen Manu Claeys zelf, maar ook zijn gezin een zware prijs moeten betalen. Maar de steun bleef onverminderd.

De knepen van het actievoeren heb ik geleerd in het verzet van mijn buurt tegen de afbraak van het klooster in de Ploegstraat en daarna tegen de plannen van de overheid met de Kievitwijk. Daar heb ik geleerd hoe je politici en de pers kunt mobiliseren, hoe je bezwaarschriften moet indienen en hoe de overheid functioneert. Ik heb toen veel geleerd van Johan Bijttebier van Groen, hij was een echte soulmate.

In 2004 ben ik me via Borgerhoudt van Mensen gaan toeleggen op de overkapping van de Ring. En in 2005 kwam de Oosterweel boven. Nadat we de beruchte maquette hadden gezien, zijn Peter Verhaeghe en ik gaan bestuderen waar de Lange Wapper precies zou komen. In die periode schreef ik ook mijn eerste opiniestuk over de kwestie: Een brug te ver.

Ik was in 2004 lid geworden van stRaten-generaal en heb met Peter afgesproken dat we samen zouden gaan werken aan een alternatief tracé. Daar hebben we de hele zomer van 2005 in geïnvesteerd. In mijn tijd bij Kritak had ik geleerd dat je kritiek mag uiten, maar dat het daar niet mag stoppen, je moet ook zeggen hoe het dan wél moet.

 

Heel even in de politiek

In 2006 stond ik bij de lokale verkiezingen eenmalig op de lijst van Groen, maar de partij haalde maar twee zetels. Ik was er niet bij. Het grote kantelmoment, waarop ik fulltime actievoerder ben geworden, kwam in april 2007, toen het MER (milieueffectenrapport, red.) ons tracé op een werkelijk karikaturale manier afwees. Dat rapport wemelde van de fouten, wij konden onze ogen niet geloven. Toen hebben we beslist om voluit te gaan.

We wisten dat we een drukke periode tegemoet gingen, maar niet dat die zo lang zou duren. Dat we er in 2013 nog steeds mee bezig zouden zijn, droomden we zelfs in onze ergste nachtmerries niet.

 

Druk en frustratie thuis

Ons engagement heeft hier thuis voor heel wat druk en frustratie gezorgd, daar mag ik niet flauw over doen. Anne heeft de deadlines van haar romans vaak moeten opschuiven en heel wat extra lezingen moeten geven om geld voor ons gezin binnen te brengen. En onze drie kinderen zijn groot geworden met een vader die midden in de maaltijd een telefoontje kon krijgen waarna hij voor onbepaalde tijd verdween. Er moesten soms uitstappen worden geschrapt. En af en toe was er veel stress in huis.
In 2008 was de situatie zo waanzinnig geworden dat we een systeem hebben ingevoerd waarbij Anne af en toe voor een periode naar het buitenland gaat om er in een schrijvershuis rustig te kunnen werken. Dat is een goede beslissing geweest.
Ik stel het nu wel heel somber voor, maar ik moet ook zeggen dat mijn gezin me altijd onverminderd is blijven steunen. De dag dat Anne zegt dat ik moet stoppen, dan doe ik dat ook. Er zijn dagen geweest waarop het niet veel heeft gescheeld. Maar ik heb het geluk dat zij zelf ook dat engagement in zich heeft, zij was al heel jong actief via Amnesty International.

 

Schrijven in vele genres

Wat mezelf betreft: voor mij is de balans van de voorbije jaren positief om drie redenen.
Eén: mijn liefde voor taal. Mijn werk voor stRaten-generaal hield in dat ik elke dag kon schrijven in een heel uitgebreid palet van genres: pamfletten, persberichten, opiniestukken, essays, bezwaarschriften... In mijn boek komen al die genres bijeen. Ik ben er heel trots op.

De tweede reden is mijn passie voor het encyclopedische, die ik altijd al heb gehad. Ik wil altijd ten gronde gaan, en ook dat is mij voor Oosterweel heel goed van pas gekomen.

'De derde reden is mijn interesse voor stadsontwikkeling en mobiliteit. Die was ook meegenomen.

LM

 

De volgende jaren: een leven zonder stress?
 

Bestaat er een leven zonder Oosterweel? Manu Claeys hoopt van wel, al heeft hij zijn twijfels. Maar als het bestaat, dan wil hij eindelijk werk maken van een oude droom.

In 1996 heb ik in een interview voor een tijdschrift gezegd dat ik mijn toekomst zag als romanschrijver. Daar is niets van terechtgekomen. Ik moet dus oppassen wat ik nu zeg.

Ik hoop dat mijn nieuwe boek een kantelmoment wordt. De voorbije jaren heb ik constant in de waan van de dag geleefd. Ik wil weer romans en andere boeken gaan schrijven, méér zijn dan de man van Oosterweel.

Mijn eerste project wordt er een over democratie, een boek waarin het woord Oosterweel en de naam Kris Peeters niet voorkomen. De democratie heeft me altijd gefascineerd. Hoe kun je verschillende sociale lagen met elkaar verbinden, hoe moet je omgaan met diversiteit?

Veel politici denken dat ze zich één keer in de zoveel jaren tijdens verkiezingen moeten laten legitimeren en dat ze voor de rest hun gang kunnen gaan. Maar voor mij moeten ze zichzelf elke dag legitimeren. De roep om medezeggenschap van de bevolking neemt toe. Kijk naar de kritiek van Rik Torfs, naar Jean-Luc Dehaene die zich afvraagt of de parlementaire democratie nog wel van deze tijd is... Dat wil ik in kaart brengen.

Schuldig verzuim

Daarnaast blijft de Oosterweel zich natuurlijk ook verder uitrollen. Dat kunnen wij niet loslaten, dat zou voor mij neerkomen op schuldig verzuim. Maar ik hoop toch dat er vanaf nu meer tijd en energie vrijkomt voor andere dingen, zoals reizen, schrijven en lezingen geven over mijn ervaringen en die van andere actievoerders. En op termijn wil ik eindelijk werk maken van een heel oud plan voor een grote roman.

Ik hoop dat het me lukt. Maar gisteravond bijvoorbeeld zijn Peter en ik samen nog vijf uur met Oosterweel bezig geweest. De stress begint aan ons te vreten. Mijn vrouw Anne zegt soms dat het bijna onmenselijk is. We moeten echt op alles letten. Eén fout in een tekst en we kunnen worden gepakt door de juridische adviseurs van de BAM. Eén onoplettendheid bij het waken over de goede bestuursbehandeling van ons alternatief en we worden gerold.

Wat wij willen, is komen tot de best mogelijke oplossing voor de Antwerpenaren. Maar zo zien de tegenpartijen het nog altijd niet. Het wantrouwen is erg groot. Zij beschouwen ons als de vijand, die ze klein proberen te krijgen in een uitputtingsslag. Dat moet zo snel mogelijk stoppen. Anders blijven we rondjes draaien en krijgt deze mooie stad nooit wat ze verdient: een goed mobiliteitsplan.

LM

Het volledige artikel kan u lezen in Gazet van Antwerpen 30-03-2013 pag. 26 en 51 

Tags: