De verbazende gelijkenissen tussen auto's en financiële producten

kade rechteroever

De autosector heeft de kluit jarenlang bedrogen. Een bedrijf wordt er nu als boosdoener uitgepikt, maar Volkswagen is gewoon diegene die er zich allicht het ergst aan bezondigd heeft. De rest wast dan wel de handen in onschuld, maar velen onder hen knijpen nu de billen dicht en hopen dat hun handigheidjes om te slagen in de milieutests niet al te breed in de media uitgesmeerd worden. De parallellen met de financiële sector zijn frappant.


Koen Schoors professor economie aan UGent - foto Frank Toussaint


We spreken in beide gevallen van een erg nuttig product dat van cruciaal belang is voor de maatschappij, namelijk mobiliteit en financiële diensten. Mobiliteit en financiële diensten zijn zo essentieel voor onze maatschappij dat de boel allicht in elkaar valt als ze plots helemaal wegvallen. Maar in beide gevallen gaat het ook over producten die, naast de onmiskenbare nuttige eigenschappen, ook kosten veroorzaken aan derde partijen. In het geval van financiële producten gaat het dan vooral om het risico van systemische instabiliteit. In het geval van auto’s gaat het wereldwijd om honderdduizenden verkeersdoden per jaar waarbij dikwijls zwakkere weggebruikers onder de slachtoffers zijn en natuurlijk om allerlei vormen van luchtverontreiniging met alle gevolgen van dien, zoals een uitermate slechte luchtkwaliteit in Vlaamse steden, met meer ademhalingsproblemen, aandoeningen als bronchitis en astma en meer kankergevallen tot gevolg.
 
Het is net omdat er effecten zijn op derden dat de marktuitkomst bij dergelijke producten en diensten niet noodzakelijk maatschappelijk wenselijk is. Vervuilende auto’s en financiële producten worden meer geproduceerd en gekocht dan maatschappelijk wenselijk is omdat de in de transactie betrokken partijen geen rekening houden met mogelijke negatieve effecten op anderen. Dat is net de reden waarom zowel de financiële sector als de autosector zo sterk gereguleerd en gesuperviseerd worden. Aan beide producten worden veiligheidsbuffers opgelegd om de individuele consument beter te beschermen. Ze worden beiden aan stresstests onderworpen voor ze op de markt mogen komen.

 


Helaas gebruiken beide sectoren hun toptechnologie en innovatief vermogen niet alleen om hun producten en diensten te verbeteren, maar al te dikwijls ook om op ingenieuze wijze de opgelegde regels te ontwijken ter verhoging van de kortetermijnwinst en dus de bonus van de manager. Wisten die technici en managers van Volkswagen dan niet dat het ooit zou uitkomen en dat het onethisch was? Wisten de quants en de managers van de banken dan niet dat het allicht een keer ging ontploffen? De bewijzen zijn er dat een aantal onder hen zich dit zeker realiseerden, maar dat de stimulansen en de bedrijfscultuur in hun organisatie van die aard waren dat hun aberrante gedrag werd vergoelijkt en zelf gestimuleerd, tot de boel ontplofte.
 
En nu het fout gaat, zijn ook de reacties vergelijkbaar. De autosector stelt zoveel mensen tewerk dat overal stemmen opgaan om ze vooral niet al te hard aan te pakken. We willen immers al die banen liever niet wegjagen. En als het echt helemaal fout dreigt te gaan zullen de autobedrijven allicht op een of andere manier van overheidssteun kunnen genieten. Het is immers geen toeval dat president Obama in zijn reactie op de financiële crisis niet alleen de banken maar ook General Motors and Chrysler een reddingspakket toeschoof. Want als de autobedrijven verdwijnen, verdwijnen ook alle toeleveranciers en de toeleveranciers van de toeleveranciers. Denk maar aan de enorme impact die het verdwijnen van Ford Genk had op de tewerkstelling in Limburg. De impact van een eventueel faillissement is door deze spillover-effecten maatschappelijk bijna niet te dragen.
 
Blijkbaar bestaat de technologie wel degelijk om voor de testen eerlijk te slagen, maar dat zou al gauw 300 euro per wagen extra kosten. En wat dan nog. In 2014 verkocht Volkswagen meer dan 10 miljoen wagens. Dat leverde een winst op van meer dan 12,5 miljard euro. Als ze alle wagens hadden uitgerust met de duurdere technologie, dat zou dat een bijkomende kostprijs hebben betekend van 3 miljard euro, dus een winst van 9,5 miljard en terzelfdertijd een veel beter milieu. Het kon dus perfect, de kern van het probleem heet winstbejag. We kunnen slechts hopen dat de boetes minstens deze 3 miljard ruimschoots overstijgen, want bedrijven die te groot zijn om omver te vallen verstaan alleen de taal van het eigenbelang.

Bron: De Tijd 04-11-2015
http://www.tijd.be/opinie/column/De_verbazende_gelijkenissen_tussen_auto_s_en_financiele_producten.9695112-2337.art

Tags: