Een debat over stad en rand
Het dossier Oosterweel illustreert hoe actiegroepen fundamenteel op een dossier kunnen wegen, Ademloos en stRaten-generaal hebben het thema niet alleen in Antwerpen maar in heel Vlaanderen op de agenda gezet. Dat zegt politicoloog Dave Sinardet (Universiteit Antwerpen).
"Eén van de grootste problemen in het dossier Oosterweel was het gebrek aan inspraak en participatie. De les moet dan ook zijn dat er bij het begin van het proces waarachtige participatie moet worden georganiseerd. Nu was die er niet." Dat zegt politicoloog Dave Sinardet (Universiteit Antwerpen), die het debat over Oosterweel op de voet volgde.
"De volksraadpleging was een middel om de participatie vooralsnog af te dwingen. Het publieke debat over verschillende tracés is niet bij het begin van het proces gevoerd, maar in de aanloop naar en onder druk van het referendum. Het zou veel logischer zijn geweest om dat publieke debat te voeren en de inspraak te organiseren toen de beslissingen nog niet waren genomen en de procedures niet zo ver waren gevorderd."
"In andere gemeenten waren referendums veelal politieke instrumenten in de lokale machtsstrijd en kwam het initiatief vaak van de oppositie in de gemeenteraad. Het Antwerpse referendum kwam er onder druk van twee actiegroepen, van beneden naar boven. Dat maakt het, zeker in zijn stedelijke context, ook vrij indrukwekkend."
"Een kantelmoment was de opkomst van Ademloos, omdat die groep een ideale combinatie met Straten Generaal vormde. Op basis van inhoudelijk wat twijfelachtige argumenten zoals de toename van de hoeveelheid fijn stof, slaagde Ademloos erin om het verzet te doen oplaaien. Fijn stof is niet het echte probleem, maar bij de aanleg van zo'n wegeninfrastructuur spelen gezondheidsargumenten zeker een rol."
"Aan de ene kant was er de soms nogal populistische en in sterke marketing verpakte aanpak van Ademloos. Wim van Hees, de voorman van Ademloos, is niet voor niks een topper in de reclamewereld geweest. De affiche met de liggende kathedraal die de situatie in Merksem moest illustreren, spreekt tot de verbeelding. Ook het inspelen op de Antwerpse stadsidentiteit en het zich afzetten tegen Brussel legden de actievoerders geen windeieren.
Aan de andere kant was er de groep van stRaten-generaal, die iets minder in de kijker liep en minder sterk was in massacommunicatie maar wel over een gedegen dossierkennis beschikte waardoor ze door een aantal experts, journalisten en andere observatoren ten minste ernstig werd genomen. Die dossierkennis sloot perfect aan bij de wat meer volksmennende, emotionele werkwijze van Ademloos. Het is wel jammer dat de Antwerpse stadsontwikkeling, toch één van de cruciale elementen in het debat, zo weinig aan bod kwam."
"Dit dossier illustreert hoe actiegroepen fundamenteel op een dossier kunnen wegen. De actiegroepen hebben het thema niet alleen in Antwerpen maar in heel Vlaanderen op de agenda gezet. Er werd over gedebatteerd en politieke partijen werden verplicht een standpunt in te nemen. Sommige partijen schaarden zich zelfs in het kamp van de actievoerders.
Ook inhoudelijk hebben de actiegroepen gewogen. Het studieconcern Arup/Sum heeft zijn alternatief tracé grotendeels op het voorstel van stRaten-generaal gebaseerd. Zeker tot 18 oktober 2009, de dag van het referendum, hebben de twee groepen zwaar op het debat gewogen."

"In de buurten van Merksem en Antwerpen waar de meeste hinder te verwachten is, woont niet bepaald de participatie-elite. In andere wijken zou het protest al veel vroeger vorm gekregen hebben.
Denk aan de paar boompjes die ze enkele jaren geleden wilden rooien voor de aanleg van de Leopold de Waelplaats aan het Museum voor Schone Kunsten in de Antwerpse wijk het Zuid. Daar was het verzet onmiddellijk georganiseerd. Dat het verzet niet in de buurten rond het te bouwen viaduct ontstaat, toont aan dat hier geen sprake is van het nimby-syndroom "Not in My Backyard". De actievoerders wonen niet in de buurt waar de hinder wordt verwacht."
LEGITIEM REFEREMDUM
"Oosterweel is een voorbeeld van gesloten besluitvorming, eerst politiek en dan technocratisch. Voor de uitvoering van het gigantische project zette de Vlaamse overheid een privaatpubliekelijke samenwerking op. Zo'n constructie begint dan een eigen leven te leiden. Het is toch bizar dat een instrument zoals de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM), die de Vlaamse regering vertegenwoordigt, in de aanloop naar het referendum als een betrokken partij campagne begon te voeren, terwijl er in de schoot van die regering geen consensus over Oosterweel meer bestond. De politiek moet toch opletten dat ze haar prerogatieven niet uit handen geeft."
"De discussie over het nut van een volksraadpleging in dit soort dossiers is partijpolitiek vervuild. De verliezers van het referendum zijn na afloop nog sceptischer geworden en betwistten het resultaat door het instrument zelf af te vallen. Vraag is of ze dat ook zouden gedaan hebben, als het resultaat beter in hun kraam had gepast. Omgekeerd waren er ook politici voor wie het resultaat gelegen kwam en die de volksraadpleging toejuichten, terwijl die zich nooit eerder als principiële voorstanders ervan hadden laten kennen. Het werkte dus in twee richtingen."
"Het referendum over Oosterweel is van een heel andere orde dan, bijvoorbeeld, het referendum over de aanleg van een ondergrondse parkeerruimte aan het Belfort in Gent. De complexiteit van het dossier is groot en niet iedereen die zijn stem uitbracht, had alle finesses ervan onder de knie. Maar dat geldt ook voor de representatieve democratie. Wie kent bij gewone verkiezingen de partijprogramma's, die bovendien veel ingewikkelder zijn dan één infrastructuurproject? En toch stellen we gewone verkiezingen niet ter discussie. Overigens beheersten veel politici ook niet alle details van het dossier Oosterweel, of pas na lange tijd."
"Dat het referendum met een opkomst van maar 35 procent niet legitiem was, is een zwak argument. Dan verliest het Europees parlement zijn legitimiteit en is de Amerikaanse president niet democratisch verkozen. De gemiddelde opkomst bij de vorige dertien volksraadplegingen in Vlaamse gemeenten, lag zelfs iets lager dan in Antwerpen. Het is een adviserend en dus niet bindend referendum, hoewel veel politici vooraf hadden verklaard dat ze rekening zouden houden met de uitslag.
Het is niet de bedoeling dat in de besluitvorming uitsluitend met het referendum rekening wordt gehouden. Maar het is wel een belangrijk element. Er helemaal geen rekening mee houden, zou merkwaardig zijn. Op één enkele uitzondering na - de bouw van een bibliotheek in het Antwerpse Boechout - is de uitslag van alle in Vlaanderen gehouden referendums gerespecteerd."
STADSGEWEST
"Wat de kern van de zaak betreft, gaat het gevoerde debat terug op de decenniaoude discussie over de plannen voor de Grote Ring rond Antwerpen, die er door het protest in de randgemeenten nooit is gekomen.
Als de Oosterweelverbinding er niet komt, duikt het spook van de Grote Ring dus weer op. In die zin is het ook een debat over de rol van de stad en de rand, waarbij de centrale vraag is of vandaag een stad nog kan worden belast met een centraal gelegen autosnelweg waarover dagelijks meer dan 200.000 auto's rijden. De ringweg zou ook verder van de stad kunnen worden aangelegd."
"In die zin ben ik het niet eens met de mensen die vonden dat niet alleen Antwerpenaars maar ook bewoners van de randgemeenten, de provincie of zelfs heel Vlaanderen mee hadden moeten kunnen stemmen. Het gaat toch over een Vlaams verkeersprobleem, was hun argument. Dat klopt. Niemand twijfelt eraan dat we moeten ingrijpen in de mobiliteit rond Antwerpen.
De vraag is hoe er wordt ingegrepen en wat de gevolgen daarvan zijn voor de stad. Dan lijkt het me logisch dat de belanghebbenden, de Antwerpenaars, om hun mening wordt gevraagd. Een inwoner van een randgemeente wil terecht dat zijn mobiliteitsprobleem wordt opgelost. Wat de consequenties zijn voor de stadsontwikkeling in Antwerpen, zal hem minder bezighouden. Als het maar snel gaat."
"En als bestuurders van Antwerpse randgemeenten echt inspraak in dit dossier willen, dan wil dat zeggen dat ze zich als een deel van de Antwerpse sociaaleconomische agglomeratie beschouwen. Terecht, zo blijkt uit tal van studies. Maar dan moeten ze de lijn doortrekken en de oprichting van een stadsgewest aanvaarden. En dat willen die randgemeenten dan ook weer niet."
Peter Renard
Ruimte 5
Vereniging voor Ruimte en Planning
April 2010
www.ruimte-magazine.be
- Tags:
- Nieuwsrubriek:
meer nieuws
meer opinies
- 1
- 2
- 3
- 4
- volgende ›
- laatste »




