Een gezamenlijk scheppingsverhaal
Wat ik uit mijn onderzoek heb geleerd wil ik graag even (in het kort) op de sector van de ruimtelijke ordening toepassen. Ruimtelijke ordening en stedenbouw nodigen als het ware uit tot participatie. Precies omdat de ruimtelijke ordening zo'n directe, tastbare impact heeft op hun leefomgeving willen burgers hun stem laten horen.

Grote projecten - zoals stadsvernieuwingsprojecten - spreken het meest tot de verbeelding, maar ook kleine ingrepen kunnen een stevige impact op de kwaliteit van de leefomgeving hebben.
Voortgaand op de berichtgeving van de laatste maanden krijgt men de indruk dat in bepaalde politieke kringen de overtuiging leeft dat burgers en belangengroepen stilaan te zwaar op de besluitvorming wegen. De teneur is dat we met al die inspraak een beetje zijn doorgeschoten en dat het toch niet aangaat dat burgers op den duur de macht krijgen om grote projecten van algemeen belang op de lange baan te schuiven of zelfs tegen te houden.
We moeten er inderdaad over waken dat het algemeen belang - wat dat ook moge inhouden - niet door allerlei individualistische, en soms misschien zelfs ronduit egoïstische claims wordt weggedrukt.
Maar aan de andere kant is het al te gemakkelijk de oprechte bezwaren van burgers af te doen als uitingen van het nimby-syndroom ("Not in My Backyard") of te doen alsof burgers de plaats van verkozen politici willen innemen.
In elk geval hou ik mijn hart vast als wordt gesuggereerd om de inspraakmogelijkheden van de burger te beperken. Los van het feit dat dit niet erg democratisch is, zal het ook weinig bijdragen aan het beoogde doel, met name de snelle realisatie van belangrijke, grote infrastructuurprojecten.
Zelfs al houdt men burgers en belangengroepen zolang mogelijk aan de zijlijn, vroeg of laat manifesteren zij zich toch want de wetgeving voorziet in verschillende beroepsmogelijkheden bij het bestuur en de rechter. Ik neem aan dat men de gedurende vele decennia moeizaam verworven rechtsbescherming niet zomaar wil terugdraaien.
Het afschaffen van toegangsmogelijkheden tot de rechtbank zou overigens onverenigbaar zijn met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat België heeft ondertekend. De burger blijft dus hoe dan ook de mogelijkheid behouden om via allerlei juridische procedures stokken in de wielen te steken. Daarom is het aangewezen de frustratie van de burger niet al te zeer aan te wakkeren en hem integendeel zo vroeg mogelijk de hand te reiken.
…
Participatie is cocreatie, een gezamenlijk scheppingsverhaal waarbij iedereen het beste van zichzelf mag geven met de talenten en capaciteiten die hem eigen zijn. Overheden dienen aan die inbreng ruimte te geven en er rekening mee te houden. Dat vraagt een nieuw soort leiderschap, waarbij het belangrijkste streven erin bestaat kaders en voorwaarden te scheppen die mensen toelaten het beste van zichzelf te geven.
Dit klinkt misschien soft, maar het kan behoorlijk hard zijn als mensen met de vraag worden geconfronteerd wat zij nu werkelijk willen in een eindige wereld met een eindige ruimte. Het kan verdomd lastig zijn als zij de eigen wensen tegen de wensen van anderen moeten afwegen, of als zij zich in staat moeten tonen het eigen belang te overstijgen – zonder het te miskennen. Politieke participatie vraagt van mensen niets minder dan dat zij tot burgerschap groeien. Dat kan mijns inziens niet zonder een vorm van persoonlijke groei. En dat is precies wat we nodig hebben: de samenleving kan maar diepgaand en duurzaam veranderen als de mensen die er deel van uitmaken, ook veranderen. Het innerlijk van de mens - hoe we zijn en hoe we in het leven staan - spiegelt zich af in de samenleving. Innerlijke wereld en uiterlijke wereld hangen onlosmakelijk samen. Aan dat innerlijk kan worden gewerkt, onder meer via participatie, maar uiteraard niet alleen via participatie. De conflicten waarmee participatie dikwijls gepaard gaat kunnen ons juist uitnodigen om als mens te groeien.
Men zou de representatieve en de participatieve democratie kunnen zien als twee werelden, met elk zijn eigen sterkte en zwakke punten. De uitdaging bestaat erin de sterkte en zwakke punten van de beide te zien en ermee te leren omgaan. Participatieve democratie en representatieve democratie kunnen elkaar aanvullen. Wij moeten naar wegen zoeken om ze op elkaar af te stemmen. Participatie mag dan misschien al lange tijd bestaan, maar ik heb de stellige indruk dat wij aan het begin staan van iets nieuws, iets dat we nog grotendeels moeten ontdekken. We mogen het onszelf toestaan om te experimenteren en fouten te maken. Misschien ontdekken we dan wel tot welke onvoorstelbaar mooie dingen mensen in staat zijn.
Eric Lancksweerdt
Eric Lancksweerdt is Eerste Auditeur van de Raad van State/gastprofessor en praktijkassistent Universiteit Antwerpen
geknipt uit Ruimte 5 VRP
april 2010
- Tags:
- Nieuwsrubriek:
meer nieuws
meer opinies
- 1
- 2
- 3
- 4
- volgende ›
- laatste »




