‘Een rechter heeft geen keuze, hij moet de bevolking beschermen tegen luchtvervuiling’

kade rechteroever

 

De auto als moordwapen - Focus

 

Als de overheid haar eigen wet schendt, moet het gerecht optreden

 

'Dit bericht mag gedeeld worden door mensen met longen.’ Schrijver Jeroen Olyslaegers heeft de smoor in. De Luchtzaak, die hij eind maart samen met twee Antwerpse actiegroepen aanspande tegen de Vlaamse regering, zal pas in juni gepleit kunnen worden. Juni 2019, welteverstaan. En dus zullen de Antwerpenaren – en bij uitbreiding heel Vlaanderen – nog minstens een jaar langer moeten wachten op gezonde lucht. ‘We hebben het hier over een echte milieuramp, niet meer of niet minder, die effectief levens kost en die manifest nadelig is voor de gezonde ontwikkeling van kinderen’, reageerde Olyslaegers in een woedende open brief.

In Antwerpen zullen de stikstofdioxidenormen zelfs met het nieuwe plan in 2030 niet gehaald worden.

Het motief van de eisers is bekend: het nieuwe luchtsaneringsplan voor de Antwerpse agglomeratie is te weinig doortastend en in manifeste overtreding van de Europese richtlijn van 2008 over de luchtkwaliteit. Die legt strikte grenswaarden op voor de uitstoot van schadelijke stoffen in de lucht. Worden die overschreden, dan schendt de overheid het Europese recht en moet ze zo snel mogelijk ingrijpen. Maar in Antwerpen zullen de stikstofdioxidenormen zelfs met het nieuwe plan in 2030 – vijftien jaar later dan afgesproken, want Vlaanderen kreeg al eens uitstel – niet gehaald worden.

De strategie om deze situatie via de rechter aan te pakken is niet uniek. In Duitsland alleen al lopen op dit moment maar liefst 28 rechtszaken tegen steden met zwaar vervuilde lucht. Ook in de rest van de wereld gaan burgeractivisten gewapend met wetboeken de strijd aan.

In India slaagde milieuactivist en advocaat Mahesh Chandra Mehta er eind jaren 1990 al in om een dieselban op te leggen voor alle openbaar vervoer in de stad Delhi. Mehta’s eerste “cliënt” was overigens de Taj Mahal, die zwaar aangetast is door industriële uitlaatgassen en zure regen. In 1996 deed het Indiase Hooggerechtshof een historische uitspraak in de Taj Mahal-zaak, waarbij vervuilende industrieën in de buurt opgedoekt werden.

India was in 2010 na Australië en Nieuw-Zeeland het derde land waar een National Green Tribunal werd opgericht. Dat rechtscollege buigt zich nu onder meer over de vervuiling van de Ganges, nog een zaak die Mehta al in 1985 aanspande. Niet dat het in India van een leien dakje loopt met de milieubescherming. De Groene Rechtbank ziet er op papier wel schitterend uit, maar kan nauwelijks iets doen omdat de regering-Modi weigert voldoende rechters te benoemen.

Curieuzeneuzen

‘De Europese richtlijn voor luchtkwaliteit is glashelder, de Antwerpse overheid blijft dan ook duidelijk in gebreke.’

Ondanks het lange uitstel blijft Björn Cloots, de advocaat van de Antwerpse Luchtzaak, vertrouwen op een positieve afloop. ‘Onze zaak is juridisch stevig onderbouwd. De Europese richtlijn inzake luchtkwaliteit is glashelder, het is dan ook duidelijk dat de overheid in Antwerpen in gebreke blijft. Bovendien kunnen we steunen op een gunstig precedent.’

Cloots verwijst naar Brussel, waar bezorgde burgers samen met het Britse milieuadvocatenkantoor Client Earth het Hoofdstedelijk Gewest om dezelfde redenen voor de rechter daagden. Eind december vorig jaar velde de Nederlandstalige Brusselse rechtbank van eerste aanleg een gunstig tussenvonnis.

Om te beginnen erkende de rechtbank dat de Brusselse overheid te weinig doet aan de luchtverontreiniging. Tegelijk vroeg ze het Europees Hof van Justitie om advies in twee kwesties: kan vijf jaar – de termijn die het Brussels Gewest zichzelf geeft – beschouwd worden als “zo snel mogelijk”? En mag een nationale rechter de installatie van extra meetstations opleggen? Naar het Europese antwoord op deze vragen wordt ook in Antwerpen met spanning uitgekeken. Als het Hof immers oordeelt dat vijf jaar niet als ‘zo snel mogelijk’ kan worden aangezien, dan kan ook het hele Antwerpse luchtsaneringsplan op de schop.

Maar is de juridische weg wel een effectieve manier om luchtvervuiling aan te pakken? Ja, zegt milieujurist Hendrik Schoukens (UGent). Juridisch gezien is de slaagkans reëel, juist omdat er voor de luchtkwaliteit zulke robuuste wetgeving bestaat. Of het probleem daarmee op korte termijn ook echt opgelost raakt, is een andere vraag. ‘Dat hangt grotendeels van onze politici af, die op het terrein actie moeten ondernemen. Juridisch activisme is in elk geval zeer zinvol als hefboom voor de politiek.’

Dat heeft Greenpeace al langer begrepen. De milieuorganisatie heeft zowel Vlaanderen als Wallonië in gebreke gesteld voor de ondermaatse luchtkwaliteit. ‘Juridisch activisme is slechts een van onze actiemiddelen’, zegt woordvoerder Joeri Thijs. ‘We combineren dat met andere instrumenten, zoals eigen onderzoek en bewustmaking. Het onderzoek dat we eind vorig jaar samen met onder andere de Gezinsbond instelden naar de luchtkwaliteit rond Vlaamse scholen bracht ondertussen een golf acties aan schoolpoorten op gang. Elke vrijdagochtend blokkeren steeds meer ouders, leerkrachten en kinderen de straten rond schoolpoorten. Ook het onderzoeksinitiatief Curieuzeneuzen, waarvoor bij 20.000 burgers luchtkwaliteitsmeters worden opgehangen, zal ongetwijfeld bijdragen tot de algemene bewustwording. Al die acties samen zijn belangrijk om druk te zetten op politici. Ze zetten in de verf dat onze rechtszaken passen in een ruimere bezorgdheid.’

Is het wel de taak van magistraten om het milieu te redden? Vaak klinkt het verwijt dat de rechterlijke macht in deze materie op de stoel van de wetgevende macht gaat zitten.

Doet de rechter hier niet aan politiek? ‘Niks van. Rechters “bepalen” het beleid niet, ze passen alleen de bestaande wetten toe.’

‘Dat slaat nergens op’, zegt Schoukens. ‘Rechters bepalen het beleid niet, ze passen de bestaande richtlijnen toe. Zo nemen ze de bevolking in bescherming. Eigenlijk gaat het hier om de scheiding der machten in een geactualiseerde versie. In de achttiende eeuw, toen het begrip werd bedacht, moesten burgers beschermd worden tegen de collusie van machthebbers en rechtbanken. Tweehonderd jaar later is onze kijk op de staat gewijzigd. De staat is een instrument om welzijn te garanderen. Met name qua milieubeleid is er nu veel meer werk te doen. Als alle milieurapporten kloppen, dan vormen milieuvervuiling en klimaatverandering een grote bedreiging voor de samenleving en voor de mensenrechten van haar burgers. Een simpel voorbeeld: als je aan zee woont, kan het zijn dat je eigendom binnen dertig jaar onder water ligt. Dan is je eigendomsrecht geschonden.’

Dit juridisch activisme is absoluut een gunstige evolutie, vindt milieujurist Schoukens. Al moet de politiek het nu nog waarmaken. Het toppunt van ironie zou wel zijn dat het groeiend succes van dit juridisch activisme op den duur juist leidt tot een versoepeling van de wetgeving, en het niet meer stellen van concrete doelen, zodat het moeilijker wordt om nalatige overheden voor de rechter te slepen.

‘De overheid moet zich aan haar eigen wetten houden, dat is de essentie van de rechtsstaat. Zo niet moet ze op het matje geroepen worden.’

Eigenlijk is het triest dat burgers naar de rechter moeten stappen om bestaande wetgeving te doen naleven, stelt Laura Burgers, rechtswetenschapper en doctoranda aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Maar die boze burgers hebben wel gelijk’, zegt ze. ‘De essentie van rechtsstatelijkheid is dat de overheid gebonden is aan haar eigen wetten. Als ze daar niet aan voldoet, dan moet ze op het matje geroepen worden.’ Burgers doet aan de Universiteit van Amsterdam onderzoek naar de democratische legitimiteit van ‘rechterlijke rechtsvorming’ in milieuaansprakelijkheidszaken.

Waarom hebben staten het zo moeilijk om de wetten die ze zelf hebben goedgekeurd na te leven? Laura Burgers ziet het als het afleren van lang volgehouden slechte gewoonten. ‘Het einddoel, schone lucht, is aanlokkelijk. Daarom keuren de staten de richtlijn goed. Maar de manier om dat ook echt te bereiken is moeilijk, want dan moet je maatregelen nemen die niet populair zijn, zoals dieselauto’s in de ban doen, of vliegtuigreizen duurder maken. Vergelijk het met iemand die het voornemen heeft om af te vallen tegen de zomer, maar al die lekkere paaseitjes die hij bij de bakker ziet liggen niet kan weerstaan.’

Wellicht zijn nationale democratieën niet het beste systeem om dit soort grensoverschrijdende problemen fundamenteel aan te pakken, oppert Burgers. Zeker bij een grensoverschrijdend probleem als luchtvervuiling ligt het voor de hand dat op Europees niveau te doen. Met de luchtrichtlijn als basis werd onder meer de Britse overheid onlangs voor de derde keer na elkaar door het gerecht veroordeeld wegens nalatigheid. Hoe dat na de Brexit verder moet is een kwestie waarover veel van Burgers’ Britse collega’s zich nu zorgen maken.

En dat terwijl het door Brexiteers verfoeide Europa milieuactivisten wellicht nog meer werktuigen te bieden heeft. Burgers doctoraat maakt deel uit van het Nederlandse onderzoeksproject Judges in Utopia. Een van de onderzochte domeinen is het Europees Handvest van Grondrechten. Concreet wordt bestudeerd of artikel 47 van dat handvest een toegevoegde waarde kan hebben in materies van sociale rechtvaardigheid. Het bewuste artikel gaat over het recht van de burger op een remedie wanneer zijn rechten werden geschonden. ‘Dat opent misschien nieuwe perspectieven voor de luchtzaken’, zegt Burgers. ‘De luchtkwaliteitsrichtlijn valt duidelijk onder het geldend recht. Aangezien dat recht manifest wordt geschonden, hebben burgers recht op een werkelijke remedie. In feite heeft de rechter geen keuze, hij moet er iets aan doen.’

Anne Adé

 

MO*, nr 128, zomer 2018, pag. 58-60

https://www.mo.be/analyse/de-burger-de-rechter-en-de-vuile-lucht

 

 

Tags: