Elektrische wagen lost files niet op

kade rechteroever

Caroline Copers is algemeen secretaris van het Vlaams ABVV.

De Vlaamse regering plant een vergroening van de verkeersbelasting. Met het uitgangspunt is iedereen het eens: de aankoop van minder vervuilende wagens fiscaal stimuleren is een goed idee.

Een andere vraag is de manier waarop en de mate waarin dit gebeurt. Terwijl de Vlaamse regering de energiefactuur fors optrekt, en daarbij zucht over de overgesubsidieerde zonnepanelen, is het maar de vraag of een fiscale aftrek van 130 procent op de aankoop van een elektrische wagen nu echt de meest efficiënte aanwending van overheidsgeld is.

Belangrijker is echter de vraag of één mediagenieke maatregel volstaat om het probleem echt aan te pakken. En of die wel spoort met de rest van het gevoerde beleid.

Kijkend naar dit beleid zien we alvast één grote olifant in de kamer.

Blijkbaar verkeren sommigen in de waan dat je de files kunt oplossen door dieselwagens te vervangen door elektrische. Meer nog: hoe men tot minder files denkt te komen door tegelijk te besparen op het openbaar vervoer, is helemaal een raadsel. Laat het duidelijk zijn: zonder investeringen in openbaar vervoer is een duurzame mobiliteit onmogelijk.

Natuurlijk moeten we niet enkel kijken naar de overheid. In de bedrijven is er ook nog heel veel mogelijk om het woon-werkverkeer duurzamer te maken. In de eerste plaats door ook werknemers inspraak te geven in hoe het mobiliteitsbeleid wordt gevoerd. Dit kan bijvoorbeeld door een mobiliteitsbudget in te voeren die de keuzevrijheid van de werknemer vergroot.

Maar ook door maatregelen als het pendelfonds te versterken, waarbij bedrijven subsidies krijgen om minder werknemers met de auto en meer met de fiets of het openbaar vervoer naar het werk te krijgen.

Sociaal overleg is cruciaal in het welslagen van die plannen.

Werkgevers mogen in dit verhaal best wat meer voor hun verantwoordelijkheid worden gesteld. Men zou bedrijven kunnen verplichten om na te denken over de bereikbaarheid van de werkplek en elk bedrijf een mobiliteitslabel kunnen toekennen.

Vlaanderen zou bedrijven, net zoals Brussel al doet, kunnen verplichten een bedrijfsvervoerplan op te stellen. Ook de financiële tussenkomst in het woonwerkverkeer kan beter: zo is de fietsvergoeding in Vlaanderen nog steeds een gunst in plaats van een recht voor alle werknemers, en is het nog steeds wachten op een derdebetalersregeling bij De Lijn naar analogie met de NMBS. En wat betreft telewerken kan de private sector nog heel wat leren van de overheid.

De overheid moet op haar beurt uiteraard ook investeren in projecten die moeilijk bereikbare bedrijventerreinen helpen ontsluiten, bijvoorbeeld via shuttlebussen, en een slim in plaats van een asociaal beleid voeren rond lage-emissiezones. De kilometerheffing voor vrachtwagens echt slim maken kan maar door ze uit te breiden naar bestelwagens die goederen vervoeren. Ook initiatieven vanuit de overheid of non-profitsector die gedeelde mobiliteit stimuleren, zoals autodelen, kunnen een deel van de oplossing uitmaken.

Met één fiscale maatregel gaan we er dus niet komen. Er is veel meer nodig voor een duurzame mobiliteit. En men zal daarbij de gebruikelijke taboes moeten laten varen. Als vakbond met 700.000 leden in Vlaanderen zijn we daar ook zelf toe bereid: zo stellen we heel duidelijk dat er gezocht moet worden naar alternatieven voor bedrijfswagens en dat een verstandig plan rond rekeningrijden een plaats moet krijgen in de discussie.

CAROLINE COPERS
De Morgen 21-10-2015 pag. 32

Tags: