Emissiehandel vetpotje voor zware industrie

kade rechteroever

Bond Beter Leefmilieu noemt de winsten ‘buitensporig’ 

 

Bedrijven verdienen geld aan te veel toegekende rechten

Tussen 2008 en 2014 heeft de zware industrie in Europa 24 miljard euro verdiend aan de CO2-emissiehandel. Die verkregen ze doordat ze meer uitstootrechten kregen dan ze nodig hadden. En ondanks het feit dat de uitstootrechten gratis waren, rekenden ze die wel door aan de consument. De Bond Beter Leefmilieu spreekt van ‘buitensporige winsten’.

Een Europese fabriek die een ton CO2wil uitstoten, moet daarvoor sinds 2005 een uitstootrecht hebben. Maar een straf is dat systeem van uitstootrechten niet, berekende het milieuadviesbureau CE Delft.

De 15 zwaarste industrieën van 19 Europese landen hebben tussen 2008 en 2014 voor 24 miljard euro van het systeem geprofiteerd, rekent de ngo Carbon Market Watch voor op basis van de cijfers.

In België gaat het om 1,4 miljard. Staalbedrijven ArcelorMittal en Carsid, raffinaderijen Total, ExxonMobil en petrochemisch bedrijf BASF zijn in ons land de grootste begunstigden.

Een derde van de overwinst haalden bedrijven doordat ze meer emissierechten kregen dan ze nodig hadden. Verschillende industriële sectoren krijgen nu immers gratis emissierechten, berekend op de efficiëntste spelers in de sector. Omdat het gevaar in de industrie bestaat dat ze hun productie verplaatsen buiten de EU, naar landen waar CO2-uitstoot niet bestraft wordt, krijgen ze merkelijk meer rechten dan andere industrieën. Bovendien is de productie door de economische en financiële crisis sterker teruggelopen dan verwacht en dus verdienen sommige industrieën een flinke stuiver aan de uitstootrechten die ze niet zelf gebruiken en op de markt verkopen. In totaal gaat het om 8,1 miljard. Volgens de CE Delft gaat het om een ‘windfall profit’, een winst voor de bedrijven waar ze niets voor hoefden te doen.

Nog een grotere winst ontstaat doordat de bedrijven de kosten voor de uitstootrechten doorrekenen aan de consument, ook al hebben ze die gratis gekregen. Dat levert de 15 industrieën in zeven jaar 15,3 miljard euro op.

Wenselijk

Volgens Johan Eyckmans, professor milieu-economie aan de KU Leuven, is het niet verkeerd dat de bedrijven de uitstootrechten doorrekenen. ‘Dat is zelfs wenselijk. Een hogere prijs geeft aan de consument het signaal dat het product gepaard gaat met een hogere maatschappelijke kost. Dat moeten we dus toejuichen omdat het een prikkel geeft om over te schakelen op minder CO2-intensieve varianten.’

Maar de vaststelling dat ze de gratis rechten kunnen doorrekenen aan de consument, is voor de bedrijven niet echt goed nieuws. Dat betekent dat ze die helemaal niet gratis hoeven te krijgen om toch concurrentieel te zijn. En dus zal het moeilijker worden om te blijven lobbyen voor gratis rechten.

Volgens Eyckmans blijkt uit andere studies dat vooral de basischemie en aluminiumproducenten de gratis rechten nodig hebben, maar fijne chemie niet. ‘Ook voor raffinaderijen, cement en staal zijn er meer en meer aanwijzingen dat de uitstootrechten de internationale concurrentie niet sterk beïnvloeden. Hun competitiviteit wordt meer door andere factoren bepaald, zoals bijvoorbeeld de economische crisis en het dumpen van Chinese surplus productie op de wereldmarkt.’

Eerdere studies toonden dat ook aan voor de elektriciteitsproducenten. Zij rekenden de uitstootrechten immers ook gewoon door in de elektriciteitsprijs. Daarom krijgen ze nu geen gratis uitstootrechten meer.

De Bond Beter Leefmilieu (BBL) noemt de winsten ‘buitensporig’ en gebruiken bedrijven ze niet om hun efficiëntie te verbeteren. ‘Het zou beter zijn dat bedrijven alle uitstootrechten aankopen en dat de overheid de inkomsten uit die verkoop gedeeltelijk aanwendt om de ontwikkeling van koolstofarme productiemethoden te stimuleren’, zegt Jonathan Lambregs. BBL pleit er dan ook voor om minder gratis uitstootrechten toe te kennen.

Dries De Smet
De Standaard 15-03-2016
http://www.standaard.be/cnt/dmf20160314_02182898

Tags: