Files oplossen is een illusie

kade rechteroever

Je kunt wel asfalt gieten, maar binnen de kortste keren staat ook dat weer vol met auto’s. Om een betere mobiliteit te krijgen, moeten we weer dichter bij elkaar gaan wonen, werken en winkelen, zeggen Kobe Boussauw, Dirk Lauwers en Hans Tindemans.

 

De Belgische files waren nog nooit zo lang als vorig jaar. Het fenomeen is structureel geworden, en Touring Mobilis vraagt doortastende maatregelen. De bekommernis is terecht, maar laten we duidelijk zijn: files oplossen is een illusie. Waar het echt om gaat, is bereikbaarheid en leefbaarheid creëren.

In de berichtgeving over het ‘fileleed’ weerklinkt de roep om een snelle en structurele aanpak. In één adem wordt de vraag gereduceerd tot meer wegen en een betere verkeerssturing, en wordt een belangrijk deel van de schuld bij de Antwerpse en de Brusselse ring gelegd. Dat laatste raakt kant noch wal: door ringwegen te verbreden zal het fenomeen zich gewoon verplaatsen, bijvoorbeeld naar parkeergelegenheid die ook vandaag systematisch als ‘te krap’ wordt beschouwd. Meer rijstroken en meer technologie kunnen de pijn hooguit tijdelijk of plaatselijk verzachten. Extra rijstroken lopen na enkele jaren weer vol.

Het wordt steeds duidelijker dat de schaarse ruimte opofferen aan nog meer auto’s geen goed idee is. De oplossing ligt er niet zozeer in onze mobiliteit te verbeteren, maar wel de bereikbaarheid. Het zit hem niet in de beweging, maar in het samenbrengen. Mensen moeten elkaar kunnen ontmoeten, op het werk, op school, tijdens hun vrije tijd, zonder dat daar per se grote afstanden voor moeten worden overbrugd. En dan schieten eenzijdige verkeerskundige ingrepen tekort. Wat we nodig hebben is een robuust systeem waarbij mobiliteit en de gebouwde omgeving hand in hand gaan.

Kijk over de eigen muren

De Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning lanceerde onlangs haar Manifest Mobiliteit, waarin een coherente strategie wordt voorgesteld om actuele mobiliteits- en stedenbouwkundige vraagstukken te benaderen. We zijn de files daarbij niet vergeten, en zetten onze argumenten hier op een rij.

1. Ruimtelijke nabijheid is de beste garantie voor een betere bereikbaarheid. Dat kan door wonen, werken, winkels en andere voorzieningen letterlijk dichter bij elkaar te brengen. De bebouwingsdichtheid moet omhoog en nieuwe woningen en bedrijvigheid worden best in en nabij de bestaande steden en kernen ingeplant. Dat betekent ook dat voorzieningen kleinschaliger moeten zijn. Dus niet steeds grotere scholencampussen en shoppingcentra ver van huis, maar wel meer buurtwinkels, kinderopvang en gezondheidszorg om de hoek. Bovendien moeten we mensen aanmoedigen om in de eigen omgeving werk te zoeken en bewuster te kiezen waar ze wonen.

2. Bijkomende capaciteit creëren is wel degelijk een optie, maar dan wel door beter spoorvervoer, hoogwaardige buslijnen en snelle en veilige fietsroutes uit te bouwen. Op die manier worden de alternatieven voor de auto voor steeds meer mensen realistisch. Bovendien staat ook hier de technologie niet stil: openbaar vervoer wordt steeds betrouwbaarder, de fiets steeds vaker elektrisch.

3. Door knooppunten en corridors op basis van assen van hoogwaardig openbaar vervoer te ontwikkelen, kan de noodzaak om alle verplaatsingen met de auto te maken verder gereduceerd worden. Het principe is daarbij dat nieuwe bebouwing en verstedelijking eerst en vooral op het openbaar vervoer wordt aangetakt, veeleer dan op het (snel)wegennet.

4. Als we de files ernstig nemen, dan moeten de diverse bestuursniveaus en sectoren over de eigen muren durven te kijken. Mobiliteit is verweven met tal van maatschappelijke kwesties: salariswagens (met overconsumptie van automobiliteit tot gevolg), het kadastraal inkomen (dat stedelijk wonen niet aanmoedigt), de sociale stelsels (die van werk veranderen ontmoedigen), de gewestgrenzen (waardoor het Brusselse en de Vlaamse openbaar vervoer niet goed op elkaar aansluit) en de autofiscaliteit (waardoor rekeningrijden nog steeds niet op de politieke agenda staat en parkeertarieven niet coherent of logisch zijn).

Vlaams minister van Omgeving Joke Schauvliege (CD&V) werkt aan een nieuw beleidskader. Dat langverwachte Beleidsplan Ruimte is dé kans om deze actiepunten te verankeren. Het is alvast hoopvol dat de departementen Ruimte Vlaanderen en Mobiliteit en Openbare Werken aangeven daar samen werk van te willen maken. Hopelijk geeft de Vlaamse regering hen de mogelijkheid om een samenhangend beleid uit te stippelen.

Kobe Boussauw, Dirk Lauwers en Hans Tindemans

Lees meer hierover in het Manifest Mobiliteit 1.1 bij VRP

De Standaard 07-01-2016
http://www.standaard.be/cnt/dmf20160106_02052756

 

Tags: