Gezondheid en kwaliteit van de buitenlucht:

kade rechteroever

Science Connection, het magazine van het FEDERAAL WETENSCHAPSBELEID over fijn stof:

Gezondheid en kwaliteit van de buitenlucht: een uitdaging voor wetenschap en beleid

Heel vaak worden gezondheidsrisico’s aan omgevingsfactoren toegeschreven, vooral dan aan de luchtkwaliteit. De klimaatveranderingen tonen intussen nog duidelijker aan welke impact deze problematiek op ons leven heeft: zowel voor onze gezondheid (cardiopulmonale ziekten, astma en allergieën) als in het beleid (kosten voor het ingrijpen of als gevolg van het niet-ingrijpen, risicobeheer, monitoring en bewaking van de gezondheid).
Ziekten voorkomen en terugdringen door voor “schone buitenlucht” te zorgen is een van de prioriteiten van de Wereldgezondheidsorganisatie in de actieplannen voor een gezonder leefmilieu. Met name het programma “Schone lucht voor Europa” (CAFE) van de Europese Unie van mei 2001 moest een blijvend karakter bieden voor nieuwe luchtkwaliteitsnormen alsook voor nationale emissiedrempels voor fijn stof en ozon in de troposfeer. Die twee stoffen worden beschouwd als de belangrijkste vervuilers van de afgelopen jaren (klimaatverandering en gezondheidsproblemen als gevolg van vervuiling door chemische stoffen). Voor de PM2,5 (Particulate Matters, of fijne stofdeeltjes mat een diameter van minder dan 2,5 micrometer) in het bijzonder hebben de Europese milieuministers zicht eind 2007 uitgesproken voor een maximale limiet (grenswaarde) van 25 µg/m³ tegen 2015.
Die waarde ligt voor sommige Europese steden boven de reële waarden. Dat betekent dat zij niet echt worden aangemoedigd om het PM2,5-peil terug te dringen, hoewel alle studies aantonen dat vervuiling door partikels zelfs bij een concentratie lager dan 25 µg/m³ schadelijk is voor de gezondheid.

Op 4 juni organiseerde het Federaal Wetenschapsbeleid een studiedag over dit onderwerp op basis van de tussentijdse onderzoeksresultaten in het kader van het programma “Wetenschap voor een duurzame ontwikkeling”
(SSD).

De overheid wil op die manier de essentiële communicatie vergemakkelijken tussen de verschillende actoren die bij deze brede, complexe en gelaagde problematiek zijn betrokken.

Om in deze zijn neutraliteit te bewaren heeft het Federaal Wetenschapsbeleid enkel duidelijk aangegeven welke nieuwe onderzoeken absoluut noodzakelijk zijn in het kader van de goedgekeurde maatregelen (wetgeving, meetnet, evaluatie van de risico's, inzicht in de processen...).

Tijdens de studiedag op 4 juni droegen zo'n zeventig mensen hun steentje bij aan het denkproces dat in gang werd gezet met de uiteenzettingen van initiatiefnemers van onderzoeken die via het SSD-programma worden gefinancierd. Bijna de helft nam deel aan het debat over welke (strategische en beleidsmatige) steunmaatregelen nodig zijn om de inspanningen te behouden die op nationaal en internationaal vlak zijn afgesproken en om duurzaam wetenschappelijk onderzoek naar luchtkwaliteit en de impact op de volksgezondheid te garanderen.
De ideeën die daaruit voortvloeiden, vormden de basis voor vier essentiële aanbevelingen:
• wetenschappelijk onderzoek is noodzakelijk om beter inzicht te krijgen in de al dan niet latente interactieve mechanismen die hierbij een rol spelen, om de impact ervan beter te begrijpen en om de betrokken bevolkingsgroepen te identificeren. Wetenschappelijk onderzoek is heel belangrijk bij de ontwikkeling van een geschikt meetwerk en voor een goede besluitvorming in een materie waarover nog veel onduidelijkheid heerst en waarbij de strategische en politieke inzet van groot belang is;
• de ontwikkeling van een geïntegreerd, gestandaardiseerd monitoringsysteem over de regiogrenzen heen en de ontwikkeling van een ethisch communicatiebeleid over de gevaren van fijn stof, alsook een wetenschappelijk onderbouwde visie voor een aanpak in onzekere en onduidelijke situaties zijn prioritair;

• in een totaalbeleid voor "zuivere lucht" is objectieve informatie over de vervuilende stoffen en hun interactie, de emissiebronnen en de fysicochemische ontwikkeling essentieel om preventie en herstel optimaal aan te pakken. Daarvoor moet de gezondheidssector kunnen samenwerken met de andere betrokken overheden, die al veel vroeger initiatieven hebben genomen (landbouw, industrie, energie, mobiliteit,...). De Europese "Air" -richtlijnen zijn trouwens oorspronkelijk ingediend vanuit milieuoverwegingen (verzuring en eutrofiëring van de bodem en vooral de impact daarvan op de ecosystemen), niet vanuit een bezorgdheid over de volksgezondheid;

• de media spelen een essentiële rol in de preventie en bij de bescherming van de betrokken bevolkingsgroepen. Zij kunnen de mensen bewustmaken van het probleem en meteen gepaste en objectieve informatie verschaffen. Een helder communicatiebeleid in samenwerking met de media kan uiterst nuttig zijn in de strijd tegen de gezondheidsschade door luchtvervuiling.

Emmanuèle Bourgeois
Science Connection december 2009
http://www.scienceconnection.be/

 

"Experts" in Engis : de wereld ontdekt de smog

December 1930. Engis, een industriestadje in de Maasvallei nabij Luik. De winter is de laatste dagen wat strenger geworden, de temperaturen schommelen rond het vriespunt, maar verder is het rustig weer. Niets doet vermoeden welk onheil de bevolking letterlijk boven het hoofd hangt... In vier dagen tijd wordt de hele vallei van Jemeppe tot Engis gehuld in een dikke mist. De mistlaag bedekt een strook van 20 km en blijft op een hoogte van 80 meter hangen, gevangen russen de steile hellingen. De gevolgen blijven niet uit: de gassen hebben een irriterend, verstikkend effect en eisen hun tol. Tientallen mensen bezwijken, sommigen hoesten hun longen uit. Zelfs het vee wordt getroffen door het mysterieuze kwaad.

Na een week trekt de mist weg. Er zijn een zestigtal doden. Duizenden mensen hebben te kampen met gezondheidsproblemen. De kranten titelen "Dodelijke mist" en "De vallei van de dood". Het nieuws haalt zelfs de Amerikaanse kranten. De New York Times speculeert over de mogelijke oorzaken van de catastrofe: is het de Spaanse griep? Een chemisch wapen misschien? Een microbe uit de Sahara? In België besluit de procureur des Konings naar aanleiding van een klacht tegen onbekenden een onderzoekscommissie in te stellen onder leiding van de Luikse patholoog Jacques Firket. Het team is samengesteld uit artsen, meteorologen, toxicologen en chemici. Terwijl Koningin Elisabeth zich naar de plaats van de ramp begeeft om de slachtoffers een hart onder de riem te steken, verrichten Firket en zijn collega's baanbrekend werk. Zij leveren in mei 1931 immers het eerste wetenschappelijke bewijs van de gevolgen van luchtvervuiling voor de volksgezondheid en het sterftecijfer. Ze slagen erin om zonder metingen van de luchtvervuiling het mechanisme van de "wintersmog" te identificeren. Hun onderzoek toont aan dat het hoge sterftecijfer te wijten was aan een massale uitstoot van fijn stof als gevolg van de verbranding van sterk zwavelhoudend steenkool door de plaatselijke industrie en gezinnen. Door de zwakke wind en een hardnekkige temperatuursinversie (d.i. koude lucht die vastzit onder een warmere luchtlaag), kunnen de giftige stoffen onmogelijk ontsnappen. Vooral de kwetsbare bevolkingsgroepen (ouderen, zieken, kinderen) zijn het slachtoffer. De onderzoekers zijn duidelijk: "Als het fenomeen zich onder dezelfde omstandigheden herhaalt, zullen de gevolgen hetzelfde zijn." En: "Een soortgelijke catastrofe zou in Londen 3.179 doden tot gevolg gehad hebben." Twintig jaar later komt hun voorspelling uit: begin december 1952 wordt de Britse hoofdstad effectief in een dichte smoglaag gehuld, die in vier dagen tijd het leven kost aan 3 à 4.000 mensen. Naar schatting heeft de "Great Smog" op middellange termijn zelfs 12.000 doden gemaakt.

Lectuur
The Meuse Valley fog of 1930: an air pollution disaster, Benoît Nemery, The Lancet, March3, 2001

door Michel De Muelenaere
Science Connection 27
December 2009
http://www.scienceconnection.be/

 

 

Secundaire luchtvervuiling van primair belang

De cijfers:
Europese norm. Het daggemiddelde voor fijn stof van 50 microgram per m3 mag niet meer dan 35 keer per jaar overschreden worden; voor de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is dat maximaal 3 keer. De grenswaarde voor het jaargemiddelde fijn stof is vastgelegd op 40 microgram (20 voor de WHO).

Belgische norm. Bij concentraties hoger dan 70 microgram: een snelheidsbeperking van 90 km/uur, gratis bussen in Wallonië en een temperatuur van 20°C in openbare gebouwen. Bij meer dan 100 microgram: "alternerend rijden" in Brussel (volgens even/oneven nummerplaat) en gratis openbaar vervoer.

Hoe fijner de stofdeeltjes, hoe langer ze in de lucht blijven hangen en hoe gevaarlijker ze zijn. Er wordt uitgebreid wetenschappelijk onderzoek verricht naar fijne stofdeeltjes die vrijkomen tijdens het verbrandingsproces (met name door het autoverkeer). Hoewel verschillende studies aantonen dat die deeltjes beduidend meer sterfte veroorzaken, wordt het kwaad niet altijd bij de wortel aangepakt.

Sinds 1 januari 2005 bepaalt een Europese richtlijn dat het daggemiddelde van 50 microgram (µg) fijne stofdeeltjes per kubieke meter lucht maximaal 35 keer per jaar overschreden mag worden. De fijnstofnorm voor heel 2009 werd begin juni al op 5 plaatsen in België overschreden (in Haren, Luik, Marchienne-au-Pont, Vilvoorde en Neder-over-Heembeek). Ook de meetstations Chatelineau, Molenbeek, Sint-Agatha-Berchem en Jemeppe-sur-Meuse dreigen boven de vastgestelde limiet te gaan. De alarmdrempel van 70 µg, waarbij op de Waalse, Vlaamse en Brusselse snelwegen een snelheidsbeperking van 90 km/uur geldt, is weliswaar nog niet bereikt, die van 100 µg evenmin.

In het laatste geval past Brussel een systeem van "alternerend rijden" toe, waarbij de auto's met even en oneven nummerplaten afwisselend de stad in mogen. Maar volgens experts heeft het geen zin pieken af te wachten. Benoit Nemery van de onderzoekseenheid Longtoxicologie van de K.U. Leuven: "De gevolgen van secundaire vervuiling reiken veel verder dan die van vervuilingspieken. Preventie is een stuk efficiënter en dus zinvoller dan ad-hocmaatregelen bij extreme vervuiling. De achtergrondconcentraties fijn stof structureel verlagen helpt pieken te vermijden. De alarmdrempel van 70 µg heeft niet veel nut, al kan hij wel bijdragen tot een zekere bewustmaking en mensen ontvankelijker maken voor maatregelen."

“De normen zijn niet streng genoeg...”

"De normen zijn niet streng genoeg. De grenswaarde ligt te hoog. Europa is veel toleranter dan pakweg de Verenigde Staten of Californië. In vergelijking met de voedselveiligheid is er op het gebied van luchtverontreiniging nog een lange weg af te leggen. We vinden het normaal dat eieren in de supermarkt niet vervuild zijn met dioxines en dat het water zuiver is, maar voor de luchtkwaliteit zijn we blijkbaar nog niet zover. Hebben we dan geen recht op zuivere lucht, ongeacht waar we wonen?", aldus Nemery.

Volgens wetenschappers verdient dagelijkse vervuiling dus absolute prioriteit. België (met uitzondering van de Ardennen) is samen met Nederland, Noord-Frankrijk en het Ruhrgebied een van de zwaarst met fijn stof vervuilde gebieden in Europa. Oorzaken hiervan zijn de hoge bevolkingsdichtheid, de intense industriële activiteit en de enorme verkeersdrukte. Letterlijk en figuurlijk voldoende stof om over na te denken dus. "Elke stijging van 10 µ doet het sterftecijfer en het aantal ziekenhuisopnames met 1% toenemen en dit zowel voor aandoeningen aan de luchtwegen als voor hartproblemen." Acute blootstelling (fijnstofpieken) heeft jaarlijks naar schatting 1000 vroegtijdige sterfgevallen tot gevolg; voor langdurige blootstelling (de achtergrondvervuiling) loopt dat cijfer op tot 10 à 12.000.

Recent onderzoek aan de K.U. Leuven wijst uit dat stofdeeltjes een negatief effect hebben op de bloeddruk en de bloedsomloop van oudere mensen. Uit de eerste resultaten van een door het Federaal Wetenschapsbeleid gefinancierde studie blijkt dat hoge concentraties fijn stof het sterfterisico van zuigelingen tussen 2 en 4 weken oud met 11% doen toenemen.

"Een derde van het fijn stof is afkomstig van het verkeer", voegt Benoit Nemery hier nog aan toe. We moeten geen wonderen verwachten van nieuwe luchtreinigende oplossingen zoals deeltjesfilters: "Wat de huidige tests niet meten, is het ultrafijn stof, terwijl dat net het meeste risico in zich draagt".

MEER
De volgende onderzoeksprojecten krijgen de financiële steun van het Federaal Wetenschapsbeleid in het kader van het programma Wetenschap voor een duurzame ontwikkeling:
• Het programma SSD: www.belspo.be/ssd
• Gezondheidseffecten van fijn stof in relatie met fysisch-chemische karakteristieken en meteorologie www.belspo.be/ssd > gezondheid en milieu > PARHEALTH
• Fysieke activiteit en gezondheidsrisico's van het fietsen in verschillende geografische omstandigheden
www.belspo.be/ssd > gezondheid en milieu > SHAPES

door Michel De Muelenaere
Science Connection 27
December 2009
http://www.scienceconnection.be/

 

de Standaard over fijn stof:

Het leven is gevaarlijk - Van Q-koorts tot zelfmoordterroristen
[KNIP]
FIJN STOF
De grote bangmaker in het Antwerpse Lange Wapper-debat: de hele buurt van het Sportpaleis zou moeten ontruimd worden wegens dreigende verkeersdood. Een overdosis uitlaatgassen naar binnen krijgen, kan natuurlijk nooit gezond zijn. Maar de recent uit de Verenigde Staten overgewaaide hype van het fijne stof gaat voorbij aan één simpele vaststelling: sinds de jaren zeventig zijn de concentraties van fijn stof en dioxine in de lucht bij ons alleen maar gestaag gedaald.
[KNIP]
Gilbert Roox de Standaard 26-12-09
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=F52JQ9UU

 

Tags: