'Preventie van astma steeds meer onderzoeksprioriteit'

kade rechteroever

Aan het woord is prof. Bart Lambrecht, longarts in het UZGent, onderzoeksdirecteur van het VIB Inflammatie Research Centrum (IRC) aan de UGent en wereldexpert op vlak van astma. Hij ontving in juni de prestigieuze Francqui-prijs uit handen van koning Filip. Op de Biotechdag van 19 oktober staat zijn onderzoekscentrum sterk in de belangstelling. Logisch, want ontstekingsziekten en immuniteit vormen het thema van die dag.

 

“Tien geleden dachten we dat astma het prototype was van een zogenaamde Th2-ziekte", stelt Lambrecht. "Dat er als reactie op allergenen door Th2-helper-cellen een aantal cytokines werden aangemaakt - voornamelijk interleukine 4, 5 en 13. Die signaalstoffen wakkeren de tak van onze afweer aan die vooral via antilichamen reageert. Dergelijke opeenvolging van reacties zou verklaren waarom patiënten met astma IgE's produceren, hun longen een overdreven slijmproductie kennen en er een accumulatie van eosinofiele granulocyten plaatsvindt in die longen."

Dendritische cellen

"Vandaag weten we beter", glimlacht Bart Lambrecht. "We weten nu dat rol van het adaptief immuunsysteem – zeg maar de T- en B-cellen - soms beperkt is bij astma. Bij een aantal patiënten situeert de kern van het probleem zich veeleer in het aangeboren immuunsysteem - het zogenaamde 'innate afweersysteem' en de epitheelcellen van de longen."
In de eerste plaats toonde Lambrecht aan dat allergenen als huisstofmijt, pollen en schimmelsporen motieven bevatten die herkend worden door de dendritische cellen (DC's) in de longen. Deze cellen pikken het allergeen op in het longweefsel, en presenteren het aan de afweercellen in de lymfeknopen van de long. "Daarbij worden de DC's in belangrijke mate geholpen door de epitheelcellen van het longslijmvlies", vervolgt Lambrecht.
"Dat was het tweede puzzelstukje dat we ontdekten. Het epitheel zet bij contact met allergenen chemische signalen als urinezuur en de energiestof ATP vrij. Stoffen die bijdragen aan de activering van DC's."

Nieuwe therapeutische opties

"De nieuwe inzichten leiden tot betere behandelingsstrategieën", aldus Lambrecht. "Ingrijpen op de communicatie tussen het longepitheel en de DC's is een voor de hand liggende mogelijkheid. Het is immers tijdens die communicatie dat het immuunsysteem beslist of er een allergische dan wel een antivirale/antibac-teriële respons optreedt. Vandaag worden verschillende potentiële geneesmiddelen in klinische studies uitgetest die inspelen op die communicatie."

"Maar de ultieme oplossing voor astma ligt volgens mij in preventie", meent Lambrecht. "Naast het onderzoek naar de cellulaire en moleculaire mechanismen van astma, hebben we ons ook gefocust op erfelijke risicofactoren en omgevingsfactoren (zoals sigarettenrook, luchtvervuiling met fijn stof en diesel, rale infecties). We stelden vast dat longepitheel moet leren omgaan met gevaar. Het moet worden opgevoed vanaf heel jonge leeftijd door ervaring op te doen met allerhande stoffen uit de buitenwereld. Wie als kind veel in contact komt met endotoxines uit de celwand van Gram-negative bacteriën, heeft een hogere drempel voor activatie van de afweer en loopt een kleinere kans op astma. Interventies die de epitheliale drempel verhogen, kunnen uitgroeien tot preventiestrategieën tegen astma."

Focus op ontsteking

Bart Lambrecht leidt sinds 2011 het VIB/UGent-onderzoekscentrum dat oorspronkelijk werd opgericht door Vlaams 'biotech-icoon' Walter Fiers. Lambrecht herdoopte het departement tot het 'VIB Inflammatie Research Centrum (IRC)' en heroriënteerde het onderzoek naar de moleculaire mechanismen achter inflammatie. Mechanismen waarmee hij klaarheid wil scheppen in ziekten als astma en allergie, maar ook reuma, colitis, psoriasis, sepsis, multiple sclerose en sommige vormen van kanker. Het hele VIB-UGent-IRC telt zowat 250 onderzoekers.

Terug naar België

Dat Lambrecht uiteindelijk terug bij de Universiteit Gent is terecht gekomen, waar hij ook zijn medische opleiding genoot, noemt hij een 'gestuurd, maar gelukkig toeval'. "Ik was al vroeg in mijn opleiding geïnfecteerd door het 'onderzoeksvirus' omdat ik benieuwd was naar 'het waarom' van ziekten. Aanvankelijk kon ik mijn specialisatie-opleiding combineren met een vierjarig onderzoeksmandaat van het FWO. Maar na mijn PhD bleek de combinatie opleiding-onderzoek onmogelijk in België."
Lambrecht week uit naar Sydney om een jaar later aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam terecht te komen. "Ik specialiseerde er als longarts, maar voor ik afstudeerde stuurde ik al een lab aan met 20 onderzoekers. Ik werd op 34-jarige leeftijd hoogleraar, een unieke kans."

Na tien jaar Nederland keert hij in 2007 terug via het Vlaamse Odysseus-programma. Dat programma was bedoeld om Belgische toponderzoekers terug te halen uit het buitenland. Een royale financiering voor de uitbouw van een onderzoeksgroep aan Universiteit Gent en een aanstelling als longarts aan het UZGent konden hem overtuigen. Bart Lambrecht: "Zonder Odysseus zat ik nu mogelijk nog in Rotterdam. Maar aan het VIB heb ik uiteindelijk mijn stek gevonden, ik heb het gevoel dat 'alles' hier mogelijk is".

P.R.
Artsenkrant Nr. 2379 van 10-10-2014

Tags: