De auto als dwangneurose

kade rechteroever

De Week van de Mobiliteit ligt alweer achter ons en Koning Auto heeft zijn plaats terug ingenomen. De nieuwsbrief van mei ging er nog over hoe je duurzame mobiliteit kunt verkopen door rationele argumenten en campagnes (en binnenkort ook nog een studiedag over het thema, met verkeerspsycholoog Gerard Tertoolen). In deze nieuwsbrief toetsen we even af aan de (neuro)wetenschap.

Autogebruik is een dwangmatige gewoonte

Enkel economen nemen elke morgen even de tijd om de kosten en baten van een trip met fiets, openbaar vervoer en auto uit te rekenen. Normale mensen zijn vastgeroest in hun ochtendrituelen en de auto ligt in het verlengde hiervan. Mobiliteitsdeskundigen zijn het er al lang over eens dat een modal shift enkel mogelijk is door een combinatie van honing- en azijnmaatregelen. Toch houden ze best rekening met de onverzettelijkheid van het menselijk brein.

Neurowetenschappers zien in gewoontegedrag de verklaring voor het verschil in voorspelde modal shift en werkelijke modal shift. Het komt erop neer (volgens Yavor Yalachkov) dat we letterlijk verslaafd zijn aan onze auto. Vooral wanneer we onder stress staan, zoals tijdens de ochtend rush, grijpen we terug naar vertrouwde gewoonten. Zoals druggebruikers terugvallen in hun druggebruik.

Stappen en fietsen zijn een hard drug

Twee psychologen (Thomas en Walker) gingen een stapje verder en vergeleken dit mechanisme bij verschillende modi (stappers, trappers, busreizigers en automobilisten).

Stappers en trappers hechten een positief gevoel aan hun moduskeuze (zie grafiek). Dat ligt in de lijn van eerder onderzoek dat aangeeft dat actieve weggebruikers meer geluk vinden tijdens hun verplaatsingen. Fietsers staan positief en opgewonden tegenover hun verplaatsingen, maar zijn niet altijd ontspannen. Stappers zijn positief en ontspannen (maar meestal niet opgewonden). Busreizigers staan iets negatiever ten opzichte van hun reis. Automobilisten staan neutraal tegenover hun keuze, wat volgens Thomas en Walker te verklaren valt doordat hun keuze voor de auto maatschappelijk als “standaard” beschouwd wordt. Wandelen en fietsen vereisen volgens de onderzoekers een meer bewuste keuze, wat leidt tot een sterkere emotionele verbondenheid met het gekozen vervoermiddel. Thomas en Walker concluderen dat de gewoonten van automobilisten en openbaarvervoergebruikers veroorzaakt zijn door contextuele factoren en niet versterkt worden door een positieve affectie met het vervoermiddel.

De onderzoekers geven zelf aan dat hun onderzoek te beperkt was, het betrof enkel studenten en werknemers van een universiteit, die sowieso al meer openstaan voor actieve modi. Toch valt er een belangrijke les te leren uit dit onderzoek: als je er eenmaal in slaagt om mensen te laten stappen of fietsen, is de kans groot dat ze het blijven doen.

Die mental shift maken is echter niet eenvoudig en daarvoor mik je als beleidsmaker best op grote verandermomenten in de persoonlijke levenssfeer (verhuis, nieuwe job, geboorte van een kind, voor het eerst naar school, ...). 

Uit Nieuwsbrief Duurzame Mobiliteit 49 van 5 oktober 2015

http://www.duurzame-mobiliteit.be/artikel/de-auto-als-dwangneurose

Tags: