Men zaagt niet aan de troon van koning Auto

kade rechteroever

Ex-topman van Volkswagen Martin Winterkorn en bondskanselier Angela Merkel in 2011. Toen al wist men bij de Europese Commissie dat de emissietesten waren achterhaald. Toch deed men niets.

Waarom deden overheden nooit iets aan gesjoemel met uitstootwaarden?

 

Al jaren was duidelijk dat autofabrikanten de waarheid niet vertelden over de werkelijke NOx en CO2-uitstoot en brandstofverbruik van hun wagens. Waarom bleven overheden al die tijd in gebreke? En komt daar nu verandering in?

"De manier waarop we wagens controleren is middeleeuws." Johan De Mol van het Instituut voor Duurzame Mobiliteit (UGent) gooit een stok in het hoenderhok als het gaat over de manier waarop wagens in Europa gescreend worden op uitstoot van NOx- en CO-uitstoot en brandstofverbruik.
Een stevige vingerwijzing is het vooral richting Europa. Dat Europa bepaalt dat de grens voor stikstofoxide-uitstoot (NOx) in alle lidstaten op 80 milligram per kilometer legt. Het legt ook de testprocedures op die moeten controleren of autofabrikanten zich aan die limiet houden.

Autofabrikanten kunnen wel zelf kiezen in welke lidstaat ze de tests laten uitvoeren. Ford bijvoorbeeld koos er in het verleden voor om die tests in ons land te laten doen door Dienst Inschrijving Voertuigen (DIV). Als die dienst besliste dat Ford aan alle Europese normen beantwoordde, kreeg de autofabrikant voor dat model een goedkeuring die in alle lidstaten geldig is.

Eén probleem daarbij: de Europese tests zijn verouderd en onbetrouwbaar. En dat weet Europa zelf al een tijdje. "We zijn in 2011 tot het besef gekomen dat onze testen achterhaald zijn, nadat we een onderzoek lieten uitvoeren", zegt Lucia Caudet, woordvoerder bij de Europese Commissie. "Dat onderzoek liet zien dat er soms significante verschillen zijn tussen laboratoriumtesten en testen op de weg. De conclusie was dat de laboratoriumtesten moeten worden aangevuld met testen op de weg.
Die komen er vanaf januari 2016."

Dwarsboom

Nieuwe testen komen er dus al op korte termijn. Maar het duurde wel een kleine vijf jaar vooraleer Europa er in slaagde om nieuwe, meer realistische testen in te voeren. Al die tijd konden autofabrikanten - al dan niet bewust - frauderen met testresultaten. En intussen gaven landen de autosector ten onrechte miljarden fiscale voordelen. Waarom moet dat zo lang duren? "Naar Europese normen is een goede vier jaar tijd niet zo lang, zeker niet als je weet dat het om vrij complexe testen gaat", zegt Lucia Caudet.

Om het nog iets pijnlijker te maken, zullen die nieuwe testen nog niet meteen een invloed hebben op de goedkeuring die nieuwe modellen wagens krijgen. De Europese lidstaten zijn het er namelijk nog niet over eens wat er moet gebeuren als er een groot verschil blijkt te zijn tussen de laboratoriumwaarden en de waarden die opgemeten worden in de testen op de weg. 

"Het doel is om daar tegen 2017 overeenstemming over te bereiken", zegt Lucia Caudet. Voorlopig zijn de laboratoriumtesten dus nog altijd voldoende om een goedkeuring te krijgen op Europees grondgebied. En het is absoluut niet zeker of daar vlug verandering in komt. Er zijn verschillende lidstaten waar de autosector een belangrijk deel van de economie uitmaakt. Zij dwarsbomen een compromis. Hetzelfde geldt voor de controles op CO-uitstoot.

Mobiliteitsexpert Johan De Mol (UGent) is daar duidelijk over: "De goodwill van overheden tegenover de autosector is groot. Nationaal, maar ook Europees. Op Europees niveau is het zelfs nog iets erger. Een voorbeeld: in 2010 wilde Europa de emissiewaarden voor bestelwagens naar beneden halen. Dat geraakte er niet door. Ze wilden ook een maximumsnelheid voor bestelwagens, maar ook dat haalde het niet. Nochtans spelen bestelwagens een kwalijke rol in luchtvervuiling. Toch zal dit schandaal op termijn een positief resultaat hebben: de autosector zal volgens mij met meer realistische cijfers komen."

De CAN-bus

Volgens De Mol bestaat er een vrij eenvoudige manier om een goed inzicht te krijgen in het werkelijke verbruik en om CO- en NOx uitstoot te meten. "Auto's zijn al lang uitgerust met een CAN-bus, een kleine computer waarop je informatie over lichten, remmen, verbruik van airco, koeling en verwarming kunt zien. Bij de nieuwere modellen kun je een deel van die gegevens zelfs gemakkelijk aflezen met de sleutel. Maar autofabrikanten schermen die CAN-bus af omdat ze het beschouwen als een fabrieksgeheim. Overheden hebben er dus geen toegang toe, terwijl ze daar wel alle belang bij hebben.

"De vraag is: welke informatie kun je de overheid geven zonder die geheimen te schenden. Er zijn volgens mij best protocollen te bedenken die dat mogelijk maken. De opbrengst zou groot zijn: fraude met software kan niet meer als je een uitvoerige lezing van de CANbus hebt. Bij mijn weten heeft geen enkele overheid ter wereld daar op dit moment toegang toe. Het zou logisch zijn dat we in de toekomst daar naartoe gaan."

DOMINIQUE SOENENS
De Morgen 29-09-2015 pag. 6

 

zie ook Weten we allemaal niet al veel langer dat zowat iedere autoproducent liegt?

 

Tags: