Het dieseldilemma

kade rechteroever

 

Even kreeg de autosector weer hoop. In de zomer leek het alsof de vrije val van de verkoop van dieselvoertuigen was gestuit. Maar het bleek een opleving van korte duur. In oktober zakte de appetijt van de Belgen voor diesel verder weg.

In de rest van Europa is dat niet anders. Het aandeel dieselwagens zakte in een jaar tijd van 43,1 procent naar 34,7 procent, blijkt uit cijfers van de sectorfederatie ACEA. Nog niet zo lang geleden was meer dan de helft van de Europese nieuwe wagens een diesel, met uitschieters tot bijna 80 procent in landen waar de brandstof een fiscaal duwtje in de rug kreeg, zoals België.

Na Dieselgate, nu drie jaar geleden, ontvouwde de ene na de andere ceo uit de sector plannen voor de geleidelijke afbouw van zijn dieselsegment. Maar dat de ontdieseling zo snel zou gaan, daar had niemand op gerekend. Het schandaal bij Volkswagen bleek een katalysator voor de invoering van lage-emissiezones. Dat zelfs in Duitsland, het geboorteland van Rudolf Diesel, verschillende steden oude diesels binnenkort al gaan weren, toont hoe sterk de verschuiving is.

Niemand had erop gerekend dat de ontdieseling zo snel zou gaan

Het brengt de autobouwers in een moeilijke positie. Zeker omdat ook de Europese uitstootnormen voor CO2 strenger worden. Die uitstootnormen gelden niet per wagen, maar worden berekend over de hele vloot van een constructeur. Daarvoor rekenden autobouwers altijd op hun diesels, want hoewel die lokaal meer vervuilen met schadelijke stikstofoxiden, stoten ze wel minder broeikasgassen uit dan benzinewagens. En die zijn vandaag weer de eerste keus van de particulier die een nieuwe wagen koopt. De autobouwers maken zich sterk dat hun nieuwste Euro 6-diesels aan alle normen voldoen. Maar met de stijgende dieselprijzen aan de pomp en de onzekere doorverkoopwaarde heeft de consument daar voorlopig geen oren naar.

Elektrisch dan maar? Investeringen in elektrische auto’s worden versneld. Volkswagen bijvoorbeeld zou een nieuw type elektrische stadswagen plannen, die in Duitsland zelf gebouwd zou worden. Maar de verkoop stijgt traag. Twee procent van de nieuwe wagens in Europa is elektrisch en vier procent hybride. In dat tempo komt de elektrische wagen te laat om de autobouwers onder de uitstootnorm te helpen. PSA-topman Carlos Tavares vroeg de overheid al met aandrang boetes uit te stellen tot er voldoende laadpalen zijn.

Adviesbureau MSCI schat dat alle autobouwers behalve Toyota, dat sterk staat in het segment van de hybrides, het risico lopen de nieuwe normen niet te halen. Sommige analisten verwachten zelfs dat ze de prijs van hun grotere benzinemodellen zullen verhogen om boetes te vermijden.

Constructeurs willen dus hun dieselwagens nog kwijt, moeten blijven investeren in efficiëntere benzinemodellen, maar tegelijk ook volop in elektrische wagens, én, niet te vergeten, in autonoom rijden. De omstandigheden zijn, zoals BMW-voorzitter Harald Krüger het eufemistisch uitdrukt, ‘intens’.

 

http://www.standaard.be/cnt/dmf20181112_03937434

Tags: