“Het ontbreekt onze stad aan een beleid rond stadslandbouw”

kade rechteroever

 

Wanneer spreken we van stadslandbouw en niet meer van (samen)tuinieren? En is er nog plaats in en nabij onze stad om aan landbouw te doen? Verschillende belangenverenigingen trekken aan de alarmbel: “Willen we binnen twintig jaar nog boeren hebben, dan moet onze stad een visie ontwikkelen rond stadslandbouw.”

 

“Het is belangrijk om in eerste instantie een onderscheid te maken tussen stadslandbouw, zijnde landbouw die in of nabij de stad gebeurt en waarvan de groenten, de zuivel of het vlees bedoeld is voor de stad zelf, en burgers die op (tijdelijk) onbenutte plaatsen in de stad samentuintjes opzetten of voedsel in hun eigen tuin kweken. Voor ons vullen deze twee zaken elkaar aan, maar ze zijn niet hetzelfde”, stelt Jan Vannoppen van Velt (Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren).

In de stad zelf mag de ruimte dan wel beperkt zijn, in de noord- en zuidrand van de stad ligt er toch wel heel wat landbouwgrond? “Maar op dit ogenblik worden de meeste gronden benut voor de wereldmarkt en is het heel moeilijk om als boer het hoofd boven water te houden. Mochten onze boeren produceren voor onze stad, en is de Antwerpenaar bereid om een redelijke prijs te betalen voor die producten, dan wordt het voor de boeren leefbaarder en krijgen stedelingen in ruil kwaliteitsvolle voeding. Daar moet over worden nagedacht.”

Beleid blijft achter

Want de afzetmarkt is er, zo weet de organisatie. Dat meent ook Koen Wynants van Commons Lab Antwerpen, die al een decennium lang vergroeningsprojecten opzet in Antwerpen. Zo heb je boerenmarkten, buurderijen of voedselteam. Die laatste twee zijn initiatieven waarbij bewoners op vaste plekken eten kunnen kopen van boeren uit de directe omgeving: vleeswaren uit Kapellen, brood uit Aartselaar, seizoensgroenten uit Rumst.

“De vraag naar lokale landbouwproducten is er wel degelijk. Maar een uitgewerkt beleid rond dit thema heeft onze stad niet, terwijl heel wat steden die serieus met duurzaamheid bezig zijn, dat wel hebben”, stelt Wynants. “En stadslandbouwinitiatieven in de stad zelf, die zijn er amper.”

Een mening die ook organisatie De Landgenoten deelt, dat boeren aan onder meer via crowdfunding aan grond helpt. “Het is belangrijk dat onze stad een duidelijke visie ontwikkelt rond stadslandbouw. Met een handvol daktuinen gaan we er niet komen als er binnen twintig jaar geen boeren meer zijn in de omgeving van Antwerpen”, zegt Adje Van Oekelen van De Landgenoten.

“Steeds meer boeren verdwijnen. Vandaag is bijna 40% van de landbouwgrond in onze provincie in oneigenlijk gebruik. Dat wil zeggen dat deze grond niet gebruikt wordt voor landbouwdoeleinden maar bijvoorbeeld om er een paard op te zetten. Hoe zorgen we ervoor dat onze landbouwgronden binnen twintig jaar geen golfterrein of paardenmanege zijn geworden? Want de grondprijzen liggen enorm hoog en zeker opstartende boeren maken geen schijn van kans wanneer alle landbouwgrond op de vrije markt komt en per opbod aan de hoogstbiedende wordt verkocht”, zegt Van Oekelen.

“En uiteraard moet er ook worden ingezet op alles wat productief groen kan zijn. We moeten met een andere bril leren kijken naar nieuwe groene ruimtes wanneer er sites ontwikkeld worden of wanneer bijvoorbeeld de Ring overkapt wordt. Deze plaatsen moeten niet per se een park worden, er kan meer mee gebeuren.”

Publieke ruimte

Het stadsbestuur laat weten wel degelijk met het thema bezig te zijn. “Om in te spelen op de vraag naar verse groenten, meer groen, bloemen en bijen in de buurt, onderzoeken we samen met de districten waar er stadslandbouwprojecten opgezet kunnen worden. We kijken hierbij naar ruimte voor zowel professionele en grootschalige initiatieven als kleinschalige initiatieven voor inwoners. Want beide zijn voor ons complementair. De overkapping van de Ring zou dan bijvoorbeeld zo'n plek kunnen zijn”, zegt ­Liesbet Brzyk, woordvoerster van schepen van Leefmilieu Nabilla Ait Daoud (N-VA).

Wel vindt het kabinet Leefmilieu dat onze publieke ruimte optimaal ingezet moet worden voor de noden van de stadsbewoners. “In sommige gevallen kan dat inderdaad stadslandbouw zijn. Maar ruimte is altijd een uitdaging in de stad. Vele functies moeten in onze stad ondergebracht worden: huisvesting, scholen, recreatie, kinderopvang… Vaak moeten we dus op zoek naar kleinere gronden die (eventueel tijdelijk) gebruikt kunnen worden voor stadslandbouw. Ook landbouw op daken is een mogelijkheid. Denk maar aan het prachtige dak van PAKT. Moderne technologie speelt daarbij een belangrijke rol. Gaat het echter om privégronden, dan kun je mensen niet verplichten om er aan stadslandbouw te doen. Vindt een eigenaar het interessanter om zijn grond te verhuren aan iemand die er een paard op wil zetten, dan kunnen wij daar niet in tussenkomen.”

Elien Van Wynsberghe

 

Gazet van Antwerpen, 2018-07-06, pag. 26

Tags: