‘Het recht op openbaarheid staat in de grondwet’

kade rechteroever

urgers die willen wegen op het beleid, doen dat best goed voorbereid. Met kennis van zaken. Maar om dossierkennis op te bouwen heb je toegang nodig tot die dossiers. Een gesprek met Peter Verhaeghe van stRaten generaal, een van de grote ervaringsdeskundigen op vlak van inzage in bestuursdocumenten, ook wel gekend als ‘openbaarheid van bestuur’.

Lees meer: https://www.apache.be/gastbijdragen/2018/04/10/wil-je-beleidsmakers-op-andere-gedachten-brengen-laat-hen-de-mogelijkheid-van-een-elegante-exit/ © Apache

urgers die willen wegen op het beleid, doen dat best goed voorbereid. Met kennis van zaken. Maar om dossierkennis op te bouwen heb je toegang nodig tot die dossiers. Een gesprek met Peter Verhaeghe van stRaten generaal, een van de grote ervaringsdeskundigen op vlak van inzage in bestuursdocumenten, ook wel gekend als ‘openbaarheid van bestuur’.

Wat is volgens hem het grote voordeel van die openbaarheid van bestuur? “Door het bestuderen van overheidsdocumenten kunnen burgers nagaan of hun bezorgdheid over een bepaald dossier terecht is”, benadrukt Verhaeghe. Ze horen over een bepaald plan, maken zich zorgen… maar hoeven zich niet onmiddellijk negatief uit te laten. De openbaarheidsregels laten toe om het dossier in te kijken.”

Bedreigde burgers

“Vaak spreken burgers een schepen ‘en passant’ aan over hun bezorgdheid. En wat denkt die schepen dan: ‘Nog ene die komt zagen’. Soms klopt dat ook en heeft die burger het verkeerd voor. Maar noch de burger noch het bestuur mag een vooringenomenheid hebben tegenover het vraagstuk.”

Dat is niet evident want vragen van burgers vertrekken vanuit een bezorgdheid. En dat lijkt op vooringenomenheid, maar is in feite niet zo. Eigenlijk willen die burgers via de openbaarheid aftoetsen of wat in hun gedachten leeft ook een reëel probleem is.

“Zij ervaren een dreiging en willen analyseren of die indruk terecht is”, zegt Verhaeghe. “Ik vind het dus enkel logisch dat overheden alle informatie leveren.” In de praktijk stelt Verhaeghe wel vast dat de overheid soms die informatie niet wil vrijgeven of mensen net zo lang mogelijk laat wachten. Zeker wanneer het bestuur die aanvrager als een lastige, kritische burger beschouwt.

Conflict

Zo wordt de procedure van openbaarheid een conflict op zich. En toch moeten burgerinitiatieven zich daar volgens Verhaeghe niet door laten afschrikken: “Het beleid laat je soms op je honger zitten. Ik heb daar in de loop der jaren leren mee leven. Ik besef wel dat wanneer jan modaal dat meemaakt, de kans groot is dat die helemaal afhaakt, dat je die niet meer meekrijgt met het beleid… of dat die radicalere paden zal bewandelen”.

Inzage of een afschrift vragen is voor sommigen al een heel grote stap: een vorm van oppositie voeren tegen de macht. Terwijl het verkrijgen van inzage gewoon een grondrecht is.”

“Ik vindt het intrigerend. Het recht op openbaarheid staat ingeschreven in onze grondwet”, legt hij uit. “Maar in ons land kent men openbaarheid hoegenaamd niet als een vierde pijler van de democratie. Politici lijken wel te zeggen: We hebben dat recht ooit wel ingevoerd, maar we meenden dat in feite niet echt! Ik vind dit een erg fundamenteel probleem: de politieke wereld die een dergelijk grondrecht niet echt ernstig neemt.”

De politieke wereld neemt dit grondrecht niet ernstig.

 

Juridisch kluwen

Peter Verhaeghe wijst op nog een probleem: de complexe regelgeving als gevolg van de staatshervorming. Er bestaan zoveel wetgevingen openbaarheid als we regeringen hebben, elk met hun eigen regels, termijnen en beroepsmogelijkheden.

“Dat als burger allemaal moeten weten… om een document te kunnen inzien… gaat wel erg ver. Stel in het Brussels Gewest maar eens een vraag over onderwijsbeleid. Welke regelgeving is dan van toepassing? Ik wou zelf ooit inzage in een voorstudie van de minister van Justitie over de inplanting van gevangenissen.

De vraag werd eerst afgewezen omwille van een foute aanvraagprocedure… waar je dan beroep moet tegen aantekenen om vervolgens te horen dat het document, dat je zogenaamd vroeg volgens een verkeerde procedure, verloren ging in een verhuis van de administratie en niet kan geleverd worden. Je wordt er niet blij van: als iemand beroep doet op zijn burgerrecht op inzage zou het beter zijn dat een bestuur in eerste instantie alert en behulpzaam is.

Burgers moeten zich niet laten afschrikken door de complexiteit. Heeft Verhaeghe nog andere tips voor actieve burgers? Hij pleit vooral voor een formele, beleefde en zakelijke aanpak. “Laat emoties niet de bovenhand halen. Zoals gezegd kunnen bezorgdheden en frustraties terecht zijn, maar op overheden maakt dat weinig indruk. Alleen de feiten tellen. Te veel emoties werken zelfs in het nadeel van activisten.”

“Je mag mij niet verkeerd verstaan, maar voor mij zijn overheden geen mensen. Dat is een instituut”, vervolgt hij. “En dat instituut werkt met regels en papier. Wat niet op papier staat, bestaat niet voor dat instituut”.

Daarom communiceren activisten best schriftelijk. Die formele aanpak werkt beter dan een mondelinge boodschap wanneer je toevallig een schepen tegen het lijf loopt. “Die kan jouw verhaal de volgende dag al vergeten zijn – zelfs zonder kwade bedoelingen”.

Documenten detecteren

Ook luisteren vindt hij vaak belangrijker dan praten. Op informatievergaderingen kom hij zo weinig mogelijk tussen, bijna alleen met vragen om documenten te detecteren. Ooit werd er werk gemaakt van een nieuw circulatieplan in zijn thuisstad Diest. Sleutelstuk van dat mobiliteitsplan was een ondergrondse parking.

Maar hoeveel plaatsen er ondergronds zouden aangeboden worden, daarop volgde geen antwoord. Tot de schepen een aantal aangaf en hierbij verwees naar de plannen en de burgemeester instemmend knikte.

“Die uitspraak betekent dat er een plan bestaat”, stelt Verhaeghe. “Gevolg: Ik vraag die plannen op bij de stadssecretaris. Die antwoordt dat zo’n plan niet bestaat. Ik laat het daar niet bij, want de schepen heeft toch duidelijk een plan aangehaald. Misschien vergiste de secretaris zich.

Als je beleidsmakers op andere gedachten wil brengen, laat hen dan de mogelijkheid van een elegante exit. Zonder gezichtsverlies tegenover de kiezer.

 

Niet via een luide klacht, maar via een procedure bij de Vlaamse beroepsinstantie voor openbaarheid. Die onderzoekt de zaak en komt ook tot de conclusie dat het plan niet bestaat. Dan heb je wel een officieel stuk in handen dat het ontbreken van een plan bevestigt.”

Zonder goede plannen en financiële haalbaarheidsstudies kan je natuurlijk niet zeggen of die parking rendabel zou zijn. Hij geeft hierbij nog een andere tip: Als je beleidsmakers op andere gedachten wil brengen, laat hen dan de mogelijkheid van een elegante exit. Zonder gezichtsverlies tegenover de kiezer.



Lees meer: https://www.apache.be/gastbijdragen/2018/04/10/wil-je-beleidsmakers-op-andere-gedachten-brengen-laat-hen-de-mogelijkheid-van-een-elegante-exit/ © Apache

Burgers die willen wegen op het beleid, doen dat best goed voorbereid. Met kennis van zaken. Maar om dossierkennis op te bouwen heb je toegang nodig tot die dossiers. Een gesprek met Peter Verhaeghe van stRaten generaal, een van de grote ervaringsdeskundigen op vlak van inzage in bestuursdocumenten, ook wel gekend als ‘openbaarheid van bestuur’.

 

Wat is volgens hem het grote voordeel van die openbaarheid van bestuur? “Door het bestuderen van overheidsdocumenten kunnen burgers nagaan of hun bezorgdheid over een bepaald dossier terecht is”, benadrukt Verhaeghe. Ze horen over een bepaald plan, maken zich zorgen… maar hoeven zich niet onmiddellijk negatief uit te laten. De openbaarheidsregels laten toe om het dossier in te kijken.”

Bedreigde burgers

“Vaak spreken burgers een schepen ‘en passant’ aan over hun bezorgdheid. En wat denkt die schepen dan: ‘Nog ene die komt zagen’. Soms klopt dat ook en heeft die burger het verkeerd voor. Maar noch de burger noch het bestuur mag een vooringenomenheid hebben tegenover het vraagstuk.”

Dat is niet evident want vragen van burgers vertrekken vanuit een bezorgdheid. En dat lijkt op vooringenomenheid, maar is in feite niet zo. Eigenlijk willen die burgers via de openbaarheid aftoetsen of wat in hun gedachten leeft ook een reëel probleem is.

“Zij ervaren een dreiging en willen analyseren of die indruk terecht is”, zegt Verhaeghe. “Ik vind het dus enkel logisch dat overheden alle informatie leveren.” In de praktijk stelt Verhaeghe wel vast dat de overheid soms die informatie niet wil vrijgeven of mensen net zo lang mogelijk laat wachten. Zeker wanneer het bestuur die aanvrager als een lastige, kritische burger beschouwt.

Conflict

Zo wordt de procedure van openbaarheid een conflict op zich. En toch moeten burgerinitiatieven zich daar volgens Verhaeghe niet door laten afschrikken: “Het beleid laat je soms op je honger zitten. Ik heb daar in de loop der jaren leren mee leven. Ik besef wel dat wanneer jan modaal dat meemaakt, de kans groot is dat die helemaal afhaakt, dat je die niet meer meekrijgt met het beleid… of dat die radicalere paden zal bewandelen”.

Inzage of een afschrift vragen is voor sommigen al een heel grote stap: een vorm van oppositie voeren tegen de macht. Terwijl het verkrijgen van inzage gewoon een grondrecht is.”

          De politieke wereld neemt dit grondrecht niet ernstig.

“Ik vindt het intrigerend. Het recht op openbaarheid staat ingeschreven in onze grondwet”, legt hij uit. “Maar in ons land kent men openbaarheid hoegenaamd niet als een vierde pijler van de democratie. Politici lijken wel te zeggen: We hebben dat recht ooit wel ingevoerd, maar we meenden dat in feite niet echt! Ik vind dit een erg fundamenteel probleem: de politieke wereld die een dergelijk grondrecht niet echt ernstig neemt.”

Juridisch kluwen

Peter Verhaeghe wijst op nog een probleem: de complexe regelgeving als gevolg van de staatshervorming. Er bestaan zoveel wetgevingen openbaarheid als we regeringen hebben, elk met hun eigen regels, termijnen en beroepsmogelijkheden.

“Dat als burger allemaal moeten weten… om een document te kunnen inzien… gaat wel erg ver. Stel in het Brussels Gewest maar eens een vraag over onderwijsbeleid. Welke regelgeving is dan van toepassing? Ik wou zelf ooit inzage in een voorstudie van de minister van Justitie over de inplanting van gevangenissen.

De vraag werd eerst afgewezen omwille van een foute aanvraagprocedure… waar je dan beroep moet tegen aantekenen om vervolgens te horen dat het document, dat je zogenaamd vroeg volgens een verkeerde procedure, verloren ging in een verhuis van de administratie en niet kan geleverd worden. Je wordt er niet blij van: als iemand beroep doet op zijn burgerrecht op inzage zou het beter zijn dat een bestuur in eerste instantie alert en behulpzaam is.

Burgers moeten zich niet laten afschrikken door de complexiteit. Heeft Verhaeghe nog andere tips voor actieve burgers? Hij pleit vooral voor een formele, beleefde en zakelijke aanpak. “Laat emoties niet de bovenhand halen. Zoals gezegd kunnen bezorgdheden en frustraties terecht zijn, maar op overheden maakt dat weinig indruk. Alleen de feiten tellen. Te veel emoties werken zelfs in het nadeel van activisten.”

“Je mag mij niet verkeerd verstaan, maar voor mij zijn overheden geen mensen. Dat is een instituut”, vervolgt hij. “En dat instituut werkt met regels en papier. Wat niet op papier staat, bestaat niet voor dat instituut”.

Daarom communiceren activisten best schriftelijk. Die formele aanpak werkt beter dan een mondelinge boodschap wanneer je toevallig een schepen tegen het lijf loopt. “Die kan jouw verhaal de volgende dag al vergeten zijn – zelfs zonder kwade bedoelingen”.

Documenten detecteren

Ook luisteren vindt hij vaak belangrijker dan praten. Op informatievergaderingen kom hij zo weinig mogelijk tussen, bijna alleen met vragen om documenten te detecteren. Ooit werd er werk gemaakt van een nieuw circulatieplan in zijn thuisstad Diest. Sleutelstuk van dat mobiliteitsplan was een ondergrondse parking.

Maar hoeveel plaatsen er ondergronds zouden aangeboden worden, daarop volgde geen antwoord. Tot de schepen een aantal aangaf en hierbij verwees naar de plannen en de burgemeester instemmend knikte.

“Die uitspraak betekent dat er een plan bestaat”, stelt Verhaeghe. “Gevolg: Ik vraag die plannen op bij de stadssecretaris. Die antwoordt dat zo’n plan niet bestaat. Ik laat het daar niet bij, want de schepen heeft toch duidelijk een plan aangehaald. Misschien vergiste de secretaris zich.

          Als je beleidsmakers op andere gedachten wil brengen, laat hen dan de mogelijkheid van een elegante exit. Zonder gezichtsverlies tegenover de kiezer.

Niet via een luide klacht, maar via een procedure bij de Vlaamse beroepsinstantie voor openbaarheid. Die onderzoekt de zaak en komt ook tot de conclusie dat het plan niet bestaat. Dan heb je wel een officieel stuk in handen dat het ontbreken van een plan bevestigt.”

Zonder goede plannen en financiële haalbaarheidsstudies kan je natuurlijk niet zeggen of die parking rendabel zou zijn. Hij geeft hierbij nog een andere tip: Als je beleidsmakers op andere gedachten wil brengen, laat hen dan de mogelijkheid van een elegante exit. Zonder gezichtsverlies tegenover de kiezer.

Verhaeghe wijst ook op het belang van een goede formulering van vragen om inzage: “Je moet het document in kwestie zo precies mogelijk omschrijven. Maar let op: dat is een tweesnijdend zwaard! Als je een beslissing uit een dossier opvraagt uit mei 2017 en de beslissing viel net nog op 30 april, dan krijg je geheid als antwoord dat het gevraagde document niet bestaat. Ik schrijf dan ‘vermoedelijk daterend uit mei 2017.”

En als door een zogenaamde gunstige wind plots een belangrijke e-mail van een bestuur in je brievenbus beland, kan je dat document best zo snel mogelijk ook officieel via openbaarheid van bestuur opvragen. “Dan vraag je best niet rechtstreeks naar die ene mail, maar vraag je naar het mailverkeer van dat bestuur uit die periode betreffende dat onderwerp. Als dan net het gelekte mailtje zou ontbreken, dan weet je dat je op het juiste spoor zit”, knipoogt Verhaeghe.

Hij raadt activisten nog het volgende aan: “Leg de feiten bloot, bijt op je tanden en zet door. Laat niet direct het achterste van je tong zien. Leg jouw argumenten pas op tafel als je zelf over alle informatie beschikt. Heb je nog maar de minste veronderstelling dat de overheid ergens over informatie beschikt, vraag ze op. Openbaarheid van bestuur is écht een krachtig wapen!”

          Openbaarheid van bestuur is écht een krachtig wapen

Verhaeghe heeft ook nog een verbetersuggestie voor de openbaarheidsprocedure. “Maak een Vlaamse commissie voor openbaarheid, met kenners van de regelgeving, die de beslissingen neemt over inzage. Zeker kleinere gemeente hebben vaak niet de nodige kennis over openbaarheid in huis.

Vaak ontbreekt ook de onafhankelijkheid. Soms beslist vandaag geregeld zelfs een schepencollege over aanvragen tot inzage. Eigenaardig, want in feite is dat gewoon een ambtelijke beslissing van de secretaris en kan je zelfs aanvoeren dat het een miskenning is van je privacy dat het schepencollege op de hoogte wordt gebracht van je vraag.”

Een aantal tips van Peter Verhaeghe:

  •     Laat emoties niet de bovenhand halen. Ga voor een formele, beleefde en zakelijke aanpak.
  •     Activisten communiceren best schriftelijk.
  •     Als je beleidsmakers op andere gedachten wil brengen, laat hen dan de mogelijkheid van een elegante exit. Zonder gezichtsverlies tegenover de kiezer.
  •     Een goede formulering van vragen is belangrijk. Maar het is wel een tweesnijdend zwaard.
  •     Leg de feiten bloot, bijt op je tanden en zet door. Laat niet direct het achterste van je tong zien.

Dit artikel verscheen eerder in TerZake magazine van De Wakkere Burger vzw

Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Lees meer: https://www.apache.be/gastbijdragen/2018/04/10/wil-je-beleidsmakers-op-andere-gedachten-brengen-laat-hen-de-mogelijkheid-van-een-elegante-exit/ © Apache

Wim Van Roy, coördinator van ‘De Wakkere Burger’, beweging voor participatie en democratie.

Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Tags: