Overkappen in 37 stappen

Overkappen in 37 stappen

kade rechteroever

Parbleu

 

Zelfs het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid had het gezegd: ‘Als je de grens voor alcoholgebruik achter het stuur op 0,2 promille brengt, dan zou je iedereen moeten beboeten die een bordje kreeftensoep met een vleugje alcohol heeft gegeten.’

‘Van onze kreeftensoep moeten ze afblijven’, had op zijn beurt Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) gedacht, weliswaar geheel privé. ‘Weinig dingen zijn lekkerder dan kreeftensoep.’

Dat was evenwel lang niet de enige reden waarom hij het voorstel van zijn federale collega Jacqueline Galant had weggewuifd, al sprak het natuurlijk ook niet in haar voordeel dat ze Franstalig was én van de MR. Maar haar idee om de 0,2 promille alleen op te leggen aan mensen die minder dan drie jaar hun rijbewijs hadden, sloeg natuurlijk nergens op: alsof het vooral jonge chauffeurs waren die achter het stuur kropen nadat ze aan de kreeftensoep hadden gezeten, of aan iets anders met een vleugje alcohol erin. Integendeel zelfs, het was vooral zijn eigen generatie die al eens diep in het soepbord keek, was de minister niet te beroerd om toe te geven.

Het speet Ben Weyts verschrikkelijk dat hij het ook op andere punten oneens moest zijn met de MR. De invoering van het rijbewijs met punten, waarover hier nu al 25 jaar werd gesproken en dat al in 22 Europese landen een feit was, zou er mogelijk ook in deze regeerperiode in België niet meteen komen. Aan Vlaamse kant was er nochtans een meerderheid voor. Maar in hoofde van – alweer – de Franstalige MR leefde er kennelijk nog enige terughoudendheid ten opzichte van de professionele chauffeurs die te zwaar dreigden te worden getroffen door de maatregel. Maar Weyts, een man van de rede en de dialoog, maakte zich sterk: als aan die gevoeligheid tegemoet kon worden gekomen, dan kon daar met de MR wel over gesproken worden, misschien wel boven een bordje kreeftensoep. Daar konden die gasten toch ook niet vies van zijn?

Het waren drukke dagen voor de Vlaamse minister van Mobiliteit. Gisteren had hij de Staten-Generaal voor de Verkeersveiligheid bijgewoond, en vandaag was er alweer groot en goed nieuws te melden in Antwerpen. Het was een week voordien geleden al eens in de kranten aangekondigd, maar nu pas kon het officieel worden bekendgemaakt: er was een nieuwe intendant aangesteld om de volledige overkapping van de Antwerpse ring te bestuderen en te realiseren.

De gelukkige heette Alexander D’Hooghe, gaf les aan het Massachusetts Institute of Technology in Boston, USA, en wist vermoedelijk – hopelijk, het viel niet geheel uit te sluiten – waar hij aan begon: het Oosterweeldossier, dat al 17 jaar aansleepte en dat zeven jaar geleden pas goed in het slop geraakte.

Weyts was in zijn nopjes met de aanstelling van D’Hooghe, maar alvorens hij de man aan de pers voorstelde, wilde hij toch nog even de puntjes op de i zetten, de violen gelijk stemmen, nog eens uit ’s mans eigen mond vernemen wat deze nu precies van plan was.

D’Hooghe was laat op de afspraak in de Antwerpse Singel: een ongeval op de ring, drie rijvakken afgesloten, files van hier tot ginder. Dagelijkse kost, maar toch een herinnering dat er best wat vaart achter de plannen kon worden gezet. Aan het maken van de plannen, om te beginnen.

‘Wat is uw missie?’, vroeg Weyts aan D’Hooghe, toen die eindelijk op zijn bestemming was.

‘Mijn missie op basis van de bestektekst is de volledige overkapping van de Antwerpse ring’, antwoordde de professor.

‘Mooi zo’, zei de minister, die al blij was dat na een brug, een tunnel, een omleiding en een overkapping nu niet opeens van een ferry, een luchtbrug of een kabelbaan werd gesproken. ‘En hoe gaan we dat voor mekaar brengen?’

‘Vanaf 4 januari ga ik met mijn team aan de slag en in de komende maanden gaan we dan een ambitienota opstellen om een leefbaarheidsconcept uit te werken voor het hele gebied rond de ring.’

‘Een ambitienota is prima. En daarna?’

D’Hooghe kende het uit het hoofd: ‘Ook moet een bestek opgemaakt worden voor de ontwerpteams die de plannen concreter kunnen maken.’

‘Concrete plannen, ben ik voor. Hoe concreter hoe beter’, zei Weyts tevreden.

‘Ik zal ook samenwerken met een klankbordgroep, waarin allerlei belanghebbenden hun zeg kunnen doen, om zo een draagvlak te kunnen creëren.’

‘Mmm. Een klankbordgroep, hé?’ De minister vond dat bijzonder lekker klinken. ‘Een draagvlak is altijd goed, en niet onbelangrijk bij een overkapping. Hebben de leden van de verschillende actiegroepen daar iets in te zeggen?’

‘Ik vrees dat dat niet geheel uit te sluiten valt’, moest D’Hooghe toegeven.

‘Bon, wat moet, moet. En daarna?’

‘Dan zal ik projecten voorstellen die nadien door een politiek stuurcomité zullen worden beoordeeld’, beloofde D’Hooghe.

‘Politiek stuurcomité?’

‘Welja, om onder meer te kijken naar budgetten, hinder, terugverdieneffecten door de vrijgekomen plaats op de overkapping….’

‘Misschien is daar wel ruimte voor een Uplace, als ze het in Vilvoorde niet willen. Is Geert Bourgeois ook content’, grapte de minister tussendoor. ‘En dan?’

D’Hooghe bekeek de minister onbegrijpend. ‘Dat is het zo ongeveer, meneer Weyts.’

‘Werkelijk? Laat mij even recapituleren: ambitienota, ontwerpteams, klankbordgroep, draagvlak, politiek stuurcomité, concrete plannen.’

‘Leefbaarheidsconcept niet vergeten’, zei D’Hooghe, die hierbij een vingertje opstak.

‘Zeker niet. Zonder leefbaarheidsconcept moeten we er zelfs niet aan beginnen. Hoelang ging dat werk van u en uw team ook alweer duren?’

‘Een jaar of twee?’

‘En dat kost ons?’

‘2,3 miljoen euro. Niet gratis, maar eigenlijk verwaarloosbaar met wat het Oosterweelproject al gekost heeft en nog kosten zal’, merkte D’Hooghe op. Het klonk iets onheilspellender dan hij het had bedoeld.

‘En dan zijn de plannen klaar en kunnen we eindelijk beginnen dat ding te bouwen?’, wilde Weyts zich nog eens laten garanderen.

‘In theorie wel’, verzekerde D’Hooghe.

‘Parbleu’, zei de Vlaamse minister van Mobiliteit. ‘Zo gemakkelijk is het dus. Ik vraag me werkelijk af waarmee mijn voorgangers zoveel tijd hebben verloren. Kreeftensoepje?’

Jo Van Damme
De standaard 19-12-2015
http://www.standaard.be/cnt/dmf20151218_02027984

Tags: