'Ik ben tegelijk wel en niet van hier'

kade rechteroever

Bernard Dewulf (51) beleeft vandaag zijn vuurdoop als stadsdichter van Antwerpen. Sinds de geboren Brusselaar 22jaar geleden in de Scheldestad neerstreek, beleefde hij er zijn beste jaren. 'Ik ben tegelijk wel en niet van hier', stelt hij.

 

Met zijn eerste schrijfsel presenteert stadsdichter Bernard Dewulf (51) zich vandaag aan Antwerpen. Daarmee treedt hij in de sporen van Tom Lanoye, Ramsey Nasr, Bart Moeyaert, Joke Van Leeuwen en Peter Holvoet-Hanssen.

Kort geleden won u de Libris Literatuurprijs en de Inktaap. Wat betekent de aanstelling als Antwerps stadsdichter voor u?

Bernard Dewulf: 'Ik beschouw dit als een vorm van thuiskomen. Al heb ik nooit de illusie gekoesterd dat ik hier volledig zal aarden. In tegenstelling tot bijvoorbeeld mijn kinderen ben ik niet van hier. Hoewel ik een beetje jaloers ben op mensen die kunnen wonen op de plek waar ze zijn opgegroeid, vind ik dat niet erg. Antwerpen wordt nu eenmaal niet bewoond door enkel Antwerpenaren. Eigenlijk ben ik tegelijkertijd wel en niet van hier. Daardoor zit de stad wel in mij, maar blijft er een zekere afstand. Met dat gegeven speel ik graag, zoals ik dat al in mijn eerste gedicht doe.

 

Observeren

 

U wil het anders aanpakken dan uw voorgangers. Wat is de bedoeling?

'Al lachend heb ik mezelf een 'waarnemend' stadsdichter genoemd. In de eerste plaats zal ik observeren hoe mensen samenleven. Daarbij wil ik mezelf zeker niet opdringen, maar bij veel mensen leeft het stadsdichterschap als een geestdrift. Om die reden neem ik een afwachtende houding aan en sta ik open voor vragen. Het enige wat ik al zeker weet, is dat alles op het einde zal leiden tot een boekje.

 

In lijn met uw bejubelde werk 'Kleine dagen'?

'Hoewel ik dat niet expliciet heb vermeld, spelen die verhalen zich inderdaad ook in Antwerpen af. Bij dit project wil ik de stukjes proza van de komende twee jaren echter bundelen tot een volwaardig portret van de stad. Daarvoor wil ik bijvoorbeeld graag poëzie maken over het Schoonselhof. Kerkhoven liggen buiten de samenleving, wat het voor mij een uitdaging maakt om ze er toch op een symbolische manier bij te betrekken.

 

Aanklagen

Is Antwerpen dezer dagen nog meer een dankbaar onderwerp?

'Het is moeilijk te zeggen wat op ons afkomt. Er zijn de verkiezingen, maar ik ga sowieso niet inspelen op de politieke anekdotiek. Anderzijds zal ik het niet laten om zaken aan te klagen. Toen ik nog in de 'Brederodebuurt' woonde, heb ik in meerdere stukjes mijn ontevredenheid geuit over hoe smerig het daar was.

 

Verwacht de commissie dat van u?

'Neen. Ze weten dat ik een ingetogen observator ben. Men verwacht trouwens ook niet dat ik maandelijks met een spectaculair gedicht kom aanzetten.'

 

Tot slot: zal u als kunstkenner de link leggen met andere uitdrukkingsvormen?

'Een samenwerking met een theatergezelschap lijkt me wel wat. Ik wil iets doen over het lopende jaar ter ere van de Antwerpse schrijver Maurits Gilliams. Anders dan bij Willem Elsschot wordt voor hem nauwelijks wat georganiseerd. Dat is ronduit schandalig.'

 

Dank voor het gesprek en veel succes.

www.antwerpenboekenstad.be

Matthias Adriaensen
Het Nieuwsblad 26-01-2012
http://www.nieuwsblad.be/Article/Detail.aspx?articleid=VN3LCRIH

Tags: