Kan de stad de welvaartstaat redden?

kade rechteroever

In het ongebreidelde optimisme over de stad zouden we vergeten dat de stad ook armoede aantrekt

 


STIJN OOSTERLYNCK

Er broeit wat in de stad. In de marges van het sociaal beleid ontstaan sinds de late jaren 1970 kleine, lokale projecten in steden.

Organisaties uit het middenveld, sociale ondernemers en lokale overheden experimenteren met nieuwe manieren om armoede en ongelijkheid te bestrijden.

Het kan gaan om vormen van sociale economie, die de langdurige uitsluiting van een steeds meer veeleisende arbeidsmarkt bestrijden. Soms zijn die gekoppeld aan ecologische uitdagingen, zoals bij de kringloopwinkels. Andere voorbeelden: sociaal-artistieke organisaties die producties opzetten met OCMW-cliënten, bredeschoolwerkingen die de drempel van de school voor gezinnen in armoede verlagen of buurtsportinitiatieven voor kansarme jongeren.

Andere projecten spelen in op het gebrek aan toegang tot (kwaliteitsvol) voedsel, zoals sociale kruideniers of stadslandbouw in achtergestelde buurten. In de woonsector faalt de nationale overheid reeds lang om het grondwettelijk verankerd recht op toegang tot een kwaliteitsvolle woning voor iedereen te realiseren.

Daar wordt geëxperimenteerd met huurderscoöperatieven en community land trusts. In de gezondheidszorg ontstond het succesvolle model van de wijkgezondheidscentra, die de financiële drempels weghalen en aandacht hebben voor de sociale context waarin gezondheidsproblemen ontstaan.

Creatieve bijenkorven

Deze vormen van lokale sociale innovatie voeden het optimisme over de stad. Dat optimisme leidt tot boude uitspraken over de rol van de stad in de 21ste eeuw.

Voor stadsonderzoeker Eric Corijn heeft de natiestaat afgedaan en zal de stad de wereld moeten redden.

De Amerikaanse auteur Benjamin Barber lauwerde onlangs nog burgemeesters van steden overal ter wereld voor de manier waarop zij de grote maatschappelijke problemen zoals de klimaatopwarming pragmatisch weten aan te pakken. Dirk Holemans van de ecologische denktank Oikos ziet Vlaamse steden als creatieve bijenkorven waarin we gezamenlijk onze sociaalecologische toekomst uittekenen.

De negatieve sfeer die lang rond de stad hing is de voorbije decennia duidelijk omgeslagen. Maar in dit ongebreidelde optimisme over de stad zouden we bijna vergeten dat de stad ook vandaag nog armoede aantrekt. In de schaduw van de hippe en creatieve stad leeft een voor de buitenwereld weinig zichtbare stad van uitzichtloze armoede en schrijnende deprivatie.

Deze bewoners hebben een voltijdse dagtaak aan overleven in de hoop dat het hen - of hun kinderen - in de toekomst beter mag vergaan.

Om de armoede en ongelijkheid in de industriële stad aan te pakken, voerde de arbeidersbeweging een harde sociale strijd voor sociale rechten, bescherming en herverdeling. Vandaag heeft de nationale welvaartstaat die uit die strijd ontstond het moeilijk om de armoede adequaat te bestrijden.

Die armoede is zich de laatste decennia in de postindustriële stad gaan ophopen. Langdurige werkloosheid bij laaggeschoolden, de precaire situatie van eenoudergezinnen, hardnekkige schoolachterstand en gekleurde armoede stellen het sociale beleid op de proef. Op de koop toe zijn de egalitaire denkbeelden achter dit sociale model onderhevig aan een niet-aflatende kritiek. De ideologen van de ongelijkheid snoeren de grenzen van de solidariteit steeds nauwer aan en promoten de arbeidsmarkt als de ultieme scheidsrechter voor het recht op een waardig inkomen.

Maar als de stad de wereld kan redden, zoals steeds meer auteurs ons voorhouden, kan ze dan niet beginnen met de welvaartstaat?
De lokale vormen van sociale innovatie die de voorbije decennia opborrelden in de stad kunnen de welvaartstaat helpen om de sociale
bescherming aan te passen aan nieuwe sociale noden. Nieuwe middenveldspelers kunnen een rol spelen in het sociale beleid en haar instrumenten en interventies effectiever maken.

Er is echter een belangrijke 'maar', die nogal wat pleitbezorgers van de stad te dikwijls uit het oog verliezen. De stad kan de staat niet vervangen. Stedelijke vormen van sociale innovatie ontstaan enkel daar waar er initiatief toe genomen wordt. Ze organiseren dus geen gelijke toegang tot diensten en goederen voor wie daar nood aan heeft. Niet iedereen die te weinig inkomen heeft om medische zorg of een eigen woning te betalen vindt een wijkgezondheidscentrum in de buurt.

 

Sociale rechten

Wil stedelijke sociale innovatie echt het verschil maken in de strijd tegen ongelijkheid, dan moet die gecombineerd worden met een van de belangrijkste sociale innovaties aller tijden, namelijk sociale rechten.

Het succes van wijkgezondheidscentra of community land trusts moet de overheid niet op haar lauweren doen rusten. Het moet net de aanzet zijn om een wetgevend kader te scheppen voor de erkenning en (eventuele) financiële ondersteuning van die initiatieven.

De overheid kan de kwaliteit en gelijke toegang garanderen. Op die manier creëren we meer effectieve instrumenten om sociale rechten te realiseren en aan te scherpen.

De Europese Commissie werpt zich de voorbije jaren op als grote pleitbezorger voor lokale sociale innovatie. Ze lijkt er het perfecte excuus in te zien om haar besparingsagenda te legitimeren.
 Zo wordt de verantwoordelijkheid van overheden voor het welzijn van allen op hun grondgebied afgewenteld op de creativiteit en het engagement van het middenveld, sociale ondernemers en lokale instellingen.

Welvarende klassen Stedelijke sociale innovatie als vrijgeleide voor het afbouwen van de welvaartstaat in budgettair krappe tijden. In Groot-Brittannië vormt het de kern van het door de Conservatieven gepromote 'Big Society' programma. Alleen blijkt daar nu al dat een regering die bespaart op sociale dienstverlening de veerkracht van het middenveld, sociale ondernemers en lokale instellingen nekt. En dus ook hun capaciteit tot sociale innovatie.

Er is nog een goede reden waarom we niet kunnen volstaan met de creativiteit en het engagement van het nieuwe stedelijke middenveld.

Dat toont de poging van de Antwerpse ex-burgemeester Janssens om het stedelijke sociale beleid te herdenken en een nieuw sociaal contract voor te stellen. Zijn verhaal helt dominant over naar voorwaarden en plichten voor wie in de stedelijke samenleving een beroep moet doen op sociale dienstverlening.

De welvarende klassen ontbreken in zijn verhaal. Dat is geen toeval, want in Vlaanderen bevindt de rijkdom zich vooral buiten de stad.

Wie een sociaal contract afsluit op het niveau van de stad, mist dus grotendeels de meer welvarende sociale klassen. Dat is meteen een belangrijke reden waarom een sociale stad niet kan zonder een herverdelende staat.


Autoriteit van het nieuwe Vlaanderen
 

ERIC CORIJN
De meerderheid van de mensheid leeft vandaag in steden. Ook de nieuwe economie is stedelijk. We moeten nog leren hoe zo'n stedelijke samenleving het best wordt geregeld. Want: een stad is geen land, en de oude recepten uit de negentiende eeuw (nationalisme) of uit de twintigste eeuw (sociaal contract) staan onder druk van de mondialisering en de neoliberale politiek. Stedelijk beleid in een mondiale context vergt - zeker in Vlaanderen - een serieuze mentale omslag. Onze 'elites' verkiezen nog de voorstad, zijn de tradities van de Vlaamse kleine stedelijkheid gewoon. De grote stad wordt gezien als een gebruiksvoorwerp, het liefst goed bereikbaar met de auto, met propere pleinen en mooie winkels, met veel blauw op straat en zo weinig mogelijk migranten. Het is niet makkelijk in Vlaanderen de stem van de diversiteit en de nieuwe wereldorde te laten horen.

Stijn Oosterlynck gaat die discussie niet uit de weg. Zijn opleiding en onderzoek in binnen- en buitenland gaat juist expliciet in op die nieuwe meerschalige wereld, waarin 'onafhankelijkheid' niet meer bestaat en is vervangen door 'interdependentie'. En dat is ingewikkelder dan gewoon 'Vlaanderen in Europa in de wereld', want het gaat om netwerken en knooppunten op steeds weer een verschillende schaal. Dat vergt ernstig wetenschappelijk onderzoek en het herdenken van heel wat schema's.

Oosterlynck wordt een autoriteit op dat vlak. Maar hij verstopt zich niet in de academie. Hij neemt deel aan het maatschappelijke debat. Als opiniemaker. Als schrijver van leesbare boeken. Of als initiatiefnemer van een denktank als de Vooruitgroep, waarin nu al zo'n zeventig intellectuelen samen zitten. Ook dat is het nieuwe Vlaanderen.

De Morgen 13-07-2013 pag. 19

Tags: