Laat de macht los

kade rechteroever

Uit cijfers vrijgegeven door de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Geert Bourgeois, blijkt dat 55 van de 308 burgemeesters vroegtijdig zijn opgestapt tijdens de huidige regeerperiode. Die vaststelling leidde de voorbije week tot een debat over de toegenomen mondigheid van burgers. Bestuurders zouden ontmoedigd raken door grove mails en scheldpartijen, door kiezers die te assertief zijn geworden.

Uit een rondvraag bij afgehaakte burgemeesters in Het Belang van Limburg (10 januari) leren we dat die analyse wellicht niet klopt. Eén op de vijf Limburgse burgemeesters hield ermee op, maar geen enkele ex-burgemeester gaf de ‘mondige burger' op als reden. De meeste burgemeesterwissels waren het gevolg van gemaakte afspraken bij het begin van de ambtstermijn. Als de krant expliciet polst naar het eventuele aandeel van burgergedrag in de beslissing, volgen opvallende reacties. ‘Dat de mensen nu te kritisch zijn is ouwemannenpraat', zegt ex-burgemeester Jef Gabriëls (CD&V) van Genk.' ‘Hoe mondiger de burger, hoe beter het bestuur', meent burgemeester Jean-Paul Peuskens (SP.A) van Bocholt. ‘Zo blijf je ook waakzaam en alert als politicus.'

De relatie tussen politicus en burger is inderdaad grondig veranderd in de voorbije decennia. De kunst is om daarmee te leren omgaan zonder het debat over individuele hufterigheid te vermengen met het debat over legitieme vragen om participatie.

Van hun sokkel gevallen

Al sinds de jaren tachtig wijst socioloog Luc Huyse erop dat beroepspolitici steeds meer hun politieke macht moeten delen met andere segmenten uit de maatschappij. Met de media, het bedrijfsleven, de magistratuur en met de burger. Dat geldt overigens voor elk van die groepen: het tijdperk van verticale verstandhouding is voorbij. De wereld is ‘horizontaler' geworden, zo ook de communicatie, het maken van afspraken, de besluitvorming. The world is flat, schreef Thomas Friedman. Codewoorden van deze nieuwe wereld zijn netwerking, de ‘wolk', wisdom of the crowds, decentralisering, onderhandelingsdemocratie, user generated content, connectiviteit, open processen.

Binnen de democratische maatschappij maken we een krachtige paradigmashift mee, die de burger een meer centrale rol toebedeelt. Of zoals burgemeester Ingrid Pira (Groen) het formuleerde in Reyers Laat: ‘Gezagsfiguren als de arts, de leerkracht en de pastoor zijn van hun sokkel gevallen. Dat evidente gezag bestaat niet meer, je moet het nu echt verdienen.'

Het internet stimuleerde en versnelde dit proces. Informatie die vroeger binnenskamers bleef, raakt nu vlugger verspreid en verwerkt. Ook kan eenieder nu meteen en rechtstreeks communiceren met welke gezagsdrager dan ook. Die evoluties gaan gepaard met een verhoogde scholingsgraad en een verlaagde sociale drempel (de sociale kloof wordt kleiner. Met emancipatie, quoi.

 

Scheldcommunicatie en actiecomités

Scheldpartijen op fora en in mails zijn daarbij niet zozeer uitingen van toegenomen mondigheid dan wel van breder gecommuniceerde cafépraat. Vroeger wist de gezagsdrager maar half wat er over hem gezegd werd. Vandaag vangen hoge bomen de wind in het gezicht. Dat geldt trouwens ook voor de mondige burger zelf. Woordvoerders van actiecomités ontvangen evengoed agressieve mails en zijn soms ook kop van Jut op discussiefora.

Scheldcommunicatie is frustratie die in rondjes draait. In zekere zin relevant, maar inhoudelijk kun je er weinig mee aanvangen. Als burgemeester beantwoord je de onbeschofte mail best op een beleefde, inhoudelijke manier. Meestal werkt die eerste respons al kalmerend. Volgt nog onbeschoftheid, hou er dan mee op. Terecht merkt burgemeester Daniël Termont (SP.A) op: ‘Benaderbaar zijn, dat is niet hetzelfde als over je heen laten lopen.' Even juist is de reactie van Marianne Thyssen dat je als politicus niet moet proberen iedereen te vriend te houden. (DS 10 en 12 januari)

Behalve individuele mails en lezersreacties is er het protest van georganiseerde burgers in actiecomités. Ook dat zou aanleiding geven tot ontmoediging bij burgemeesters. Een klassieker in politieke kringen luidt steevast: ‘Met al dat protest krijg je hier niets meer gerealiseerd. In China beslist men gewoon en gaat het vooruit.' Hier klinkt de frustratie van top-downdenkers, die de corruptie en intimidatie waarbinnen dergelijke vooruitgang tot stand komt, buiten beeld houden. De reactie op hun verzuchting ligt dan ook steevast voor de hand: waarom verhuizen ze niet naar China? En daar houdt het gesprek op. Verwijzen naar de gang van zaken in minder democratische gewesten helpt niemand vooruit in dit debat. We moeten kijken naar onze eigen context.

Die context is de geschetste democratisering van politieke deelname, maar ook – en vaak onderschat – een extreme druk op de beschikbare ruimte. Vlaanderen en Brussel zijn samen amper 13.700 km² groot (of klein). Er wonen 7,5 miljoen mensen. Deze gewesten behoren tot de meest verstedelijkte gebieden van Europa, met een hoge druk op de open ruimte als gevolg. Door hun centrale ligging vormen ze ook het centrum van verkeersknooppunten. Beide factoren creëren een lastige context voor lokale bestuurders: de aanspraak op de ruimte vereist van hen een grotere democratische behendigheid dan van veel collega's in ruimtelijk beter bedeelde regio's. Hetzelfde geldt voor hun Nederlandse collega's.

Macht delen

Die behendigheid veronderstelt het loslaten van hiërarchisch denken en het voluit integreren van wat we collectieve expertise kunnen noemen. Machtsdeling is de toekomst, en politici die daar slim mee omgaan, krijgen heus wel projecten gerealiseerd. Vandaag moeten bestuurders oog hebben voor het kanaliseren van competenties, ook die van burgers. Politici die dit niet doen, schieten zichzelf stelselmatig in de voet.

Aan burgemeesters die soms moedeloos worden: negeer de schofterigheid en integreer de relevante mondigheid. Betreur de uitwassen en juich de toename van collectieve intelligentie toe. Besef dat onbeschoftheid beantwoorden met pleidooien voor een nieuwe kloof, een zwaktebod is. Neem ook uw adviesraden ernstig, bevolkt met... mondige burgers. Helaas komt de adviesvraag nog al te vaak nadat dossiers al partijpolitiek vastgeklonken werden. Een praktijk waar parlementslid Ivan Sabbe (LDD) deze week nog op wees in De Tijd (10 januari).

Schijninspraak is de domste vorm van inspraakverlening, zowel inhoudelijk als procesmatig. De tendens richting een verhoogde vraag naar participatie en een verhoogde controle van besturen (incluis scheldmails) is onomkeerbaar. Verstandige bestuurders gaan efficiënt om met deze evolutie naar nieuwe machtsevenwichten. Een verhoogde transparantie vormt daarbij de sleutel, niet het koesteren van gezagsverhoudingen uit het verleden.

Manu Claeys
De Standaard 14-01-2012
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=313KQD7U

Tags: