Luchtvervuiling

afbeelding

een grote bedreiging voor onze gezondheid

Science Connection 04-03-10

Luchtvervuiling is een ernstig probleem voor de volksgezondheid. Maar hoewel luchtvervuiling en de bezorgdheid voor de gezondheid alles behalve nieuw zijn, is er toch pas sinds de 19e eeuw echt belangstelling voor dit probleem. In die tijd was de lucht in de grote Europese steden in de winter geregeld vervuild met steenkooldampen. De mist die zo ontstond, noemen wij vandaag smog. Ondertussen wordt een onderscheid gemaakt tussen zomer- en wintersmog, een mist van vervuilende stoffen met een verschillende concentratie die afhangt van specifieke chemische reacties afhankelijk van de atmosferische omstandigheden van het ene of het andere seizoen1.

1. De term smog verwijst naar de giftige combinatie van gassen (NOx) en fijnstof¬deeltjes, die vaak in de vorm van droge nevel in de lucht voorkomen. Smog (zomer) is een geel- of bruinachtige mist die meestal op warme, windstille dagen in de lucht voorkomt. Er bestaat echter ook zoiets als wintersmog. Die lijkt sterk op de zomerva-riant. Wintersmog doet zich voor in de vorm van een vervuilende wolk dicht bij de grond als gevolg van bepaalde meteorologische omstandigheden. De samenstelling verschilt wel licht van de zomervariant. Zomersmog is een combinatie van vervuilende stoffen met ozon als belangrijkste bestanddeel, wintersmog heeft fijnstofdeeltjes als belangrijkste bestanddeel. De beperkte concentratie ozon in wintersmog is te wijten aan de meteorologische omstandigheden. De koude temperaturen en de beperkte ultraviolette straling van de zon zorgen voor weinig ozon in de lage atmosfeer.

De follow-up en meting van die luchtvervuiling waren tot voor enkele jaren vooral een technische kwestie. De afgelopen jaren is het probleem echter steeds hoger op de politieke agenda gekomen. Vroeger lag de nadruk vooral op de vervuiling door steenkoolverbranding en op de industriële vervuiling, zeker na de drama's in Engis (1930) en Londen (1952). Tegenwoordig worden de problemen veel meer geassocieerd met de uitstoot van motorvoertuigen in de steden (een derde van de uitstoot van fijnstofdeeltjes), met de uitstoot van vervuilende stoffen uit de industrie en de landbouw in de steden en op het platteland, en met de gevolgen van het gebruik van huishoudelijke producten en verwarming.

Luchtvervuiling, een steeds grotere bedreiging

Wij verbranden steeds meer brandstoffen om onze voertuigen (auto's, vracht¬wagens, bussen, enz.) aan te drijven en om elektriciteit voor een massa huishou¬delijke en professionele apparatuur op te wekken. Tegelijk dragen de industrie en de intensieve landbouw, die ons van allerlei producten en diensten voorzien, bij tot een steeds slechtere luchtkwaliteit.

Auto's, vrachtwagens, landbouw en industrie liggen aan de basis van de toene¬mende vervuiling, vooral dan met zwaveldioxide (SO2) en stikstofoxiden (NO2) en met ozon (O3). Bovendien zijn ze verantwoordelijk voor een microscopisch stof, de fijnstofdeeltjes van minder dan één honderdste millimeter. Het ozon in de hoge atmosfeer beschermt ons tegen de ultraviolette stralen van de zon en ab¬sorbeert een aanzienlijk deel van die stralen. Maar op laag niveau (troposferisch ozon), waar dit gas kan worden ingeademd, is het schadelijk bij te hoge concentraties. Ozonvervuiling op de grond is het gevolg van een complex mechanisme. Troposferisch ozon wordt gevormd bij bepaalde temperaturen en bij een bepaald aantal uren zon (met ultraviolette zonnestralen) en ontstaat uit primaire vervuilende stoffen die hoofdzakelijk uit vluchtige organische stoffen en stikstofoxiden (NOx) bestaan. Deze stoffen worden vooral uitgestoten door auto's, schoorstenen en verbrandingsovens en bij bosbranden.

Deze smog is op de piekmomenten een van de belangrijkste zorgen van de overheid omdat deze vorm van vervuiling de cardiopulmonale risico's voor kwetsbare groepen verhoogt. Smog is trouwens niet altijd zichtbaar. Hoewel smog vaak in de grote steden ontstaat, ligt de concentratie in de rand en op het platteland vaak even hoog, soms zelfs hoger. Een hoge smogdichtheid wordt vaak geassocieerd met de zomer omdat de zon dan meer schijnt en het warmer is. Toch is smog een fenomeen dat zich het hele jaar door kan voordoen. Wintersmog is vooral zorgwekkend wanneer stilstaande lucht vervuilende stoffen van houtverwarming en voertuigen opneemt.

Hoe is luchtvervuiling schadelijk voor onze gezondheid?

In 1930 in Engis en in 1952 in Londen werd de directe link tussen luchtvervuiling en gezondheid voor het eerst gelegd. Bij die twee rampen kregen duizenden mensen ademhalingsproblemen. De allerzwaksten stierven aan cardiopulmonale aandoeningen die werden verergerd door de verhoogde smogconcentratie als gevolg van de verbranding van steenkool in de winter. De invloed die luchtvervuiling, en meer bepaald smog, op mensen heeft, verschilt sterk van individu tot individu en is afhankelijk van factoren zoals leeftijd, gezondheid, activiteitsniveau, socio-economische situatie en blootstellingsintensiteit. Mensen met cardiopulmonale aandoeningen, astma of allergieën lopen het meeste risico. Een aantal van die problemen komen vaak bij oudere mensen voor. Zij zijn dan ook bijzonder gevoelig voor de negatieve gevolgen van luchtvervuiling. Kinderen kunnen er ook heel gevoelig voor zijn omdat hun ademhalingssysteem zich nog aan het ontwikkelen is en zij over het algemeen heel actief zijn. De gevolgen kunnen chronisch of acuut zijn, van licht geïrriteerde luchtwegen en ademhalingsmoeilijkheden, over hoesten, een verminderde longfunctie of een verergering van ademhalingsinfecties tot zelfs longkanker.

Onderzoek: een absolute noodzaak
Het Federaal Wetenschapsbeleid wil met zijn programma 'Wetenschap voor een duurzame ontwikkeling' (SDD) bijdragen tot een aanpak van de verschillende aspecten van de problematiek door verschillende projecten te ondersteunen (PM2-TEN; SHAPES; PAR-HEALTH; IBOOT; BIOSOL; AGACC; SMOGSTOP2). Bovendien wil het Federaal Wetenschapsbeleid de essentiële communicatie tussen de verschillende actoren (wetenschappers, besluitvormers en vertegenwoordigers van het middenveld) vergemakkelijken door symposia te organiseren onder de naam 'SDD-ontmoetingen'.

Natuurlijk werden de laatste decennia al enorme inspanningen goedgekeurd om de luchtvervuiling terug te dringen. Tegelijk is onze kennis over luchtkwaliteit en  gezondheid toegenomen. Maar zoals op de tweede SDD-ontmoeting met als onderwerp 'Gezondheid en kwaliteit van de buitenlucht" is gebleken, is er nog veel nieuw onderzoek nodig om de meest adequate maatregelen op elkaar af te stemmen (wetgeving, risico-evaluatie, inzicht in de processen, enz.). Bovendien blijven nog veel vragen onbeantwoord over kwesties zoals de toepasbaarheid, de performantie en de gecombineerde waarde van de vervuilingsindicatoren.
Acties op regionaal, communautair of federaal niveau
Ziekten als gevolg van buitenluchtvervuiling voorkomen en terugdringen door voor 'schone lucht' te zorgen, is een van de prioriteiten van de Wereldgezondheidsorganisatie-Europa en haar leden. Met hun actieplannen voor een gezondere omgeving willen ze hiertoe bijdragen. Zo is er het programma 'Schonere lucht voor Europa' (CAFE) dat door de Europese Unie in mei 2001 werd opgestart en dat het kader moet scheppen om nieuwe normen betreffende luchtkwaliteit en nationale emissieplafonds voor fijnstofdeeltjes en troposferisch ozon vast te leggen. Die twee vervuilers worden de laatste jaren immers als de grootste boosdoeners gezien (klimaatverandering en de impact van chemische vervuilers op de volksgezondheid).

Verhouding tussen sectoren, uitstoot, luchtvervuiling en negatieve gevolgen.

SO2: zwaveldioxide; PM: fijnstofdeeltjes; NH3: ammoniak; NOx: stikstofoxiden; VOC: vluchtige organische stoffen.

(Bron : RAINS, CBA, based on EEA, Air pollution in Europe  1990-2000,  Topic   report  4/2003. "Annex to the communication on thematic strategy on Air Pollution (2005)" - p26)

2. www.belspo.be/belspo/ssd/science/pro-ject_nl.stm

3. www.belspo.be/belspo/ssd/agenda_nl. stm, rubriek 'afgelopen evenementen'

Andere federale maatregelen, zoals de plannen van de verschillende Belgische overheden (bijv. het Nationaal Milieu-Gezondheidsplan, het Actieplan ter bestrijding van de luchtvervuiling, het Hittegolf- en Ozonpiekenplan) dragen eveneens bij tot dit doel. Om aan de eisen van de Europese kadernorm (AIR 96/62/EU) te voldoen hebben het Waalse, het Brusselse en het Vlaamse Gewest een actieplan ter bestrijding van pieken in de vervuiling door fijnstofdeeltjes opgesteld. Maar die maatregelen volstaan niet en garanderen absoluut geen betere luchtkwaliteit.

Bovendien, en ondanks het feit dat luchtvervuiling geen grenzen kent, moeten we het stellen met een wetgevend beleid dat versnipperd en geregionaliseerd is. Elk coherent beleid moet in overleg met alle niveaus tot stand komen.

Meer vorming en informatie


Het informeren en bewustmaken van de bevolking is een essentiële hefboom om luchtvervuiling aan te pakken. Het beleid moet dan ook dicht bij de mensen staan. Er moet rekening worden gehouden met de verschillende doelgroepen. Door de bevolking op allerlei manieren te betrekken (actieve participatie, dialoog, infor¬matie enz.) zal ze een beter inzicht krijgen in het waarom van de keuzes en beslissingen. Er is nood aan een ethisch en strategisch 'communicatiebeleid' dat in belangrijke mate kan bijdragen tot de bewustmaking van de bevolkingsgroepen over luchtvervuiling en de manier waarop we ons hieraan kunnen en moeten aanpassen.

De vervuilingsindicatoren en hun impact op de gezondheid
• Zwaveldioxide (SO2) uit brandstoffen kan de ademhalingscapaciteit bij kinde¬ren aantasten.
• Fijnstofdeeltjes kunnen de werking van de longen aantasten en zijn kanker¬verwekkend. Ze kunnen ook tot een hoger sterftecijfer leiden door respira¬toire of cardiovasculaire problemen.
• Stikstofoxiden (NO2) dringen in de fijnste vertakkingen van de luchtwegen door, veroorzaken astmacrises en maken de bronchiën infectiegevoelig, vooral bij kinderen.
• Ozon (O3) op grondniveau is een irri¬terend gas dat bepaalde symptomen op¬wekt, zoals hoesten of een pijnlijke ademhaling. Het kan de werking van de longen aantasten, wat kan leiden tot ontstekingen van de luchtwegen, beschadiging van het longweefsel en een verminderde ademhalingscapaciteit.
• Koolstofmonoxide (CO) wordt vooral uitgestoten door motorvoertuigen. Dit gas hecht zich in plaats van zuurstof op de hemoglobine in het bloed waardoor de organen te weinig zuurstof krijgen. Deze vervuiler veroorzaakt hoofdpijn, duizeligheid, braken en cardiovasculaire problemen.

 

Emmanuele Bourgeois en Mohssine El Kahloun

Science Connection 28 blz. 32-35

http://www.belspo.be/belspo/home/publ/pub_ostc/sciencecon/28sc_nl.pdf

 

meer nieuws

09/02/2012 Overkapping Ring

 

 

bezoek www.forum2020.be