Mediterrane koekenstad
Het studiopubliek van Reyers Laat klapte extra hard in de handen nog voor er iets werd gezegd aan de tafel van Lieven van Gils. Allicht kwam dat, aldus de zichtbaar trotse moderator, omdat deze keer de wereldvermaarde filmregisseur Oliver Stone mee aanschoof. Een beleefde openingsvraag zoals 'Have you enjoyed your stay so far?' deed de Amerikaan al meteen bijten, zij het met een glimlach.
Stone betreurde het feit dat de bomen op de Antwerpse Keyserlei net waren gerooid. 'Antwerp used to be an early lovely city. But the developers have kinda killed it off. They are making everything corporate now.'
Als Antwerpenaar gingen deze woorden, o lezer, als een steek door mijn hart. Ik wou de mens vanuit mijn zetel meteen gerust stellen dat het allemaal nog meeviel. Maar tegelijk kwam het spook van wijlen volkszanger Wannes Van de Velde mij treiteren. Decennialang heeft deze koppigaard net hetzelfde aangeklaagd als Oliver Stone. Ik kan me voorstellen wat hij zou gevonden hebben van de plannen van de stad Antwerpen om samen met een Spaanse architect de De Keyserlei te transformeren in een 'Rambla' a la Barcelona (al horen ze op het Schoon Verdiep liever het volks bedoelde 'via sinjoor').
Wat is dat toch voor een provincialistische gedachte om te verlangen naar een zuiders klimaat in eigen stad? Op Antwerpen Zuid zijn er al jaren talloze bars en restaurants te vinden die hopen dat er een wolkje Toscane hen omgeeft zodra ze een imitatie aanbieden van Toscaanse streekproducten en er zijn er anderen die mikken op Madrid in een late zomerzon bij het serveren van tapas. In diezelfde wijk kan ik een paar herenhuizen aanwijzen die pronken met schattige Italiaanse luikjes die in feite bedoeld zijn om een hete zuiderse zon buiten te houden. Ik herhaal: buiten, niet binnen.
Dezelfde waanzin heeft er alweer bijna twintig jaar geleden voor gezorgd dat architect b0b van Reeth de Groenplaats meteen al in een zavelplein in de Provence zag transformeren, met het gekende deerniswekkende resultaat als gevolg. De echte komische tragedie van de geëmancipeerde, door vooruitgang en geldgewin gestuwde Antwerpenaar is immers dat de weersomstandigheden niet genoeg mee emanciperen, ook al warmt het klimaat op. En als je eenmaal die laag van olijfolieromantiek wegschept, zie je dezelfde 'corporate' soep, niet door een Italiaanse rondborstige mama met liefde en flair klaargemaakt, maar eerder door lieden die er een genadeloze logica op nahouden. En dan gaan inderdaad gezonde lindebomen tegen de vlakte.
"De bomen zijn dood. Ze zijn dood. De bomen zijn dood en ze zijn ook ziek", bleef een eerder zenuwachtige schepen voor Stadsvernieuwing als een mantra herhalen ten behoeve van de cameraploeg van ATV.
http://www.atv.be/item/ludo-van-campenhout-over-bomenkap
Vierentwintig uur later waren de meer dan negentig bomen inderdaad dood. Ze lagen op de grond, ja zélfs de twintig zieke bomen ook. Ondanks stevig protest van de districtsraad, ondanks verontwaardigde, in de bomen klimmende 'hippies', en mede dankzij een kortgeding waar de rechter snel besloot dat de stad Antwerpen niets kon worden verweten.
Dat laatste is een omfloerste leugen. Als een dief in de nacht hadden de aannemers, nog voor die uitspraak viel, geprobeerd om zoveel mogelijk wortels te beschadigen. De strategie was duidelijk. De bomen moesten gewoon neer, by all means necessary. Mocht het kortgeding in haar nadeel zijn uitgevallen, was de stad Antwerpen perfect bereid geweest om een boete te betalen voor al die ijlings gerooide bomen. Dat gedrag is een stad en een democratie in een stad moreel onwaardig. Jazeker, als Antwerpenaar verwacht ik stadsvernieuwing. En absoluut, de De Keyserlei dient te worden aangepakt. Wat ik niet verwacht van een stad is dat ze zich als een blind paard bij het bit laat leiden door handelaarsverenigingen en een Spaanse architect die zich in zijn concept geen bestaande lindebomen kan voorstellen maar 'propere' essen.
Je zult deze schrijver, uw dienaar, niet horen piepen wanneer ik tijdens een hittegolf van een zwijmelende man of vrouw op een Antwerps terrasje opvang dat hij of zij zich in een lommerrijk pleintje in Aix-en-Provence waant of wanneer ik iemand sangria zie bestellen in de hoop dat het heerlijk mediterrane Barcelona met elke slok wat dichter komt. Ik vind dat zelfs schoon, mensen die in het openbaar dromen over andere plekken, zoals het menselijk tekort van jezelf of anderen altijd mooi en dolkomisch is om gade te slaan. Maar zodra een stad zich nog maar eens door deze dwaze roes laat bedwelmen om een en ander door te drukken en er zelfs niet om geeft om dat hier en daar heimelijk te proberen... bestel ik liever een trappist en is die droom voorbij. Ik hoop dat die bouwput op de Keyserlei snel achter de rug is en elke nieuwe boom verwelkom ik gaarne. Maar het rooien van die eerdere bomen en de manier waarop zal ik niet gauw vergeten. Ook niet in 2012.
Jeroen Olyslaegers
De Morgen 19-11-2011 pag. 19

De bomen op de De Keyserlei zijn gekapt. Dat moest, althans volgens de logica van het volgende triumviraat: eerst is er een stadsbestuur dat niet in staat is om te gaan met de wanorde die inherent bij een stad hoort. Het spectrum van die wanorde gaat van een boomwortel die een straattegel omhoogduwt over de wirwar van zich verplaatsende mensen tot wat men 'sociale onrust' noemt. We leven al jaren in een stad waarvan het bestuur niet begrijpt dat het vergankelijke ook een zekere esthetiek kan hebben en dat vooral denkt dat, om die sociale onrust te onderdrukken, we ook elke openbare ruimte die er een beetje slordig of vervallen uitziet moeten vervangen door cleane strakke composities van perkjes, bankjes en boompjes. Absoluut te vermijden daarbij vinden zij te dichte begroeiing of heuveltjes, want daar zou zich wel eens tuig kunnen in of achter verschuilen (zie Krugerplein in Borgerhout).
Dan is er de architect met zijn cynische en/of beperkte visie op de relatie tussen natuur en openbare ruimte en die er bovendien vanuit gaat dat al zijn designs die er op scherm of als maquette fancy en gezellig uitzien dat ook zijn op ware schaal, ingeplant in de reële fysieke omgeving.
Als derde partner is er de bouwonderneming, cynisch onthecht van morele reflecties die eventueel bij haar 'onderneming' kunnen gemaakt worden maar die niet haar verantwoordelijkheid zijn.
Gegeven de nodige strategische allianties tussen de drie en ziedaar weerom het resultaat.
Gaston Meskens, Borgerhout
De Morgen 19-11-2011 pag. 18
- Tags:
- Nieuwsrubriek:
meer nieuws
meer opinies
- 1
- 2
- 3
- 4
- volgende ›
- laatste »





Reacties