Met een elektrische wagen sta je ook stil

kade rechteroever

HANS BRUYNINCKX Directeur Europees Milieuagentschap 

 

 

Overschakelen op elektrische auto’s wordt alleen mogelijk als we de juiste beleidskeuzes maken. Maar daarmee is het vraagstuk van de duurzame mobiliteit nog niet opgelost, schrijft Hans Bruyninckx.

 

Als je rekening houdt met de milieu- en klimaateffecten van benzine- of dieselwagens dan is, na je eigen benen, de fiets of het openbaar vervoer, de elektrische auto een prima idee. Verbrandingsmotoren stoten broeikasgassen uit en veroorzaken luchtverontreiniging, vooral in de onmiddellijke omgeving waar veel mensen ademhalen omdat het meeste autoverkeer in stedelijke gebieden plaatsvindt. De situatie in en rond Brussel en Antwerpen is op dat vlak een van de slechtste in Europa. De gezondheids- en klimaatgevolgen zijn bekend.

Europa en België hebben de ambitie uitgesproken dat er een transitie moet komen naar een koolstofarme samenleving. Een van de doelstellingen is dat er in 2050, in heel Europa, 80 tot 95 procent minder broeikasgassen mogen uitgestoten worden ten opzichte van het jaar 1990. Ook vervoer moet een belangrijke bijdrage leveren. Dat vraagt een fundamentele omwenteling naar een ander mobiliteitssysteem, want vervoer en transport hinken achterop vergeleken met de industrie en de gezinnen wanneer het op uitstootvermindering aankomt. Met zuiniger verbrandingsmotoren gaan we er niet komen. Het aandeel van elektrische voertuigen is nu nog klein (gemiddeld 0,15 procent in Europa) en zal flink moeten groeien.

Steeds meer consumenten maken al een milieubewuste keuze wanneer ze een auto kopen. Het aantal elektrische auto’s neemt langzamerhand toe, met als uitschieter Noorwegen waar ongeveer één nieuwe wagen op de vier die verkocht worden elektrisch is. Maar het is niet vanzelfsprekend dat de elektrische stroom waarop de auto rijdt klimaat- en milieuvriendelijk is.

Welke stroom?

In een studie die het Europese Milieuagentschap (EMA) deze week heeft gepubliceerd (onder andere op basis van modellering door Transport and Mobility Leuven) onderzochten we wat een grootschalige doorbraak van elektrische wagens kan betekenen voor het klimaat, milieu en de energievoorziening. Als in 2050 80 procent van alle voertuigen elektrisch aangedreven wordt (ruim 200 miljoen), dan daalt de emissie van koolstofdioxide, stikstoftoxiden, fijnstof en zwaveldioxide met minstens 80 procent.

Dat is goed nieuws voor het klimaat en milieu. Maar om al deze voertuigen op elektriciteit te laten rondrijden zal in 2050 zo’n 450 TWh aan stroom opgewekt moeten worden in Europa. Dat is dan 9,5 procent van alle opgewekte stroom, fors meer dan de 0,03 procent die voor elektrische wagens nu nodig is. Deze stroom moet natuurlijk ergens vandaan komen.

Zonder een serieuze omwenteling in elektriciteitsproductie of -gebruik moet er zo’n 150 GW bij komen. Deze zal zonder andere beleidskeuzes komen van 32 procent wind, 23 procent gas, 17 procent zonne-energie, 9 procent hydro-energie, 8 procent nucleair, en 4 procent kolen. Dit zijn Europese gemiddelden die per land sterk verschillen op basis van wat we nu weten over de beleidskeuzes. Voor België gaan we ervan uit dat dit onder andere de sluiting van de kerncentrales in 2025 inhoudt.

Gezien de negatieve milieueffecten van kolen en in mindere mate gascentrales (broeikasgassen en luchtvervuiling) en kernenergie (veiligheid en het probleem van de kernafval), zal de extra elektriciteitsvraag bij voorkeur beantwoord worden met hernieuwbare energiebronnen. De EMA-studie toont aan dat dit in theorie mogelijk is. Maar dan moeten er fundamentele keuzes gemaakt worden voor een duurzaam energiesysteem, iets wat volledig in lijn ligt met de Europese strategie voor een koolstofarme economie en de uitkomst van de klimaattop in Parijs van vorig jaar. Een beleidsomwenteling waar ook België zich volmondig achter heeft geschaard.

De suggestie dat een elektrificatie van mobiliteit ‘150 nieuwe kerncentrales’ vereist (DS 28 september), staat volledig los van de EMA-studie, en verwijst op geen enkele manier naar het Europees energie-, klimaat- of mobiliteitsbeleid. Integendeel, de strategie voor koolstofarme mobiliteit legt een sterke link met de versnelde doorbraak van hernieuwbare energie.

Elektrische deelauto’s

Maar de elektrische wagen op zich is niet de oplossing voor een duurzame mobiliteit. Wanneer alle wagens op de Antwerpse ring of in Brussel elektrisch zijn, staan we nog steeds uren per dag (bijna) stil. Het EMA pleit al jaren voor een integrale aanpak die moet leiden tot minder autoverkeer, maar snellere en meer milieuvriendelijke en gezondere mobiliteit in de stad. Steden als Kopenhagen dienen als inspirerende voorbeelden. Daar bestaat 83 procent van alle mobiliteit uit stappen, fietsen of openbaar vervoer. Er wordt een actief beleid gevoerd om de alternatieven voor de wagen te verbeteren. En er is een uitgebreid netwerk van elektrische deelauto’s – hippe BMW’s, uiteraard op hernieuwbare stroom.

De Europese kaders voor een koolstofarme toekomst, inclusief een duurzame mobiliteit waarin de elektrische wagen een belangrijke rol kan spelen, zijn behoorlijk duidelijk. Nu nog het beleid op nationaal en stedelijk niveau.

Hans Bruyninckx
De Standaard 01-10-2016
http://www.standaard.be/cnt/dmf20161001_02496019

Tags: