'Mijn nachten zijn mooier dan jouw dagen'

afbeelding

Met Peter Holvoet-Hanssen een nacht in het nulsterrenpension

Tijdens het stadsfestival de Zomer van Antwerpen kun je nog tot augustus logeren in het Nulsterrenpension, een 'gerecycleerd hotel' vol tweedehandsspullen. We kruipen onder de lakens met de stadsdichter en nachtwaker Peter Holvoet-Hanssen. In het donker met een lantaarn gedijt een man, euh, gesprek het best.

'Lap, ik heb mijn foute sandalen aan', zegt Peter Holvoet-Hanssen zuchtend. 'Daar gaat mijn imago'. Het heeft inderdaad iets aandoenlijks: Holvoet-Hanssen draagt een scheepsmuts, een matrozenjas, een zwarte broek, en heeft een lantaarn in de hand. Maar sokken en sandalen zijn verboden in bed, dus die gaan uit. En een jas, die heb je ook niet nodig om te praten. Een scheepsmuts? Neen. Bretellen? Neen. Een hemd? Ach ja.

De dichter en verteller Peter Holvoet-Hanssen is nachtwaker in het Nulsterrenpension. Dat betekent dat hij op de meest onmogelijke uren met zijn lantaarn door de slaapzalen en -kamers dwaalt op zoek naar een gewillig oor om nachtpoëzie in te fluisteren. In het gastenboek staan verwonderde reacties opgetekend over 'een bizar bezoek'. Opvallend veel pensiongasten klagen bovendien over muggen, misschien zit Peter Holvoet-Hanssen ook daar met zijn hoge, zachte stem voor iets tussen. Al zakt die nu een octaaf lager, zo tussen de lakens.

Wat hij ons 's nachts dan zoal in de oren komt fluisteren? 'Dat mijn nachten mooier zijn dan jouw dagen', antwoordt Peter Holvoet-Hanssen. Hij lacht kort en diep. 'Neen, even serieus. Ik kom gedichten influisteren, oude verhalen voorlezen of liedjes zingen. Als nachtwaker heb ik een hele verzameling: van Vondels 'Kindermoord' tot 'Egidius, waer bestu bleben?'. De mensen die hier overnachten, kunnen zo'n nachtelijk bezoek aanvragen. En dan kom ik langs, op een moment waarop ik daar zin in heb. Om vier uur in de ochtend bijvoorbeeld.'

Holvoet-Hanssen is een verwarde geest. Hij hakkelt in volzinnen van de ene kant van het bed naar het andere, druk gebaren makend. De veren piepen. Hij heeft het zich gemakkelijk gemaakt, met een kussen achter de rug en eentje onder het hoofd. Ook verwarde geesten liggen graag zacht.

'Ik ben getraind in het niet slapen, dus die rol als nachtwaker ligt me als gegoten', vertelt hij. 'Ik slaap weinig en slecht. Dus waarom dat niet met anderen delen? Maar ik blijf het wel vreemd vinden om door een zaal vol slapende mensen te sluipen. Ik moet er nog aan wennen, aan zoveel kwetsbaarheid.'

Nesten bouwen

Naast het bed heeft Peter Holvoet-Hanssen zeker tien zakken staan. Hij kijkt er mistroostig naar. 'Ik heb ze nodig, die zakken vol rommel', vertelt hij. 'Ik bouw er een wereld mee. Ik zal het je tonen.' Met de benen vanonder de lakens en de armen uit het bed grabbelt hij tussen de spullen. 'Wat een ravage zeg', klinkt het nu bijna vanonder het bed. Tot er met een zucht 'hebbes' klinkt. Een roodaangelopen Holvoet-Hanssen pulkt aan een doos en haalt er een piepend piepschuimpak uit. Hij vertrekt zijn gezicht ('Bah, dat geluid') en plots houdt hij een sneeuwbol in zijn handen waar een schip in drijft.

'Het is een muziekdoos en een sneeuwbol in één. Als ik die op het podium heb staan, voel ik me goed. Mijn huis staat vol met zo'n spullen en ik sleep ze van heinde en ver aan. Ik doe er mijn echtgenote wat mee aan: “Peter,, zegt ze dan zuchtend, “we hebben nu echt wel genoeg lantaarns., Maar ik heb ze nodig om een nest mee te bouwen. Dan komt de speelvogel in mij naar boven.'

De extravagante Peter Holvoet-Hanssen, de man die tijdens het voordragen van gedichten plots een mondharmonica bovenhaalt of met kralen en schedels begint te zwaaien, is introvert en verlegen. 'Ik heb een donkere, melancholische natuur. Het is in de taal dat ik mij thuisvoel en gek genoeg ook op een podium. Ik herinner me nog dat mijn vader me als klein jongetje tijdens een communiefeest op de tafel zette. “Vertel ons eens iets,, zei hij en ik voelde hoe de hele zaal naar mij keek. Ik deed het in mijn broek. De volgende dag ben ik zelf op de tafel gekropen. Ik zou die afgang goedmaken. Sindsdien ben ik dat blijven doen. Ik blijf trouw aan de poëzie, die wil dat ze zo goed mogelijk wordt voorgedragen.'

Maar geen kwaad woord over zijn vader, een mijnwerker die de gedichten van Guido Gezelle declameerde. 'Hij wist wat vertellen was. Wat er bedoeld werd met de orale cultuur, het overleveren van unieke verhalen die nog niet in boeken zijn opgenomen. Het is een van de redenen waarom ik zo blij ben met de Zomer van Antwerpen: ze creëren een sfeer waar mensen en verhalen welkom zijn.'

Vertellen is alles voor Peter Holvoet-Hanssen. En toch leverde het hem een pak kritiek op. 'Ik verdwijn graag in mijn gedichten wanneer ik ze voordraag. Sommigen vonden dat mijn poëzie slechts leefde bij de gratie van het voordragen en dus niet op papier. Niet dat ik het daar altijd mee eens was, maar ondertussen is mijn poëzie iets minder experimenteel. Mijn echtgenote zei me eens dat mijn gedichten vroeger suikerklontjes waren: ze moesten veel water opslorpen vooraleer er een nieuwe wereld ontstond. Nu maak ik gedichten die toegankelijker zijn, waar de wereld in en uitwaait.'

De stad dichten

Ondertussen is de nachtwaker ook de bewaarder van een stad geworden. Tot januari 2012 dicht hij de stad Antwerpen als stadsdichter een warm hart toe. Maar hij heeft wel eisen gesteld. 'Ik wilde stadsdichter worden, op twee voorwaarden: ik vroeg een vrijbrief en een vrijboot. Vrijheid, kortom. Ik wil in mijn gedichten ook een mening kwijt: ik ben bijvoorbeeld tegen de Lange Wapper, en dat zullen ze geweten hebben. Maar ik wil ook een boot om er een bemanning van dichters te kunnen onderbrengen. We hebben er pas een gevonden, in een schurftig dok. Een oude sleepboot uit de Tweede Wereldoorlog: hij heeft D-day nog meegemaakt. In het ruim kunnen zeker 150 mensen zitten en de akoestiek is verbluffend. We gaan de boot opknappen. En dan gaan we er verhalen vertellen, poëzie voordragen, het “Torenlied, zingen dat ik voor Antwerpen schreef en veel mensen uitnodigen.'

Peter Holvoet-Hanssen heeft zich ondertussen een kuiltje gewrongen in de nulsterrenmatras. Hij houdt nog steeds de muziekbol in de handen. Een vrijboot, een sneeuwboot... Droomt hij van de wind in de zeilen en een koers over zee? 'Een groot deel van wat ik doe, heeft met de zee te maken. Ik schrijf bijvoorbeeld ook voor een Oostends vissersblad en als ik tot rust wil komen, zoek ik de kade op. Ik hou van randgebieden, daar waar iets moois bewaard wordt, maar waarvan je voelt dat het nog slechts tijdelijk kan bestaan. Het is zo authentiek omdat het zo zeldzaam geworden is.' De laatste Oostendse vissersbewondert deze matroos mateloos.

Niet toevallig nodigde Peter Holvoet-Hanssen de troubadour Don Fabulist uit op zijn 'Late night shows', de laatavondvertellingen tijdens de Zomer van Antwerpen. 'Don Fabulist is de naam “meesterverteller, waardig. Hij richtte het troubadourgezelschap Madame Toutou op, waarmee hij door Vlaanderen trekt. Overal waar hij komt, zoekt hij er de lokale verhalen op om er een voorstelling rond te maken. Don Fabulist zal tijdens de laatavondvertellingen de mensen stil maken. Hij gebruikt daarvoor onder meer schelpen: met rustige klanken roept hij een betoverende sfeer op. In rumoerige ruimten, zelfs waar zoals hier in de Zomerfabriek goederentreinen voorbij denderen, maakt hij een opening zodat ik kan vertellen.'

Frieten met mayonaise

Het begint te schemeren in het Nulsterrenpension. Als ik Peter Holvoet-Hanssen mag geloven, wordt hij nu met de seconde gelukkiger. 'Ik kan soms echt blij zijn dat het donker wordt', zegt hij en hij laat zijn verwarde hoofd nog dieper in het kussen zakken. Zonder zo'n Don Fabulist in de buurt die met schelpen muziek kan maken, wordt het plots wel heel stil in de kamer. En vreemd. Met z'n tweeën. In een nulsterrenpension. Met twee kuiltjes, elk aan een kant van het bed.

'Ik mix ook poëzie, net zoals een dj dat doet', vertelt de matroos annex nachtwaker naast me met gesloten ogen. Het lijkt alsof hij zichzelf een verhaal voor het slapengaan influistert. 'Voor een van mijn stadsgedichten heb ik de middelbare scholen in Antwerpen gevraagd om me te helpen. De leerlingen hebben in totaal zeshonderd gedichten ingestuurd. De een al wat serieuzer dan de ander: er zaten heel mooie verzuchtingen tussen, maar ook zinnen als “ik heb zin in friet met mayonaise en drie fanta's,. Al die woorden, zelfs “mayonaise, en “friet,, heb ik in een groot gedicht verwerkt.' Hij zucht voldaan... 'Ik maak het mezelf niet gemakkelijk'... en geeuwt... 'Je zou er moe van worden.'

Ik begin me al af te vragen of een stadsdichter snurkt, wanneer hij nog snel een handkus op mijn vingers drukt. 'Slaapwel!', en dan blaast Peter Holvoet-Hanssen de lantaarn uit. Ze hebben gelijk trouwens, de schrijvende slapers in het gastenboek, er zitten hier opvallend veel muggen.

Het nulsterrenpension, nog tot 21/8 in de Zomerfabriek, Minkelersstraat, Antwerpen. Check-in tussen 19u en middernacht. Late beslissers kunnen ook de avond zelf een bed reserveren.

Late night shows van Peter Holvoet-Hanssen en Madame Toutou, tot 22/8, vanaf 23u in de Zomerfabriek.

www.zva.be

De Standaard 10-07-2010
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=J02SI0Q6

meer nieuws

24/05/2012 Onleefbare stad?
24/05/2012 Bedrijfswagens
23/05/2012 Den DAM is ongezond
22/05/2012 Piratenfestival
22/05/2012 FC Knudde
18/05/2012 2 passagiers meer

 

 

bezoek www.forum2020.be