Sloop de Muur van Kennis

kade rechteroever

 Hoe Harry Mulisch de Uplace-discussie kan vooruithelpen

Als we willen dat discussies over megaprojecten zoals Uplace niet verzanden in oeverloos gekakel over (de geloofwaardigheid van) cijfers, moeten studiebureaus vanachter hun muur van onaantastbaarheid komen, schrijven Georges Allaert, Dirk Lauwers, Kobe Boussauw, Chris Tampère, Stef Proost, Bruno De Borger en Tom Coppens.

 

Wie? Academici gespecialiseerd in het domein van mobiliteit en ruimtelijke planning.

Wat? Onafhankelijke experts moeten de kwaliteit kunnen controleren van beslissingen over vergunningen of ruimtelijke uitvoeringsplannen van grote projecten.

Deze week bereikte de controverse rond het geplande Uplace-winkelcomplex in Machelen ongekende hoogten. Tegenstanders van het project wonnen langzaam terrein, aangevoerd door de oppositie in het Vlaams Parlement, die zich steeds hardnekkiger in het dossier vastbeet. Niemand werd gespaard: studiebureaus, academici en al dan niet voormalige ministers moesten het ontgelden.

Opmerkelijk aan het debat is dat het in belangrijke mate door cijfers is gestuurd. Twee van de auteurs van deze bijdrage speelden daar zelf een rol in: zij stelden dat de manier waarop er over het verwachte aandeel openbaar-vervoergebruikers gecommuniceerd werd de waarheid geweld aandeed. Dat ze tegenwind konden verwachten, stond in de sterren geschreven. Maar het spel werd wel erg hard gespeeld. Op basis van de door hen gebruikte methode werden hun deskundigheid en zelfs hun integriteit in vraag gesteld. Ook het betrokken studiebureau beklaagt zich over de gevolgen van de reputatieschade die het opliep.

Ten slotte deelt ook de overheid in de klappen: burgers keken met stijgend ongeloof toe, getuige het hilarische Youtube-filmpje met de parodie van de ambtenaar die het dossier goedkeurde. Het filmpje ging viraal, inmiddels werd het meer dan een kwart miljoen keer bekeken.

De ontdekking van de hemel

Het besef groeit dat de wijze waarop de discussie is geëvolueerd de besluitvorming rond dit dossier heeft vergiftigd en dat de schade veel verder gaat dan het dossier zelf. Jan Bosschem, ceo van de beroepsvereniging van studiebureaus, zei dat zijn leden de verdachtmakingen niet pikken en dat de transparantie van de werking van de MER-deskundigen gegarandeerd is (DS 27 februari) . Hij verwijst ook naar het Oosterweel-dossier. Maar de defensieve positie die de studiebureaus innemen is niet houdbaar.

In Harry Mulisch’ De ontdekking van de hemel kun je lezen wat er de laatste week gebeurd is. Mulisch schrijft over een Gouden Muur die door de maatschappij loopt, achter de Muur wonen en leven de goden. Hun macht ontlenen ze aan de Muur, die ondoordringbaar is voor de gewone sterveling. Lange tijd waren deskundigen onaantastbaar, dankzij de Muur van hun Kennis, als goden. Langzaam maar zeker werd die muur gesloopt: politici, burgers en actiegroepen kijken vandaag kritisch toe op wat de ‘deskundigen’ poneren. Zij moeten dus in staat zijn in alle onafhankelijkheid hun analyses uit te voeren en daarover te communiceren.

Kwaliteitscontrole en open debat over de aannemelijkheid van de beschrijving van de impact van een project: alleen op die manier kun je oeverloze discussies vermijden over het grote gelijk tussen politici, burgers, actiegroepen en daaruit volgende eindeloze procedureslagen. Zo kom je tot een versnelde realisatie van maatschappelijk belangrijke projecten. Zo herstel je ook de sereniteit in het debat over enkele lopende dossiers met grote impact op de leefomgeving.

Inspiratie uit Nederland (bis)

Voor dergelijke belangrijke projecten moet de procedure om een omgevingsvergunning te bekomen of een ruimtelijk uitvoeringsplan goed te keuren worden aangevuld met een kwaliteitscontrole door een team van onafhankelijke gezaghebbende deskundigen. De Nederlandse procedure, ook de ‘Kwaliteitskamer Duurzame Mobiliteit’ bij de Vlaamse overheid zelf, kunnen daarbij als inspiratie dienen. Tevens verdient het aanbeveling dat second opinions – of die nu afkomstig zijn uit de academische wereld of uit burgerinitiatieven (denk aan Ringland in Antwerpen) – au sérieux worden genomen en in de keuzes, randvoorwaarden en de programma’s van belangrijke projecten meegenomen. Geen technocratische muren optrekken dus, maar de grote projecten juist aansturen in interactie met de omgeving. Die aanbeveling werd overigens jaren geleden al geformuleerd door het Europees netwerk van experts Netlipse.

Want de hier geschetste problematiek is niet beperkt tot Vlaanderen. Ook Bent Flyvjberg, professor in Oxford en de meest geciteerde auteur over megaprojecten, ontrafelde in verschillende studies ongenadig hoe vaak de cijfermatig best voorgestelde projecten goedgekeurd geraakten, terwijl ze in werkelijkheid de slechtere waren.

In tegenstelling tot de studiebureaus pleiten wij niet voor een afscherming van buitenlandse expertise. Wij zullen het onderzoek over de methoden voor geloofwaardige en deskundig onderbouwde besluitvorming in ieder geval voortzetten via de internationale wetenschappelijke fora.

Georges Allaert (UGent), Dirk Lauwers (UGent), Kobe Boussauw (VUB), Chris Tampère (KU Leuven), Stef Proost (KU Leuven), Bruno De Borger (UA) en Tom Coppens (UA),
De Standaard 28-02-2015
http://www.standaard.be/cnt/dmf20150227_01552859

Tags: