Antwerpse mobiliteit

kade rechteroever

Ik vind de observaties en vragen van Kris Vanmarsenille in haar standpunt over het mobiliteitsdebat ( GVA 28/10) zeer pertinent.
Wie gelooft nog in een oplossing? Is die Oosterweelverbinding nog wel nodig, wanneer de mensen ofwel hun lot gewillig leren dragen, ofwel zelf op zoek gaan naar alternatieven? En als mensen niet uit overtuiging maar uit bittere noodzaak voor ecologische alternatieven kiezen, zijn we dan wel goed bezig? Ik stel mij die vragen ook, zeker na lectuur van de milieueffectenrapporten over de Oosterweelverbinding.

Na de realisatie van het hele project moet de Kennedytunnel nog steeds (of opnieuw) meer verkeer slikken dan hij aankan (102% richting Antwerpen in de ochtendspits, 104% richting Gent in de avondspits).
Ook de nieuwe tunnel gaat onmiddellijk richting 90%, terwijl het verkeer al begint te vertragen vanaf een 80%-belasting.
Het file-oplossend vermogen van een extra Scheldekruising zo dicht bij de stad is dus verwaarloosbaar.

De conclusies in het voorontwerp van MER-studie voor de A102 zijn nog frappanter: op de Antwerpse Ring is er nauwelijks een verschil tussen een scenario met en een scenario zonder Oosterweel. Bovendien blijkt dat verhoudingsgewijs meer mensen dan opnieuw naar de auto zullen grijpen ten koste van het openbaar vervoer.

Zou het niet kunnen dat een echte oplossing voor de verkeersproblematiek een bewuste gedragswijziging is, het besef dat mijn auto niet langer mijn vrijheid kan zijn in een drukbevolkte en wildverkavelde transitregio als Vlaanderen?

Brengt meer asfalt niet gewoon extra verkeer op de weg? Lang zal het niet duren voor de nieuwe infrastructuur haar 'verzadigingspunt' opnieuw bereikt heeft. En waar staan we dan?

Steven Vervaet
Zwijndrecht
Gazet van Antwerpen 29-10-2016 pag. 53

 

Tags: