Risico en onzekerheid

kade rechteroever

Paul De Grauwe is professor aan de London School of Economics. 

 

Percepties van risico's lopen erg uiteen. De terreuraanslagen in Parijs hebben een dynamiek van vrees, zelfs angst, in het leven geroepen. De Franse regering verklaarde oorlog aan de terreur. In België werden scholen en winkels gesloten, voetbalmatchen uitgesteld, de mensen aangemaand thuis te blijven. Begrijpelijk natuurlijk. Maar toch weer niet.


Sinds de aanslag in Parijs zijn er in Frankrijk en België samen (ik neem die twee landen samen omdat die het actiedomein van de terroristen zijn) 187 mensen in verkeersongevallen overleden. 57 meer dan in Parijs op die vreselijke avond. 187 is een ruwe schatting.
Het aantal verkeersdoden in die twee landen samen is ongeveer 11 per dag. Sinds het drama in Parijs hebben we reeds 17 dagen van moordend verkeer gehad.


Sterven in het verkeer is even vreselijk als sterven door terroristenkogels. En voor de families van de overledenen is het dramatisch effect hetzelfde. En toch heeft de Franse president geen oorlog verklaard aan de massamoorden op onze wegen. De Belgische regering heeft de mensen niet aangeraden thuis te blijven. Nochtans, en dat maakt het nog erger, konden ze 17 dagen geleden haast met zekerheid zeggen dat er ongeveer 187 mensen op onze wegen zouden sterven (Misschien maar 170; maar misschien ook 200; en zeker niet 0). Waarom hebben ze dit niet gedaan? Op het eerste gezicht heel vreemd.


Frank Knight, een economist van de Universiteit van Chicago, introduceerde honderd jaar geleden het onderscheid tussen risico en onzekerheid. Risico is zoals Donald Rumsfeld, de minister van Defensie onder George Bush junior, het verwoordde een "known unknown".
Een gekende ongekende. Het risico van een 69-jarige blanke man die ik ben om volgend jaar te sterven, kan met grote nauwkeurigheid berekend worden. Dat risico creëert onzekerheid, maar we kunnen het vatten, de waarschijnlijkheid dat het zich zal voordoen nauwkeurig berekenen. Zo ook is het met de verkeersdoden. We kunnen die waarschijnlijkheid nogal precies berekenen. Zo zullen volgend jaar ongeveer 800 mensen in België in het verkeer sterven. Gemiddeld ongeveer 7 op 100.000 mensen.


Onzekerheid is niet op die manier te vatten. Het is in het jargon van Rumsfeld een "unknown unknown", een ongekende ongekende. Die onzekerheid kan niet gevat worden door middel van waarschijnlijkheidsrekening. We kunnen de waarschijnlijkheid van een terroristische aanval niet in cijfers uitdrukken. Die onzekerheid introduceert nog een andere dimensie. Een terroristische aanval kan 5, 100 of zelfs duizenden doden in één klap veroorzaken. Dat perspectief is erg angstaanjagend. Verkeersdoden daarentegen zijn er als het ware druppelsgewijs; iets wat minder vrees inboezemt.


Het lijkt erop dat we het drama van de verkeersdoden onder controle hebben, ondanks het feit dat er uiteindelijk heel veel meer doden zullen zijn in het verkeer dan door een terroristenaanval. Het aantal doden op de Belgische wegen zal volgend jaar het equivalent zijn van ongeveer 6 Parijse terreuraanvallen. Er is daar nauwelijks onzekerheid over.


De vraag is natuurlijk hoe de overheid hierop moet reageren. De oorlog verklaren zoals Hollande het in navolging van George Bush deed, is waarschijnlijk niet het goede antwoord. Het verhevigt de vrees nog, terwijl het niet duidelijk is hoe die oorlog gewonnen kan worden.


Een even slechte reactie zou zijn de middelen ter bestrijding van het terrorisme te verhogen ten koste van minder middelen in de strijd tegen de dodelijke drama's op onze wegen. Een oorlog tegen de slachtpartijen op onze wegen kunnen we veel gemakkelijker winnen dan een oorlog tegen het terrorisme.

 

PAUL DE GRAUWE
De Morgen 01-12-2015 pag. 32

Tags: