
Moet De Lijn lijnen ?
In het voetbal noemen ze het een ééntweetje. Je hebt een aangever en vervolgens iemand die de bal in het doel kopt. Of net ernaast.
Gisteren was de aangever de sympathieke voorzitter van het Vlaams Parlement: Jan Peumans. Op Radio 1 verwees hij als quasi toevallig voorbeeld van een mogelijke besparing naar De Lijn: “Als je kijkt naar het beperkte aandeel van De Lijn in de modal split, dan kost dat openbaar vervoer ontzettend veel.” Zei Peumans dus, de ex-marketingdirecteur van De Lijn die zich de laatste jaren met een handgemaakte Phaeton laat rondrijden. Toevallig?
De gretigheid waarmee minister Bourgeois, zelden zelf leverancier van ideeën en lid van dezelfde politieke partij, het ideetje oppikte, bevestigde mijn vermoeden: hier is inderdaad sprake van een ééntweetje.
De bal is onderweg naar het doel en schijnbaar staat er geen keeper in de goal. Van de directeur van De Lijn, Roger Kesteloot, kwam er alleszins geen verweer. Hij ging bij voorbaat al op zijn rug liggen, met het ‘argument’ dat De Lijn een aantal besparingsscenario’s heeft uitgerekend. En de vakbonden deden er nog een schepje bovenop door ons alvast te suggereren aan welk scenario zij denken: de dienstverlening gaat niet buiten schot kunnen blijven.
Wie gehoopt had op wat tegenwind van de kwaliteitspers, was er ook aan voor de moeite. De Standaard-journalist Guy Tegenbos gooide in zijn editoriaal het hele Lijnverhaal op een hoopje: het gratisverhaal, de basismobiliteit, de rol van De Lijn in het algemeen. De boodschap: “wij” leven boven onze stand en “dus” getuigt het van goed beleid als er bespaard wordt op het openbaar vervoer.
Was het maar zo simpel. Om blind te besparen heb je genoeg aan boekhouders. Maar om een verstandig kostenefficiënt beleid te voeren heb je mensen met een visie nodig. En kennelijk zijn die bij een vorige besparingsoperatie weggesaneerd. Iedereen huilt mee met de wolven in het bos. Vandaag kwam er alleen wat weerwerk van de SP.a en Groen!, maar het kwam niet verder dan de voorspelbare argumenten: ‘dat was niet overeengekomen in het Regeerakkoord’ en ‘er is geen ruimte meer om te besparen’.
Zelf heb ik er in onverdachte tijden al op gewezen dat ‘gratis’ binnen de kortste keren ‘gratuite’ wordt en dus leidt tot overconsumptie van mobiliteit. Domme mobiliteit heb ik dat genoemd. Wat mij betreft dus geen probleem om daarop te besparen. Een bescheiden ‘remgeld’ kan geen kwaad: de overconsumptie verdwijnt en er komt capaciteit vrij voor de mensen die zich écht moeten verplaatsen.
Wat de basismobiliteit betreft: ook daarop formuleerde ik in het verleden al mijn kritiek. Het is een gezond principe, maar niet in de mate dat het een busje-komt-zo-beleid werd waarbij het vervoerssysteem de Vlaamse ruimtelijke wanordening ging volgen en zelfs belonen. Ook hier is dus winst te halen.
Waar nog? Op de wijze waarop de bussen van De Lijn bestuurd worden. De overtuiging dat snel en agressief rijden de doorstroming ten goede komt zit diep in de cultuur van De Lijn. Het zijn witte raven die al van ecodriving of defensief rijden hebben gehoord. Gevolg: meer dan gemiddelde betrokkenheid bij ongevallen, ontevreden dooreengeschudde reizigers, grotere slijtage op het rollend materieel, meer uitstoot en lawaaioverlast, hogere brandstofrekeningen. Laat ook hier dus maar eens een frisse wind waaien, dat is winst op meerdere fronten.
Maar voor de rest zou een besparend mobiliteitsbeleid juist resulteren in méér middelen voor De Lijn. Zoals een collega van mij vandaag terecht opmerkte: het zou leerzaam zijn om de tunnelvisie van het klassieke besparen in te ruilen voor een ruimere kijk door ook de ‘schaduwkosten’ in rekening te brengen. De schaduwkosten, dat zijn in dit geval de kosten die gegenereerd worden door niet of minder te investeren in openbaar vervoer. Die kosten kennen we eigenlijk al: meer mobiliteitsarmoede, meer autogebruik, meer verontreiniging, meer parkeerproblemen en meer files (een kost die de bollebozen wél systematisch in kaart weten te brengen). Want we weten: zelfs een relatief geringe groei in het autoverkeer zorgt voor een grote congestietoename.
Het in rekening brengen van de schaduwkosten (en dus ook van de verborgen baten), de financiële en de maatschappelijke, zou resulteren in niet minder maar méér geld voor het openbaar vervoer.
Als er bespaard moet worden, zijn er andere pistes die kunnen worden bewandeld. Waarom worden de als volgepropte sardienenblikken vermomde ‘schoolbussen’ door politiek en media niet geproblematiseerd?
Waarom worden niet de investeringen in bijkomende rijstroken voor individueel vervoer (zwaar onderbezette auto’s: gemiddeld 1,2 personen per auto in de spits) in vraag gesteld?
Om het antwoord te kennen volstaat het om na te gaan wie er van welk vervoermiddel (geen) gebruik maakt.
Kris Peeters 06-01-2012
http://deanderekrispeeters.wordpress.com/2012/01/06/moet-de-lijn-lijnen/
- Tags:
- Nieuwsrubriek:


