Nieuw mobiliteitsdecreet maait voetgangers en fietsers onderuit

kade rechteroever

 

Het nieuwe Vlaamse decreet over basisbereikbaarheid schrapt het STOP-principe. Dat dreigt de positie van zwakke weggebruikers te ondergraven.

Eerst Stappers (voetgangers), dan Trappers (fietsers), dan Openbaar vervoer en pas daarna Personenwagens. Het STOP-principe, dat de verschillende weggebruikers een dalende prioriteit geeft, staat al jaren centraal in het Vlaamse mobiliteitsbeleid.

Maar het principe is opvallend afwezig in het nieuwe Vlaamse decreet over basisbereikbaarheid, waarvan De Tijd het voorontwerp kon inkijken. Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) verkiest het begrip 'combimobiliteit'. Daarbij moeten Vlamingen in de eerste plaats vlot kunnen overstappen tussen verschillende vervoersmiddelen. Zo gaat Weyts er prat op te investeren in auto- en fietsparkings aan treinstations.

De duurzame mobiliteitssector vreest dat het wegvallen van het STOP-principe de weg vrijmaakt voor koning auto. 'Dit is een zeer slechte zaak', zegt verkeersexpert Johan De Mol (UGent). 'De N-VA wil dat alle vervoersmodi dezelfde kans krijgen. In dat geval krijgen we weer business as usual en verliezen voetgangers en fietsers hun absolute voorrang. Deze ingreep toont aan dat we evolueren naar een andere vorm van mobiliteitspolitiek, die doorstroming centraal zet en minder aandacht geeft aan zwakke weggebruikers.'

'Als het zover komt, doen we tien stappen achteruit', vindt Mikaël Van Eeckhoudt, directeur van de Fietsersbond. 'Dan hebben we geen houvast meer bij de organisatie en de inrichting van de weg, en belanden we bij POTS, het omgekeerde van STOP.'

Opmerkelijk is dat zowel het regeerakkoord als de beleidsnota van Weyts het STOP-principe wel vermeldt. Sinds 2009 is het begrip ook verankerd in het decreet Mobiliteitsbeleid, dat wordt opgeheven door het decreet Basisbereikbaarheid.

Weyts bevestigde vorige week nog in het Vlaams Parlement dat hij zich bij de inrichting van de infrastructuur laat leiden door het STOP-principe. Maar de minister maakte tegelijk duidelijk dat vraaggerichte investeringen, met een focus op woon-werkverkeer en multimodaal vervoer, het uitgangspunt van de basisbereikbaarheid moeten zijn.

De vraag is of het STOP-principe alsnog opduikt in het nieuwe decreet, dat nog door het parlement moet. Vooral CD&V is eraan gehecht. De partij lanceerde het begrip in 2001 vanuit de Vlaamse oppositie. Weyts' voorgangster Hilde Crevits, vandaag vicepremier in de Vlaamse regering, nam het gretig over. 'Het STOP-principe is meer dan ooit relevant', stelt Vlaams Parlementslid Karin Brouwers.

Maar de N-VA is een koele minnaar van het STOP-principe, dat het wil vervangen door het KNIK-principe (Kwaliteit, Netwerken, Iedereen mobiel en Knooppunten). Voor de N-VA is het STOP-principe een relict van het vroegere beleid, dat blind investeerde in openbaar vervoer en wegenwerken op grote knooppunten verwaarloosde. Daarom lanceerde Weyts met de basisbereikbaarheid een opvolger van de 'socialistische' basismobiliteit, die elke Vla- ming een bushalte op 750 meter van zijn deur gunde. 'We moeten de mensen prikkelen om hun gedrag te veranderen', is Weyts zijn devies.

 

De Tijd, 2018-06-19

https://www.tijd.be/nieuws/archief/nieuw-mobiliteitsdecreet-maait-voetga...

Tags: