Noels: ‘Je zou stilaan denken dat containers goud bevatten’

kade rechteroever

 

Geert Noels, de hoofdeconoom van Econopolis, pleit in een opiniestuk voor een kritische analyse van grote investeringen in de haven van Antwerpen. Volgens hem stelt niemand zich nog vragen over het ‘axioma’ dat de haven een groeimotor van de Belgische economie is. Niet de containertrafiek maar de maakindustrie is de motor geweest van de welvaart, zegt hij.

‘De analyses die worden gemaakt over de Antwerpse haven en die investeringen al decennia bepalen, hebben al van bij de start conceptiefouten, waardoor – tenzij we ze bijstellen – we in de toekomst verkeerde beleidskeuzes en investeringen zullen blijven maken.’

Zo wordt het succes van de haven vooral gemeten in volume. Dat zou volgens hem beter in jobs en toegevoegde waarde gebeuren. Er wordt bijvoorbeeld ook geen rekening gehouden met de totale maatschappelijke kosten van investeringen, zoals vervuiling en congestie.

Alternatieven

Het Deurganckdok bracht niet de verhoopte resultaten op, schrijft Noels. En het dok bracht ook veel kosten met zich mee, zoals een bijkomende spoortunnel en jaarlijkse baggerkosten. ‘Dit laatste alleen al betekende tot enkele jaren geleden zo’n 45.000 euro per job per jaar.’ Het dok legde ook beslag op open ruimte en polderland.

‘Je zou stilaan denken dat containers goud bevatten’, aldus de econoom, die een alternatief voorstelt. De miljardeninvesteringen in de haven zouden ook gebruikt kunnen worden om in dezelfde sector op een andere plaats betere resultaten te behalen. Hij denkt bijvoorbeeld aan diepzeeterminals voor de kust. Investeringen in andere sectoren leveren volgens hem ook een hogere return voor de Vlaamse economie.

Evaluatie

Volgens Noels levert bulklogistiek niet genoeg toegevoegde waarde om uitdagingen zoals toponderwijs en de dure sociale zekerheid te dragen. ‘Als het helpt om andere activiteiten aan te trekken of concurrentieel te maken, dan kan het daartoe bijdragen. Maar dan zal dit objectief moeten worden bewezen, en selectiever moeten gebeuren.’

Hij juicht de beslissing van minister-president Geert Bourgeois toe om nieuwe investeringen te vergelijken met alternatieven. ‘Vooraleer we de vergissing van het Deurganckdok herhalen met de bouw van het Saeftinghedok, is een grondige en objectieve evaluatie op zijn plaats.’

De Standaard 19-12-2016
http://www.standaard.be/cnt/dmf20161219_02634226

Gaan we de vergissing van de eeuw herhalen?

Als niemand de miljardeninvesteringen durft te evalueren, zullen we volgens Geert Noels met het Saeftinghedok in dezelfde val lopen als met het Deurganckdok.

Wat in België niemand durft, gebeurde in Nederland afgelopen zomer. ‘Schiphol en Rotterdamse haven niet langer motor van economie’ was de conclusie van een strategische denkoefening in een overheidsrapport. De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) hekelde daarin het dertig jaar oude Nederlandse beleid om veel geld te investeren in de mainports Schiphol en de Rotterdamse haven. ‘Verdere uitbreiding van deze twee zogenoemde mainports levert weinig op. Het volgende kabinet kan beter meer aandacht geven aan sneller groeiende regio’s als de Brainport Regio Eindhoven en het gebied rond de Amsterdam Internet Exchange,’ stelde de Raad.

Het adviescollege vond dat er veel meer aandacht moest komen voor de toegevoegde waarde die regio’s leveren aan de economie. Anders dan wordt aangenomen leveren Schiphol en Rotterdam immers geen bovengemiddeld groot aandeel aan de Nederlandse economie.

Kritische analyses uitgesloten

Het zijn kritische analyses die in ons land niet kunnen, en dus ook niet worden gemaakt. Het axioma ‘de Antwerpse haven is een groeimotor van de Belgische economie’ wordt herhaald tot niemand er nog een vraag over stelt. Dat Antwerpen belangrijk is voor de Belgische economie zal niemand ontkennen. Alleen zou een meer kritische analyse aantonen dat niet de containertrafiek, maar wel de maakindustrie er een motor is geweest van welvaart. De analyses die worden gemaakt over de Antwerpse haven en die investeringen al decennia bepalen, hebben al van bij de start conceptiefouten, waardoor – tenzij we ze bijstellen – we in de toekomst verkeerde beleidskeuzes en investeringen zullen blijven maken. 

Er zijn minstens vier conceptiefouten in zowat elke analyse over de toegevoegde waarde van de Antwerpse haven:

1. Het gewicht van de Antwerpse haven wordt vergroot door er indirecte tewerkstelling en toegevoegde waarde aan toe te schrijven op een ontransparante manier. Buiten de chemische activiteiten, is de perimeter van de Antwerpse haven onduidelijk. Omdat de indirecte tewerkstelling op die manier groter wordt dan de directe, is een grondigere analyse nodig.

Zo is de toegevoegde waarde van de chemische cluster bepalend voor elke conclusie over de haven. Maar het gewicht en het belang van de chemie worden niet gebruikt om investeringen te doen die haar concurrentiekracht verbeteren (spontaan denk ik dan aan energiekosten of loonkosten), maar wel om investeringen in bulklogistiek te rechtvaardigen.

2. Het succes van de Antwerpse haven wordt gemeten in volume (‘tonnenmaat’), zeker in communicatie naar het grote publiek. Maar dat succes zou in jobs en toegevoegde waarde moeten worden gemeten. Veel beleidsmakers stellen helaas vaak geen vragen die verder gaan dan over volumecijfers.

3. Er wordt geen rekening gehouden met de totale maatschappelijke kosten van investeringen (vervuiling, congestie, ongevallen, beslag op open ruimte, opportuniteitskosten).

4. Een groot deel van de baten komt ten goede aan klanten in het Europese hinterland (Duitsland), maar de investeringen worden wel gedaan door de Belgische belastingbetaler. Een goede analyse moet inzoomen op wie baten en kosten vangt (onder meer ook buitenlandse eigenaars).

Vergissing van de eeuw

‘7.929 bijkomende jobs in 2015. En dat is niet het maximum, maar de mediaanschatting.’ Dat beloofde het studiebureau Technum in 1998 om de investering in het Deurganckdok te verantwoorden, en Doel te laten sluiten. In werkelijkheid werden het er 90 procent minder. Door de verhuizing van de trafiek van het Delwaidedok naar het Deurganckdok zouden er nu een duizendtal jobs zijn, terwijl het de helft was daarvoor. Deze verhuizing ging nooit plaatsvinden, was destijds door de verdedigers nochtans beloofd.  De directe tewerkstelling in de Antwerpse Haven ligt vandaag lager dan in het jaar 2004 (cijfers van de NBB).

In havenkringen wordt heimelijk gelachen omdat die containerhaven op de linkeroever werd gebouwd: the right bank is the right bank, zo werd er gegrapt. Om de containers naar de juiste oever te krijgen moest er dus nog een bijkomende spoortunnel worden gelegd die duurder was (900 miljoen euro). dan het dok zelf. Infrabel betaalt tot 2051 jaarlijks 51 miljoen euro als beschikbaarheidsvergoeding. De jaarlijkse baggerkosten voor het Deurganckdok bedragen nog eens 25 miljoen euro. Dit laatste alleen al betekende tot enkele jaren geleden zo’n 45.000 euro per job per jaar. Ondertussen is dat gedaald tot 25.000 euro per job per jaar, maar het blijven toch zeer dure gesubsidieerde jobs. Toen de gebruikers/buitenlandse eigenaars  de doelstellingen niet haalden, moesten ze een boete van 52 miljoen euro betalen, maar die werd uiteindelijk kwijtgescholden. 

Om het Deurganckdok te laten renderen was ook een verdieping van de Schelde nodig, anders konden de superschepen niet tot aan het dok. Dit kost de belastingbetaler zo’n 175 tot 200 miljoen euro. Elk jaar opnieuw.

Verder werd voor het Deurganckdok beslag gelegd op waardevolle open ruimte en polderland. Hiervoor moesten ook natuurcompensaties (door de belastingbetaler) worden voorzien die tientallen miljoenen kostten. 

Je zou stilaan denken dat deze containers goud bevatten, of alleszins de ingrediënten om de rest van de economie een veelheid aan waarde te laten creëren, helaas is dat niet het geval. De meeste containers zijn gewoon bestemd voor doorvoer. 

Ongeopend de grens over

Hetzelfde geldt natuurlijk voor Rotterdam, dat vooral belangrijk is als doorvoerhaven naar de rest van Europa. Maar hier zijn de overheidsanalyses ten minste transparant en ze stellen: ‘Veel containers gaan ongeopend de grens over, verder Europa in. Aan die containers wordt geen waarde toegevoegd. De inzet van vierkante meters grond en arbeid in de doorvoer van goederen is zo inefficiënt, dat alternatieve inzet ervan in andere sectoren al op vrij korte termijn welvaartswinst kan opleveren.’

De miljardeninvesteringen in de haven zouden ook gebruikt kunnen worden om in dezelfde sector, maar op een andere plaats, betere resultaten te behalen. We denken aan de uitdagingen van kustverdediging die mogelijkheden bieden voor diepzeeterminals voor de kust. Die zouden dan weer het aantal transshippingcontainers verminderen, en dus nodeloze trafiek en congestie rond Antwerpen. Ze zouden ook de verdieping overbodig maken, omdat coastal ships die diepgang niet vereisen. De Antwerpentrische redenering over investering is met andere woorden suboptimaal voor Vlaanderen, maar wellicht ook voor Antwerpen zelf op lange termijn.

Investeringen in andere sectoren (high tech, pharma, chemie, energie) leveren een hogere return voor de Vlaamse economie. Omdat de overheid steeds te weinig middelen heeft, organiseert Vlaanderen echter een crowding out van investeringen in lowtech, ten nadele van investeringen in hightech en hoge toegevoegde waarde. Elke euro kan maar eenmaal gebruikt worden. De megabedragen waarover vragen gesteld kunnen worden, zouden ook voor lastenverlagingen kunnen dienen of om de mobiliteit rond Antwerpen te verbeteren. We riskeren met dit beleid op termijn chemie te verliezen en bulklogistiek over te houden.

Verspilling van belastinggeld

Om hoge loonkosten te dragen, een dure sociale zekerheid, oplopende vergrijzingskosten, toponderwijs en alle andere uitdagingen het hoofd te bieden zal de privésector erg hoge toegevoegde waarde moeten leveren. Bulklogistiek kan niet de toegevoegde waarde leveren om een dergelijke structuur te dragen. Als het helpt om andere activiteiten aan te trekken of concurrentieel te maken, dan kan het daartoe bijdragen. Maar dan zal dit objectief moeten worden bewezen, en selectiever moeten gebeuren. 

Economen klagen wel eens over een te dure overheid, en verspilling van belastinggeld. Dan lijkt het me logisch dat we grote overheidsinvesteringen ook kritisch tegen het licht houden. Als Nederland een zuinigere overheid heeft en concurrentiëler is, dan is het ook omdat Nederland een open discussie durft aan te gaan over zijn economische toekomst en noodzakelijke veranderingen van beleidskeuzes. De middelen efficiënt besteden is het begin van elk economisch succes. Daarom juich ik de beslissing toe van minister-president Geert Bourgeois (N-VA) om nieuwe investeringen te vergelijken met alternatieven. Vooraleer we de vergissing van het Deurganckdok herhalen met de bouw van het Saeftinghedok, is een grondige en objectieve evaluatie op zijn plaats.

De Standaard 19-12-2016
http://www.standaard.be/cnt/dmf20161218_02633960

Tags: