‘We hebben de bakens van de democratie verzet’

kade rechteroever

Manu Claeys, thuis in Borgerhout: ‘De kiezer is veranderd. Je kunt van de burger niet meer vragen dat hij eens om de vier jaar een stem uitbrengt en dan zwijgt.’  

 

Manu Claeys, de vader van het verzet tegen Oosterweel

Twaalf jaar van zijn leven gaf schrijver Manu Claeys aan de strijd tegen Oosterweel. Vandaag haalt hij de trofee binnen. ‘Ik voel me een beetje als de oude adel: wat een voorrecht om al die tijd belangeloos met iets bezig te zijn.’

 

Opluchting. Fierheid. Daags na het compromis over de Antwerpse Ring is dat het sentiment ten huize Claeys. Op de tafel staan bloemen. Er liggen kaartjes met gelukwensen. Voor ons zit een man te glimmen van trots.

Hier, aan deze keukentafel in Borgerhout, hebben de trekkers van het verzet tegen Oosterweel uren vergaderd. Manu Claeys van stRaten-generaal, Wim Van Hees van Ademloos, Peter Vermeulen en Pol van Steenvoort van Ringland. Ze bestudeerden tracés en verkeersstromen en bouwden argumentaties op, met als handleiding een powerpoint van 59 slides waarin alle puzzelstukken vervat zaten.

Claeys is de intellectueel achter het verzet. De studax die het Antwerpse mobiliteitskluwen tot in het kleinste detail uitvlooide. De eerste die, twaalf jaar geleden, in een opiniestuk in De Standaard een kritische noot liet horen over de bejubelde Lange Wapper. Het idee om autoverkeer in grote stromen zo dicht naar de stad te halen, noemde hij ‘de vergissing van de eeuw’.

‘Er vielen bruine omslagen in de brievenbus, met cruciale informatie. Of we kregen gecodeerde mails van Zwitserse mailadressen. Van ambtenaren die van binnenuit zagen: hier spelen zich drama’s af’

Eerst werd hij weggelachen. Alles was beslist, de spade zou in de grond gaan. Maar als een kuitenbijter knokte hij zich een weg naar de onderhandelingstafel. Daar kwam deze week een compromis uit dat historisch wordt genoemd. Het doorgaand verkeer wordt ver van de stad gehouden, de Ring wordt overkapt en van de Oosterweelverbinding blijft een lightversie over voor lokaal verkeer.

Is dit voor u de ultieme overwinning?

‘Ja, maar niet alleen voor Antwerpen. Even belangrijk is dat het primaat van de politiek deze week full face doorbroken is. Het historische aan de foto’s die woensdag gemaakt werden, is dat politici en burgers elkaar de hand drukten. De plaats van de burgerbewegingen in dit verhaal, het aanduiden van een intendant... er zijn begrippen en procedures gelanceerd die nooit meer zullen verdwijnen.’

Had u zich een jaar geleden kunnen voorstellen dat u met het stadsbestuur en de Vlaamse regering een glas zou drinken op de goede afloop?

‘Moeilijk. Toen stonden we nog met getrokken messen tegenover elkaar. Pas in oktober vorig jaar zijn we echt gaan onderhandelen over tracés. Daarvoor was het actie-reactie: zij namen een beslissing en wij konden formeel bezwaren indienen.’


‘Het besef dat ik voor de burger een plek zocht in het politieke spel hield mij gaande. Dat was de strijd achter de strijd.’ 

‘De zaak kantelde nadat wij in de zomer van 2015 een klacht hadden ingediend bij de Raad van State. De Vlaamse overheid besefte dat er geen andere optie was dan de verschillende scenario’s wetenschappelijk te analyseren, op basis van cijfers over verkeersstromen waarover we het allemaal eens waren. In die periode werd ook de intendant Alexander D’Hooghe aangesteld. We mochten experten aanbrengen. Ze durfden hun premisse – “Oosterweel en niets anders” – loslaten. Er sneuvelden taboes, ook aan onze kant. Zo hebben we elkaar gevonden, al bleef het tot de laatste dagen een dubbeltje op zijn kant.’

Maar de druk om te landen was groot?

‘De intendant moest eind deze week voor langere tijd weg. Ook mijn vrouw (schrijfster Anne Provoost, red.) en ik vertrekken straks voor drie maanden naar de VS. Ondertussen loopt de klacht bij de Raad van State, die ons in januari in een advies gelijk had gegeven. Eind april zou de definitieve uitspraak vallen. Er was een momentum.’

Twee stromen

Het stond niet in de sterren geschreven dat Manu Claeys de vader van het verzet tegen Oosterweel zou worden. Een goede twaalf jaar geleden was hij schrijver – hij had enkele essays over cultuurparticipatie en democratie op zijn naam en het veelgeprezen boek Het Vlaams Blok in elk van ons. Er stond een werk over kunst in de 16de eeuw in de steigers. Hij was bezig aan een roman. Maar naast kunst en democratie had de schrijver een voorliefde voor stedenbouw en stadsontwikkeling. ‘Op onze reizen met de kinderen zijn we altijd stukjes mobiliteit gaan bestuderen’, zegt hij. ‘We gaan dan pijlers van viaducten bekijken.’ Als buurtbewoner werd Claeys actief in een burgerbeweging over de heraanleg van het Kievitplein. Van het een kwam het ander.

‘Antwerpen is een prachtige stad, maar op bepaalde punten zag ik het echt fout lopen. Tegen toenmalig burgemeester Patrick Janssens heb ik ooit gezegd: “Je hebt hier twee stromen: de Schelde en die vervuilende stroom op de Ring. Maak niet de fout om langs de Scheldekaaien een prestigeproject aan te leggen en met je rug naar die andere stroom te gaan staan. Daar, van Luchtbal tot aan de bocht hier voorbij Borgerhout, wil je er 18 rijstroken en een viaduct doordraaien. Dwars door de armste wijken van je stad. Dat is een sociaal drama. Bedenk dat je je op een dag moet omdraaien en tevreden zijn met wat je hebt gedaan. Met het plan dat nu voorligt, is dat onmogelijk.”’

Het verzet duurde uiteindelijk twaalf jaar. U zette uw schrijverschap on hold. Wat deed u doorzetten?

‘Ik werd voortgedreven door verontwaardiging. En na verloop van tijd door de euforie over onze successen. In 2008 richtte Wim Van Hees Ademloos op, dat vanuit de problematiek van de luchtvervuiling een megafoon op ons verhaal zette. In 2014 kwam Ringland erbij, met de utopische droom over een ander soort stad. We werden een volksbeweging. In 2009 begroeven we met een referendum de Lange Wapper. Het was geen gevecht tegen de bierkaai. Vanaf dag één boekten we kleine en grote overwinningen. Dat hield ons gaande.’

Waren er nooit momenten waarop u de handdoek in de ring wilde gooien?

‘Natuurlijk wel. Als je het gevoel hebt dat ze met je tijd aan het spelen zijn. Je doet een gefundeerd voorstel, waar zij dan tijdens een nachtelijk conclaaf en volgens de regels van het politieke machtsspel achteloos mee omspringen. Tegen ’s ochtends ligt er een beslissing waar je je kind niet meer in herkent. De politici zijn tevreden over hun compromis, maar jij weet: dit zal voor geen meter werken.’

‘Van bepaalde tracés waarover de politiek had beslist, wisten we: dit komt er nooit. Er was te veel verzet, zelfs binnen de administratie. Wij hadden veel stille bondgenoten. Er vielen bruine omslagen in de brievenbus, met cruciale informatie. Of we kregen gecodeerde mails van Zwitserse mailadressen. Van ambtenaren die van binnenuit zagen: hier spelen zich drama’s af.’

U betaalde persoonlijk een hoge prijs, door twaalf jaar voor niets te werken. Uw vrouw zei ooit: ‘Hij doet de job van een toppoliticus, zonder de bijbehorende wedde, secretaresse of bedrijfswagen.’

(glimlacht) ‘Ik vind dat kunnen. We hebben niet te klagen: we wonen in een mooi huis, onze drie kinderen studeren in het buitenland. Je hebt minder nodig dan je denkt. Met dank aan de kringwinkel en zo. We gaan nu drie maanden schrijven in de VS. Door aan huizenruil te doen, kost ons dat minder dan een weekje skiën.’

‘Het is misschien een vreemde vergelijking, maar soms voel ik me als een soort oude adel: je krijgt het financieel voor elkaar, waardoor je ruimte hebt om dingen te doen waarvoor je niet wordt betaald. Dat maakt veel energie los. Je bent volstrekt onafhankelijk.’

Kwam er geen sleet op de strijd?

‘Vermoeidheid niet, ongeduld wel. Tegen Wim Van Hees zei ik vaak: “Verdorie, weer een boek dat niet geschreven is.” Dan zei hij: “Manu, dit is het boek dat je aan het schrijven bent.” Het besef dat ik voor de burger een plek zocht in het politieke spel hield mij ook gaande. Dat was de strijd achter de strijd. Het is mij vaak verweten: dat ik met ideologie bezig was en het Oosterweeldossier misbruikte om aan te tonen dat burgerdemocratie kan werken.’

U hebt gelijk gekregen. U kreeg uw stem in het overleg.

‘Ja. Het was essentieel dat politici hun macht durfden lossen en zich kwetsbaar durfden opstellen. Dat is heel moeilijk. Je mag niet te veel twijfel tonen, zeker niet in de media. Dan maak je “een bocht”, of lever je een slappe quote die wordt neergesabeld. Media spelen soms een perverse rol in het machtsspel van de oude politieke cultuur.’

Hoe hebt u die machine van de macht ervaren?

‘Politici leven met het gevoel dat ze snel met oplossingen moeten komen. De druk om krachtdadig over te komen, is groot. Zeker met de schijnwerpers van pers en sociale media op alles wat ze doen. Dus nemen ze snel beslissingen, vanuit hun ideologisch kader, met de expertise die op hun kabinetten zit. Dan volgt een partijtje armworstelen met de collega’s in de regering. En dan staan ze daar met een voldongen feit: zo zal het zijn. Voor de politiek is het een goed compromis, voor de maatschappij is het dat vaak niet.’

Is dat niet wat de kiezer wil: krachtdadige politici die snel met oplossingen komen?

‘De kiezer is veranderd. Het zijn vaak mondige mensen, de helft heeft een hoger diploma. Ze hebben toegang tot informatie. Je krijgt een kritisch speelveld. Je kunt van die burger niet meer vragen dat hij eens om de vier jaar een stem uitbrengt en dan zwijgt. Hij raakt hoe dan ook teleurgesteld, omdat hij geen invloed heeft op de machtsverhoudingen, op het politieke personeel dat een grote vinger in de pap heeft.’

Hoe kan de democratie zich daaraan aanpassen?

‘De burger heeft veel identiteiten. Hij kan naar een rechtbank of een ombudsman stappen. Hij kan spreekrecht opeisen in het parlement, als hij genoeg handtekeningen verzamelt. Je hebt het recht op dissidentie en actievoeren. En het recht om als belanghebbende bij processen betrokken te worden. De mogelijkheid daarvan probeer ik de komende maanden in kaart te brengen, in dat boek dat er eindelijk zal komen.’

Dit lijkt eerder een tijd van politieke aversie en gebrek aan burgerzin.

‘Niet iedereen moet er zoveel energie in steken als ik. Je kunt dit op veel niveaus doen. Er zit een hoop expertise in de maatschappij. Als je die aanboort, kom je tot betere beslissingen. Door het fiasco met de Lange Wapper hebben politici ingezien dat het niet meer anders kan. Natuurlijk zijn er nog krachten die beslissingen op de ouderwetse manier willen doorduwen. Het zal nog decennia duren voor dit de nieuwe standaard is. Maar we hebben in Antwerpen wel de bakens van de democratie verzet.’

Uw critici zien dat anders: je kunt in dit land niets meer beslissen zonder dat een actiegroep in het verweer gaat. Die burgerdemocratie doet alles stokken.

‘Dat slaat nergens op. Die kritiek komt vooral van Voka, dat zelf niéts aan het debat heeft toegevoegd. Wij waren lastige mensen, dus wij moesten zwijgen. Hoe de oplossing eruitzag, kon hen niet schelen. Als er maar iets gebeurde. Jarenlang hebben ze het beeld gecultiveerd dat hier niets meer lukt. Dan gingen ze met een delegatie van de haven naar China. Waw, weer vier nieuwe viaducten sinds we hier een half jaar geleden waren. In Sjanghai of Abu Dhabi gaat het tenminste vooruit. In het oude Europa zijn we lui, verwend en missen we de boot. Dat discours. Maar het klopt niet. Daar bouwen ze de mislukkingen die wij neerzetten in de jaren 1950, toen we nog autosnelwegen tot in de stad legden. Die snelgroeiende steden met hun hoge torens waar je enkel met de auto tussen kan rijden: ze stralen de 21ste eeuw uit, maar ze zijn heel erg 20ste eeuw.’

‘Er kwamen trouwens barsten in dat front: havenspelers als Christian Leysen en economen als Geert Noels schaarden zich aan onze kant. Je kreeg een coalition of the unusual suspects van links, rechts, groen, de captain of industry met zijn Lamborghini en een paardenstaart op een gammele fiets. (fel) Als sommigen sneller die knop hadden omgedraaid, hadden we geen twaalf jaar verloren.’

Hoe organiseer je burgerparticipatie? Van case tot case?

‘In de ideale wereld sluiten verkozenen een pact met de burger. Infrastructuurprojecten, onderwijs, klimaat, kinderarmoede, vluchtelingen...: er zijn een hoop problemen waarmee we over vier jaar een pak verder willen staan. En we nemen de burger mee op het niveau waar die het best ingeschakeld wordt. Dat kan door “veilige ruimtes” te creëren waarbinnen de problemen door een facilitator grondig in kaart worden gebracht. Die gaat na over welke premissen iedereen het eens is. Pas dan ga je kijken naar oplossingen.’

Kan dat voor elk dossier werken? Wat met de migratieproblematiek, waarover de meningen zo verdeeld zijn dat er amper nog iemand in die veilige ruimte zit?

‘Net daarom moet de ideologie eruit. Nu wordt er te veel gescholden en aan politiek gedaan vanuit de buik, aangewakkerd door op en neer gaande peilingen. Dat kan anders. Ook wij komen van ver: Patrick Janssens en Karel Vinck, die voorzitter was van de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM), konden op een bepaald moment amper nog door één deur.’

Ziet u voor uzelf nog een rol in dit verhaal? Of laat u het helemaal los?

‘Ik ga mijn ideeën hierover op papier zetten. Dan zien we wel wat er komt. Zaterdag ga ik in New York Perzische miniaturen bekijken. Dat was vroeger mijn corebusiness. Ik kijk ernaar uit dat weer op te pikken. Maar ik steek niet weg dat ik hoop nog een rol te spelen in de structuren die worden opgebouwd. Al mag het een beetje minder fanatiek zijn.’

U krijgt uw leven terug.

(lacht) ‘Ik hoop het. Ik heb helemaal geen spijt van de afgelopen twaalf jaar. Maar ik zou het niet erg vinden mochten de kunst en het schrijven weer de overhand nemen. Straks zien we in de VS twee van onze drie kinderen terug. Die hebben we al een hele tijd niet meer gezien.’

Hebben zij een afkeer overgehouden aan het activisme hier thuis?

‘Integendeel. Mijn oudste is stagiair bij een EU-delegatie in Manilla. Hij hoopt ooit te werken rond Europa, handel en mensenrechten. Mijn dochter studeert in Chicago. En de jongste heeft op zijn 16de een jaar in Japan gewoond. Wij hebben hen altijd opgevoed met het idee: “Wij hebben je op de wereld gezet, wees blij dat je er bent. Grijp je kansen en wees zelfstandig. Want wij hebben ook ons leven.”’

Tegen de jongste, die toevallig de keuken binnenkomt: ‘Ja hé Basiel, jullie krijgen toch alle kansen?’

Hij: ‘Ja papa. Ik ben blij dat ik er ben.’

Claeys: ‘We zijn altijd open geweest in onze engagementen. We gaan hen niet helpen met een huis of door te komen klussen, want daar hebben we geld noch tijd voor. We steunen hen wel in hun studies en zorgen voor een potje buitenlandervaring. Ze gingen er allemaal op in. Basiel spreekt vloeiend Japans. Hij heeft nu ook een Japanse vader en moeder.’

Basiel: ‘Dat monopolie op het vaderschap ben je kwijt.’

De vader grijnst. ‘Je moet durven loslaten. Zoals ik hier al twee uur zit te verkondigen.’

 

Tags: