Onze economie moet 'vergroenen'
EEN DUURZAME ECONOMIE MET CRADLE TO CRADLE — We moeten omschakelen van een economie die net iets minder vervuilt, naar een economie die ook een positieve voetafdruk achterlaat, vinden GEERT NOELS en BART VERCOUTERE. En dat kan via de Cradle to Cradle-filosofie.
In België is Thomas Leysen, de voorzitter van Umicore, uitgegroeid tot één van de belangrijkste pleitbezorgers van een duurzame economie. Leysen stelt terecht dat duurzaamheid het hart van de onderneming moet raken of dat de onderneming ten dode is opgeschreven. De economie zal duurzaam zijn, of ze zal niet (veel langer) zijn.
Sinds de hoge olieprijzen van midden vorig jaar is het energie-aspect alvast een testcase voor duurzaamheid. De leefbaarheid van een onderneming kan immers verhoogd worden door verstandig met energieverbruik om te gaan. Maar ook afval is al langer een concurrentiële factor. Niet alleen op financieel vlak, maar ook als het gaat om imago, prestige en uitstraling. Bovendien beheerst een bedrijfsleider de interne processen van zijn bedrijf en kan hij ze optimaliseren om minder energie te consumeren én om minder afval te produceren. Duurzaamheid is op die manier al in onze bedrijven binnengeraakt. Helaas lijkt men in Vlaanderen te geloven dat het daar stopt, terwijl onze noorderburen weten dat het daar net begint.
Milieupositief denken
Sinds 2008 is bij onze noorderburen het innovatiebeleid sterk gekoppeld aan duurzaam ondernemen. De Nederlandse overheid, maar evenzeer de publieke opinie, heeft daarbij het Cradle to Cradle-principe (C2C of van wieg tot wieg) omarmd. Milieuvervuiling beperken is op zich niet genoeg volgens dat concept. Het menselijke vernuft kan met de nodige impulsen erin slagen om producten en processen zodanig te ontwikkelen dat er milieupositieve producten en processen ontstaan. Bijvoorbeeld: in plaats van wagens te maken die de lucht met fijn stof vervuilen, moet het mogelijk zijn om wagens te ontwerpen die de lucht zuiveren. Of nog: in plaats van waterzuivering die energie vraagt een zuiveringsinstallatie zo ontwerpen dat ze zelf energie opbrengt. Kortom: omschakelen van een economie die net iets minder vervuilt naar een economie die een ook positieve voetafdruk achterlaat - dat is de opgave.
En dat is geen fictie. Vaandeldragers van dit concept zijn William McDonough (USA) en Michael Braungart (Europa). Hun klassieke voorbeeld is dat (zelfs) in gewicht gewogen er meer mieren op aarde zijn dan mensen. Maar mieren wegen niet op deze planeet, integendeel, ze hebben een netto positieve bijdrage. Kan de mens dat ook bereiken? En moeten we daarvoor radicale keuzes maken, door bijvoorbeeld allemaal vegetariër te worden? Nee, mieren zijn dat ook niet! Een C2C-Lange Wapper of autosnelweg kan. Een C2C-versie zal per lopende meter het milieu verbeteren. In Nederland zet men de eerste stappen in die richting, met autowegen die de lucht meer zuiveren dan ze ze vervuilen. Het kan dus wel.
Verschillende Nederlandse bedrijven hebben het concept van C2C als toekomstvisie centraal gesteld. De Nederlandse overheid (en ook lokale besturen) heeft daarenboven de ambitie uitgesproken om een C2C-economie te vormen. Snel een 'vergroening' van de economie bereiken zal snel een concurrentieel voordeel opleveren tegenover conservatieve economieën. De Nederlandse overheid heeft dat goed begrepen en wil daarom een voorloper zijn. Op drie vlakken stelt ze prioriteiten: een duurzaam aankoopbeleid, ketenaanpak en ruimtelijke ontwikkeling.
Kampioen worden
België heeft gefaald in dat laatste en heeft daarom een erg grote achterstand tegenover Nederland als het gaat om duurzaamheid. Maar in ketenaanpak zijn we mee: we integreren energiestromen, waardoor bespaard kan worden. Nederland voert echter al vanaf 1 januari 2010 een duurzaam aankoopbeleid. Het is de bedoeling dat als grootste drijvende kracht voor innovatie in gang te zetten. Concreet zijn voor 45 productgroepen in Nederland al criteria vastgelegd van duurzaamheid. Dat wil zeggen: specifieke normen over hoeveel geluid banden mogen maken, normen ook voor de samenstelling - en de mogelijkheid van C2C - voor straatmeubilair (inclusief verlichting), voor het water-, grondstof- en energieverbruik. Er wordt ook sterk gedacht aan het gebruik van gerecycleerd beton in waterbouwkundige werken. Iets waar Vlaanderen tot op vandaag niet aan denkt.
Dat alles werkt als katalysator voor vernieuwing: milieuvriendelijkere producten worden immers sterk bevoordeeld. En het creëert een stabiele en grote markt voor duurzame producten. Misschien verhoogt deze ontwikkeling op het eerste gezicht de kostprijs, maar wanneer men de 'Total Cost of Ownership' in rekening brengt, is het resultaat anders. Wat is het kostenplaatje als je niet alleen de aanschaf maar ook het gebruik en de afvalverwerking van een product in rekening brengt?
Vlaanderen zou dit model gewoon kunnen overnemen en op die manier een actieve en nog grotere markt rond duurzame producten induceren. Dat kan zelfs snel: Nederland deed er één jaar over. En het kan: het Vlaamse beleid rond zonne-energie was een voorbeeld in Europa, waar zelfs Nederland jaloers op was. In enkele jaren tijd is een grote markt voor zonne-energie ontstaan en wordt er aardig wat stroom duurzaam opgewekt. Ons landschap is gewijzigd, een Vlaamse energiemaatschappij is niet veraf.
Onze gebrekkige ruimtelijke ordening kan hier voor een keer een voordeel zijn. We kunnen binnen Europa immers kampioen worden in decentrale opwekking en verdeling van energie (warmte, elektriciteit, biogas), met lokale markten en micro-, smart- en andere grids.
Als Vlaanderen samen met Nederland de kaart van Cradle to Cradle trekt, worden we een groeiregio in duurzame sectoren. En dat kan meer opleveren dan wat we nu verliezen in de traditionele industrieën.
De toekomst van Vlaanderen is groen. Groen kan zelfs de vergrijzing betalen. Cradle to Cradle past bij deze regio zoals uurwerken bij Zwitserland.
GEERT NOELS & BART VERCOUTERE Wie? Geert Noels is econoom, Bart Vercoutere is Sales Coordinator bij studiebureau Haskoning België. Wat? Beiden pleiten ervoor om Cradle to Cradle of het kringloopprincipe toe te passen in onze economie. Waarom? Met Cradle to Cradle in onze economie wordt Vlaanderen een groeiregio in duurzame sectoren.
de Standaard Opinie 21-09-09
- Tags:
- Nieuwsrubriek:
meer nieuws
meer opinies
- 1
- 2
- 3
- 4
- volgende ›
- laatste »





Reacties