Oosterweel symboliseert foute architectuurcultuur

afbeelding

Wil Vlaanderen tot de top van Europa behoren, moet het meer aandacht besteden aan de ruimtelijke impact van de Oosterweelverbinding

De onlangs verschenen architectuurnota voor Vlaanderen pleit voor infrastructuurwerken mét een architectonische meerwaarde. KOEN VAN SYNGHEL ziet nog een lange weg te gaan vooraleer de gecontesteerde Oosterweelverbinding daaronder valt.

De Antwerpse burger kan tot morgen nog bezwaren indienen tegen de stedenbouwkundige vergunning voor de Oosterweelverbinding. Het ziet ernaar uit dat er een pak bezwaren komen. Tenzij de burger de weg kwijtraakte in een dossier met honderden pagina's teksten en plannen. Het dossier getuigt niet van grote communicatiebereidheid. Zeker de digitale versie van de aanvraag liet niet toe om te zoeken op thema of onderdeel.

Hoe is het zo ver kunnen komen dat zo'n belangrijk project voor Antwerpen en Vlaanderen aan het stranden is in een controverse die misschien eerder nog draait om de fundamentele rechten van de burger dan om degelijk ruimtelijk bestuur?

Niet alleen heerst er grote consternatie over de ingrijpende werken zelf, maar vooral ook over de procedure en de forcing waarbij de burgers de jure wel inspraak hebben, maar de facto, amper de tijd krijgen (30 dagen) om het dossier te bestuderen en bezwaren te formuleren. Laat staan om al dan niet moedwillige fouten op te merken, zoals het tekenen van personenwagens op het viaduct die in realiteit de schaal van vrachtwagens hebben, en daardoor de indruk wekken dat de omvang van die infrastructuur wel meevalt. Ook het feit dat het knooppunt met op- en afritten aan het Sportpaleis uit deze aanvraag is gelicht, wekt achterdocht. Want de ruimtelijke impact van dit complex valt nu amper in te schatten.

In de eerste architectuurnota voor Vlaanderen (die ikzelf schreef) staat een pleidooi voor geïntegreerde projecten. Dat betekent dat men alle betrokkenen op één lijn moet krijgen: de opdrachtgever, de bouwheer, de ontwerpers, de aannemers, de overheden, de gebruikers, maar ook de burgers in het algemeen. Het doel van een geïntegreerd project is immers efficiëntere en 'rijkere' projecten te realiseren. In de complexe ruimtelijke en politieke werkelijkheid van Vlaanderen, met zijn hoge bevolkingsdichtheid, gespreide bebouwing, schaarse ruimte en gefragmenteerde besluitvorming, zijn geïntegreerde projecten cruciaal, al was het maar om economisch competitief te blijven. De nota stelt dan ook dat architectuur de kans moet krijgen, 'slimmere, flexibelere en genereuzere antwoorden te bieden op actuele vragen.'

De vraag blijft of het ontwerp waarvoor BAM nu een bouwaanvraag indiende, wel degelijk slim, flexibel en genereus genoeg is om daadwerkelijk antwoord te bieden op de uitdagingen van morgen.

Welbeschouwd, heeft er wel degelijk een architectuurreflex meegespeeld bij de organisatie van de ontwerpwedstrijd en heeft het winnende ontwerp van de Noriantgroep onmiskenbaar architectonische kwaliteiten. Zelfs het evaluatierapport van ARUP/SUM erkent de 'iconische' meerwaarde van het viaduct, maar voegt er tezelfdertijd aan toe dat dit project grotere implicaties heeft op de verdere ontwikkeling van de stad dan de tunnelversie via de Royerssluis of het alternatieve plan van Straten-Generaal.

In diezelfde evaluatie staat even duidelijk dat de omgevingsimpact op de Linkeroever landschapsversterkend werkt en de versnipperde ruimte bundelt. Niettegenstaande het grandioze gebaar van het viaduct dat de weg vrijmaakt voor het internationale doorgaande verkeer en op schaal is van de interregionale draaischijf Antwerpen, dwingt het viaduct het gebied dat eronder ligt, zich aan te passen. In het slechtste geval degenereert de ruimte onder het viaduct tot een Bronx. In het beste geval wordt het een uitdagende ruimte zoals de haven van Genua, waar het viaduct als poort de stad ontsluit.

Wil Vlaanderen echt tot de top van Europa behoren, zoals het ambieert in het 'Vlaanderen in Actie'-plan, en daarbij de Slimme draaischijf van Europa worden, dan zal het toch meer aandacht moeten besteden aan de ruimtelijke impact van de Oosterweelverbinding dan dat ze met deze stedenbouwkundige aanvraag doet.

Koen Van Synghel is architectuurcriticus.

uit de Standaard 23-06-09

meer nieuws

24/05/2012 Onleefbare stad?
24/05/2012 Bedrijfswagens
23/05/2012 Den DAM is ongezond
22/05/2012 Piratenfestival
22/05/2012 FC Knudde
18/05/2012 2 passagiers meer

 

 

bezoek www.forum2020.be