Op zoek naar de Lange Wapper, deel 2: het Noordkasteel

afbeelding

Laat uw angsten varen en wandel mee langs het natuurlijke tracé. Ja, er staat een stevige bries, het is ijzig koud en soms valt de regen met pijnlijk zware bakken uit de lucht. Gelukkig zijn er plekken die beschutting bieden tegen de herfstige elementen: Plaasj Kaffee, Frituur Royerssluis en een of ander wachthok nabij de Noordkasteelbrug. Leerde onze eerste verkenningstocht ons het Lobroekdok kennen, dan gaan we nu op zoek naar de ziel van het Noordkasteel Domein, een stuk water en bos in de haven van Antwerpen dat onder de voet gelopen zal worden door de Lange Wapper.

Door Tim F. Van der Mensbrugghe

“Leest en foetert erop, gij allen, honden van de moderniteit, want dit is míjn kennismaking met de haven van Antwerpen.” Omdat het niet van serieuze journalistiek getuigt om een reportage met zo’n zin te beginnen, wordt hij opgesloten tussen aanhalingstekens, zodat de steller dezes er ogenschijnlijk afstand van kan nemen. Uiteraard is dat nonsens: dit ís mijn kennismaking met de Antwerpse haven. Die openingszin ís neergekrabbeld op een moment van euforie, in het pikkedonker, na overdonderd te zijn door industrie en vooruitgang tijdens mijn eerste bezoek aan de buurt van het Noordkasteel Domein.

Een goede voorbereiding mag dan zeer belangrijk zijn, veel tijd verdoet men er beter niet mee als men nog iets aan zijn dag wil hebben

Drie bezoeken had ik nodig om de plek te vatten. Het waren drie bezoeken van herfstig stormweer en nadrukkelijke onherbergzaamheid. Om eenheid te scheppen verwerk ik ze tot één verslag. Dankzij de eenheid van plaats, het gebied rond het Noordkasteel Domein, ontstaat er ook een kunstmatige eenheid van tijd, waarbij dit artikel zijn eigen pseudolineaire chronologie volgt. Die nieuw samengestelde eenheid van tijd doorbreekt de eenheid van vervoersmiddel, zodat het voor één keer mogelijk is dat ik vanuit Gent-Sint-Pieters vertrek met de trein en een uur later arriveer aan het Sint-Annastrand met de automobiel. ‘t Is maar dat ge gewaarschuwd zijt. En als zo’n verslag u niet aanstaat, lees het dan niet of sterf.

Een goede voorbereiding mag dan zeer belangrijk zijn, veel tijd verdoet men er beter niet mee als men nog iets aan zijn dag wil hebben. Vandaar dat ik niet voorover gebogen zat boven uurroosters van De Lijn maar simpelweg een vraag losliet op Twitter: “Weet er iemand hoe ik vanuit Antwerpen-Centraal het gemakkelijkst naar het Noordkasteel Domein geraak? Stopt daar ergens een tram?” Het antwoord kwam snel en gewis: geen tram, wel een bus, de 35 of de 37. Meer moest ik niet weten. Merci, @dropje en @raf__.

Op de trein verschanste ik me in een eersteklassewagon, deze keer aan de juiste kant van het voertuig, zodat ik bij het vertrek een mooi uitzicht zou hebben over mijn geliefde stad Gent. De wolken onderstreepten de herfstigheid van de maand november en alras legden de eerste regenspatten zich te rusten op het panoramische vensterraam. Ik reageerde met verdraagzaamheid en berekening: woelig weer levert betere foto’s en heroïscher verhalen op.

De eerste regen waarschuwt de argeloze reiziger: ga niet naar Antwerpen, stap af in Lokeren en neem de eerste de beste trein terug naar Gent. Op de achtergrond ziet u de zwaaikom aan de Dampoort.

De eerste regen waarschuwt de argeloze reiziger: ga niet naar Antwerpen, stap

af in Lokeren en neem de eerste de beste trein terug naar Gent.

Op de achtergrond ziet u de zwaaikom aan de Dampoort.

Maar met dat zwaar weer moet er evenmin overdreven worden. Aan uitgelopen letters, woorden en zinnen in m’n notitieboekje heb ik niets, zeker omdat ik het zó al moeilijk heb om mijn eigen geschrift te ontcijferen, en als mijn fotocamera kortsluit, koester ik beslist geen verwachtingen over kwalitatief hoogstaandere foto’s. Vandaar dat ik nogal vloekte, daar op het godverlaten Sint-Annastrand. Tien minuten, zolang had ik er kunnen rondlopen voordat het oude wijven begost te gieten.

Met de wagen was ik naar Linkeroever gereden om vandaar een blik op de toekomst te kunnen werpen. Immers, staat ge op het Sint-Annastrand, dan ziet ge daar, aan de overkant van de machtige stroom genaamd de Schelde, een stuk groen dat het bedje vormt waarop de Lange Wapper, als hij er ooit komt, zich als een sappig stuk forel zal neervlijen. Het Noordkasteel Domein zorgt er nu nog voor dat de industrie enigszins aan het zicht van de strandganger onttrokken wordt. Enigszins, schrijf ik, want naast het geboste van het park prijkt voldoende industriële architectuur om de minste illusie van ongereptheid radicaal te doorprikken.

De bomen aan de overkant van het water zijn symptomen van het Noordkasteel Domein. Het bos wordt omgeven door rauwe industrie.

De bomen aan de overkant van het water zijn symptomen van het

Noordpark Domein. Het bos wordt omgeven door rauwe industrie.

Mogelijk krijgt het ooknog eens een forse viaduct op zijn bladerdak.

Ten westen van het Noordkasteel Domein doet de petrochemische industrie haar best om de crisis een halt toe te roepen.

Ten westen van het Noordkasteel Domein doet de petrochemische industrie

haar best om de crisis een halt toe te roepen.

Achter het Noordkasteel Domein doemt de Noordkasteelbrug op, geflankeerd door de uit de kluiten gewassen vlotkraan Brabo.

Achter het Noordkasteel Domein doemt de Noordkasteelbrug op, geflankeerd

door de uit de kluiten gewassen vlotkraan Brabo.

Een mens staat daar dan in wind en regen op het strand van Sint-Anneke te turen naar de andere oever, die een deel is van het natuurlijke tracé dat gij in uw reportagereeks probeert vast te leggen. Starende over het water bekruipt en besluipt u het gevoel van wat zou dat geven, zo’n Lange Wapper, die sierlijk boven de bomen scheert en uiteindelijk verdwijnt in een gat onder de grond? Kunnen ze geen levensgrote versie bouwen in karton of plastiek, zodat wij toch één keer mogen genieten van het zicht, en als het zicht op niets trekt dat we dan alsnog kunnen zeggen: doe voor ons toch maar een tunnel? Zolang dat ge hem niet gezien hebt, kunt ge toch niet weten dat die viaduct het landschap zal verpesten, zal vermorzelen onder zijn lompe betonnen pijlers?

Het sfeervolle regenen ging over in een onaangenaam plenzen. Ik moest m’n fotocamera opbergen voor er water in sijpelde en het spellement in mijn poten ontploffen zou. Om te vermijden dat er ook al te veel water in mijn kraag zou sijpelen, vluchtte ik een café binnen, het Plaasj Kaffee, een etablissement met een ruim bemeten overdekt terras. Het terras van Plaasj Kaffee is zo goed ingepakt dat het tentenzeil niet alleen beschermt tegen regen en fijn stof maar de klant ook nog eens behoedt voor al te veel industriële infrastructuur in zijn blikveld.

Terwijl de Simple Minds kweelden van ‘Belfast Child’ nam de regenval in kracht toe. Er flitste al eens een weerlicht vantussen het wolkendek en ook de donder hield de aandacht van de klandizie bij het weer. Terwijl ik van m’n cola nipte, bedacht ik hoe beestig het wel niet was dat de automobiel op slechts tien meter van de deur van het Plaasj Kaffee geparkeerd stond. De geringe afstand zou me al te veel regenwater in m’n nek besparen en dat was op zijn beurt een goed excuus om niet al te lang in het betreffende etablissement te blijven zitten. Want een volkscafé waar sterke verhalen op te pikken zijn, is het niet. Veeleer een horecazaak waar goed winst mee te rapen valt, en dáárvoor zat ik aan de verkeerde kant van de toog.

Het oude strandhutje aan de ingang van Plaasj Kaffee evoceert ondanks zijn frisse kleuren geen zomers gevoel. Een wolkendek is altijd een machtige, haast onoverwinnelijke vijand voor dergelijke gevoelens.

Het oude strandhutje aan de ingang van Plaasj Kaffee evoceert ondanks zijn

frisse kleuren geen zomers gevoel. Een stevig wolkendek is altijd een machtige,

haast onoverwinnelijke vijand voor dergelijke gevoelens.

Zonder mijn broek te scheuren aan een zwaar doorwegende rekening kon ik het pand verlaten. De automobiel bood een knussere vorm van beschutting, met temperatuur alsook muziek aangepast aan mijn exclusieve wens. Ik zette koers richting rechteroever, waarvoor ik gebruik zou maken van de Waaslandtunnel, ook bekend als de Konijnenpijp. Nu is die Konijnenpijp een machtig bouwwerk waar de automobilist met veel plezier kan doorrijden. Om verkeerstechnische redenen was een foto van het interieur niet mogelijk, maar neem van mij aan: als ge met de auto in Antwerpen zijt, rijd dan eens over en weer door de Waaslandtunnel. Plezant dat dat is! En nul camions.

Aan de Rooseveltplaats zocht ik uit of er een bus 35 dan wel 37 op me stond te wachten. Dat was niet het geval. Wat een ontgoocheling, doch haar terstond wegspoelen met bier zou wijzen op zwakheid van karakter. Ik stapte dan maar op de bus richting Eilandje, dat volgens mijn trouwe stafkaart niet zo heel ver van het Noordkasteel Domein lag. Sowieso staat dat Eilandje op mijn lijst van bestemmingen die ik voor deze reportagereeks aan nader onderzoek zal onderwerpen. Zodoende donderde het niet dat ik er reeds een eerste keer zou passeren.

De buschauffeuse dropte mijn vege lijf in de buurt van het Kattendijkdok. Al kon ik me op het moment zelf niet meteen oriënteren, daar het Museum aan de Stroom (MAS) nogal opviel in het landschap wist ik meteen in welke richting de Schelde lag. Het plan was dan ook simpel: de Schelde vinden en haar stroomafwaarts volgen. Ik moest al in een andere dimensie terechtkomen wou ik het Noordkasteel Domein mislopen.

Het Museum aan de Stroom overheerst het urbane landschap van het Eilandje. Als een moderne vuurtoren gidst de constructie de verdwaalde reiziger naar zijn bestemming.

Het Museum aan de Stroom overheerst het urbane landschap van het Eilandje.

Als een moderne vuurtoren gidst de constructie de verdwaalde reiziger naar

zijn bestemming.

Nieuwe hoogbouw nabij de Londenbrug op het Eilandje. Alleen al aan de gebouwen zie je dat dit stadsdeel niet langer een te negeren uithoek is.

Nieuwe hoogbouw nabij de Londenbrug op het Eilandje. Alleen al aan de

gebouwen ziet men dat dit stadsdeel niet langer een te negeren uithoek is.

Enkele oude kranen houden als stille getuigen de wacht op de Scheldekaai. Als Antwerpen een beetje respect heeft voor zijn industriële erfgoed smijt het die dingen nooit of te nimmer bij het oud ijzer.

Enkele oude kranen houden als stille getuigen de wacht op de Scheldekaai.

Als Antwerpen een beetje respect heeft voor zijn industriële erfgoed smijt

het die dingen nooit of te nimmer bij het oud ijzer.

Zoals verwacht had ik spoedig uitzicht op de reusachtige levensader waaraan de Metropool zich dag in, dag uit laaft. Deze stroom boezemt ontzag in, maar gelukkig niet zozeer dat mijn oriëntatievermogen zich uit zijn lood liet slaan. Ik wandelde op een soortement dijk richting het bos dat mij het Noordkasteel Domein scheen te zijn. Lang kon het niet meer duren voor ik m’n bestemming zou bereiken. Gewoon de weg volgen en alles zou in orde komen, zelfs mijn fysieke conditie.

Als laatste hindernis kreeg ik wel nog een stuk haven voorgeschoteld dat al meedraait sinds 1907: de Royerssluis. Er was parkeerplek te over nabij de sluis, zodat ik me zonder veel problemen van de automobiel kon ontdoen. Ook waren de twee bruggen die het wegverkeer voorbij de sluis leiden vrij toegankelijk. Een opsteker, want uit de stafkaart kan men deduceren dat er de mensheid niets anders dan miserie wacht als zowel de Royersbrug als de Lefèbvrebrug gesloten zijn. Dan mag een mens gerust een halfuur rond gaan rijden wil hij op zijn gemak flaneren langs de oevers van het Amerikadok, het Vijfde Havendok of het Industriedok.

Als de Lefèbvrebrug zich niet bevindt in een toestand van ophaling, slaken truckchauffeurs een zucht van verlichting. De goden van het vrachtvervoer hebben hen een omweg van mínstens een halfuur bespaard.

Als de Lefèbvrebrug zich niet bevindt in een toestand van ophaling, slaken truckchauffeurs een zucht van verlichting. De goden van het vrachtvervoer

hebben hen een omweg van mínstens een halfuur bespaard.

Een gebouw dat bij de Royerssluis hoort, toont aan dat men vroeger iets veeleisender was met betrekking tot industriële architectuur. Zomaar wat golfplaten bijeen vijzen, neen, toen kon dat niet. Een havengebouw diende steen voor steen opgebouwd. Voor het prestige brachten vaklieden voldoende ornamenten en decoratie aan. In die tijd was er nog groot respect voor handenarbeid.

Een gebouw dat bij de Royerssluis hoort, toont aan dat men vroeger iets

veeleisender was met betrekking tot industriële architectuur. Zomaar wat

golfplaten bijeen vijzen, neen, toen kon dat niet. Een havengebouw diende

steen voor steen opgebouwd. Voor het prestige brachten stielmannen

voldoende ornamenten en decoratie aan. In die tijd was er nog groot respect

voor vakmanschap.

De vaargeul die de Royerssluis met de Schelde verbindt. Vooral binnenschepen maken er gebruik van. Boten met een iets ambitieuzere omvang worden vriendelijk verzocht de steven te wenden.

De vaargeul die de Royerssluis met de Schelde verbindt. Vooral binnenschepen

maken er gebruik van. Boten met een iets ambitieuzere omvang worden

vriendelijk verzocht de steven te wenden.

Los van haar logistieke merites heeft de Royerssluis nog een troef van een heel andere aard: er bevindt zich een frituur, Frituur Royerssluis. Die is in twee opzichten volstrekt uniek. Ten eerste is zij een van de weinige vrijstaande frietkoten die Antwerpen nog rijk is. Loop wat rond in Gent en om de drie botten passeert men op een vuile straathoek een gammel kraam waarin frieten worden gebakken. Niets van dat in de Koekenstad. Daar zijn alle friterieën opgesloten in panden met een degelijk kadastraal inkomen, met wanden van baksteen en mortel in plaats van vezelplaat en silicone. Ten tweede is Frituur Royerssluis de enige horecazaak in de wijde omtrek waar het werkvolk kan samenkomen om pinten te pakken.

Yep, dat laatste hebt u goed gelezen. In Frituur Royerssluis gaan er meer pintjes dan pakjes friet over de toonbank. Mannen in morsige overalls leunen tegen de geïmproviseerde toog om de ene na de andere Jupiler achterover te gieten. Pas als ze een kleine honger zouden voelen klagen, zouden ze een portie frieten durven vragen. Bij gebrek aan om het even welk ander etablissement was ik op het beste volkscafé van de hele haven gestoten.

Willy:
‘Ik heb geen diploma, maar ik heb wel altijd gelijk en ik zal nooit rond de pot draaien’

 

 

 

 

 

Ik stapte binnen en bestelde meteen een pint voor mezelf. Dat bleek een volstrekt normaal verzoek. In eender welk frietkot zou mij gevraagd worden van en wat wilt ge om te eten, maar hier volstond mijn drang naar bier. Ik nam een slok en legde mijn notiteboekje en pen op de toog. De waardin kwam met een vragend gezicht voor mij staan, allicht vermoedend dat ik van de gazet of den televies was of zoiets.

“Euh, het is voor de Lange Wapper”, begon ik. “Ik maak een reportage…”

“Wááááááááh! De Lange Wapper!”, reageerden de vaste klanten meteen dolenthousiast.

“Die van mij is lang en dapper!”, grapte er één.

“Ik had gedacht tam en slapper!”, repliceerde een ander.

Kortom, nog voor ik goed en wel had kunnen uitleggen dat ik een reportagereeks over het natuurlijke tracé aan het compileren was en dat zulks in opdracht gebeurde van journalistiek laboratorium De Werktitel zat de sfeer er helemaal in. Zo hoorde het.

“Wij hebben allemaal tegen die brug gestemd”, flapte de waardin eruit. “Dat ding zou hier vlak voor de frituur komen.” De vrouw stelde zich voor als Blonde Martine en knipoogde ondeugend dat ze slechts 25 lentes telde.

“Vijfentwintig jaar? Gij? Mijn schoonmoeder van 105 zag er beter uit!”, klonk het alweer gevat vanuit het verenigde klantenbestand. Er ontspon zowaar een verhaal over leren pijpen met een tafelpoot, maar ten slotte belandde het gesprek weer netjes bij de beruchte Oosterweelverbinding.

Een man wenkte me. “Kom ‘ns hier”, zei hij. “Ik zal u daar eens alles over vertellen wat daarover te vertellen is.”

“Oké, ik ben benieuwd”, antwoordde ik naar waarheid.

“Het is zeer simpel: de mensen zijn achterlijk”, stak de man – Willy bleek hij te heten – van wal. “Allez, als de grootste idioot van het grootste apenland president van Europa wordt, dan moet ge u toch geen vragen meer stellen bij de domheid van de mensen, nietwaar?”

“Daar valt iets voor te zeggen”, bleef ik diplomatisch.

“Verwondert het u dat mensen liever in de file staan dan dat ze fijn stof moeten inademen?”

“Tja…”

“Mensen zijn allemaal kiekens”, argumenteerde Willy. “Het echte probleem zit er hem in dat we met zes miljard man rondlopen op de aarde. Met vijf miljard mensen minder zouden alle problemen opgelost zijn.”

“Maar Willy, dat heeft nu eens niets met de Lange Wapper te zien!”, onderbrak een van zijn compagnons. “Die mens komt hier niet om uw oplossing voor de wereldproblemen te horen, die is hier voor de Lange Wapper.”

Dat vond ik een treffende opmerking. Ik richtte mijn aandacht op de spreker, een individu dat naar de naam Marc luisterde.

Willy (l.) en Marc staan broederlijk aan dezelfde toog maar hebben een heel andere visie op de Lange Wapper. 'Er zijn vijf miljard mensen te veel op deze wereld', analyseert Willy.

Willy (l.) en Marc staan broederlijk aan dezelfde toog maar hebben een heel

andere visie op de Lange Wapper. 'Er zijn vijf miljard mensen te veel op deze

 wereld', analyseert Willy. 'Dat is het echte probleem.'

“Ik heb 25 jaar gewerkt voor S.K.B.”, sprak Marc met een bittere trek om zijn lippen. S.K.B. is een bedrijf voor scheepsherstellingen en zo. “Maar nu stop ik ermee. Ik heb mijn ontslag ingediend, want ik voel er mij niet meer thuis. Kijk daar, ziet ge die containers?” Ik keek naar buiten en bemerkte aan de overkant van de weg een leeg terrein waarop zich een tiental rode containers bevond. “Daar stond het atelier van S.K.B. Dat is afgebroken omdat er een pijler van de Lange Wapper neergeplant zou worden. Ons nieuwe atelier ligt hier enkele honderden meters verder. Weet ge wat de schande is? S.K.B. wou een gebouw van drie verdiepingen hoog neerzetten, maar dat mocht niet, want dat zou het uitzicht verpesten van de mensen die op het Eilandje wonen. ‘t Is nu dus maar twee verdiepingen meer. Terwijl ze hier wel een gigántische brug willen bouwen!”

“Maar Marc, dat doet er allemaal niet toe”, onderbrak Willy. “Mijnheer, ik zal u eens iets zeggen. We zijn met veel te veel mensen op deze planeet. Als ik de Lotto zou winnen, ik kocht mij genoeg atoombommen om vijf miljard mensen uit de weg te ruimen. En het zou zeer spijtig zijn als mijn kinderen en ikzelf bij de slachtoffers waren, maar het is de enige oplossing.”

“Allez, dus de terroristen zijn alvast goed bezig”, schamperde een bruine medemens die aan een tafeltje een Bicky Burger zat te verorberen. Ik schoot in de lach. Bruine medemensen met gevoel voor humor zouden van mij alvast mogen blijven leven als Willy ooit z’n atoombommen wint.

“Maar het staat toch vast dat de wereld naar de kloten is?”, bleef Willy bij zijn punt. “Er lopen gewoon veel te veel idioten rond.”

Marc zuchtte. “Ik heb tegen de Lange Wapper gestemd”, ondernam hij een poging om weer tot de essentie te komen. “Men heeft te veel mensen gekwetst met die plannen, en de rest trekt er zich niets van aan. Ik kan het echt maar zeer moeilijk verteren dat ons atelier afgebroken is voor een project dat er misschien nooit zal komen. Terwijl men de Liefkenshoektunnel allang tolvrij had kunnen maken. Maar neen, de Oost-Europese en Turkse camionchauffeurs blijven maar de Ring gebruiken omdat die tunnel hen te veel kost.”

Willy poogde deze keer bij het onderwerp te blijven met zijn interventie: “Het zijn allemaal kiekens die in de file staan. Die brug had er moeten komen. De Hollanders zullen Antwerpen mijden omdat er zoveel file is. Ik ben schipper, mijnheer, en ik zeg u: de afgelopen vijftig, zestig jaar hebben die Hollanders hier alles naar de kloten geholpen.”

“Maar wat dan met de mensen die onlangs een schoon appartement gekocht hebben op het Eilandje?”, wierp Marc op. “Zij hebben het dan toch zwaar getroffen als die Lange Wapper komt?”

“Ach, Marc, over twee, drie jaar staat alles toch vast in Antwerpen“, relativeerde Willy zijn pleidooi voor de Lange Wapper. “Tegen dat die brug gebouwd is, zijn er alweer zoveel auto’s en camions bij gekomen dat het geen verschil meer uitmaakt. Ik zeg u nogmaals: de wereld is naar de kloten. Vroeger hadden jongeren nog respect voor de politie, nu zijn de flikken bang voor de vreemdelingen. En de politiek heeft de maatschappij niet meer in de hand. Zakkenvullers zijn het, uitschot.”

Frituurbazin Viviane en één van de vaste klanten luisteren geamuseerd naar Willy's kijk op de wereldproblematiek. 'Er lopen veel te veel domme kiekens rond.'

Frituurbazin Viviane en één van de vaste klanten luisteren geamuseerd naar

Willy's kijk op de wereldproblematiek.

'Er lopen veel te veel domme kiekens rond.'

De waardin, die haar naam Blonde Martine intussen geruild had voor Viviane, trok een bedenkelijk gezicht. “Och, ge moet niet naar Willy luisteren, mijnheer, hij is zo zat als een patat.”

“Maar enfin, het is toch duidelijk?”, kroop Willy meteen weer op zijn strijdros. “Er is 400 miljoen euro betaald voor allerlei studies. Toen kwam dat referendum en nu moet men opnieuw honderden miljoenen euro’s betalen voor studies over een tunnel. Terwijl de rijken hun zakken vullen, blijven de idioten in de file staan.”

“Ik denk dat ge daar een punt hebt”, sprak ik voorzichtig.

“Maar natuurlijk”, beaamde Willy. “Heel België is rot. Antwerpen is rot. Kijk hier nu eens naar die Royerssluis. Die is 102 jaar oud. Kunt ge dat nu geloven? Daar wordt niet in geïnvesteerd, terwijl de haven achteruit boert dat het niet meer normaal is. Nog zoiets dat ik niet begrijp: er worden 50.000 illegalen geregulariseerd terwijl hier iedere dag 1.000 man zonder werk valt. En de ministers in de regering trekken het zich niet aan, want als de burgeroorlog uitbreekt, vluchten ze naar hun chique villa in Spanje.”

Waardin Viviane zuchtte en probeerde het gesprek terug naar de Lange Wapper te sturen. “Ik woon in Deurne en als de wind slecht zit, heb ik nu al last van van ‘t lawijt van de Ring”, stelde ze. “Wat gaat dat dan geven als ze die Ring nog eens dubbel zo breed maken?”

“Maar zo is het voor iedereen altijd iets”, counterde Willy. “Ik woon óók in Deurne en…”

“Ja, maar gij woont in Deurne-Zuid, dat is dus níét te vergelijken met Deurne-Noord!”, viel Viviane Willy in de rede.

“Oké, da’s waar, maar toch: ik heb een schoon appartement in Deurne-Zuid en dankzij mevrouw Van Brempt (sp.a) rijdt er nu met veel lawaai een tram door ons straat. En dan hebben ze ook nog eens kasseien gelegd. Kasseien, stel het u voor, aan het begin van de 21ste eeuw. Ik moet u niet uitleggen wat een lawijt dat geeft als daar bussen over rijden. Wel, dáár heb ik last van. En zo is er altijd wel iets. Maar het feit blijft: de Lange Wapper had veel opgelost, hoewel enkele duizenden mensen er last van zouden hebben gehad. Alleen is er nu niets opgelost, terwijl al het geld verdwenen is in de zakken van de rijken.”

Willy nam een kleine adempauze om even te bezinnen. “Ik ben natuurlijk altijd wel wat extreem in wat ik zeg”, besefte hij. “Er is niemand zo extreem als ik. Ik heb geen diploma, maar ik heb wel altijd gelijk en ik zal nooit rond de pot draaien. Ooit heb ik één uur voor een baas gewerkt. Omdat het mij niet aanstond hoe hij mij behandelde, ben ik meteen opgestapt. Maar de meeste mensen doen alles om hun werk te behouden. Als de baas het vraagt, likken ze zijn gat schoon.”

“Vroeger deden ze dat gewoon om opslag te kunnen krijgen, nu is het enkel om te mogen blijven”, merkte een tooghanger op die nog maar weinig woorden had gelost maar het gesprek wel geïnteresseerd had staan volgen, onderwijl sigaretten paffend boven het papier dat vriendelijk verzocht om aan de toog niet te roken.

“Ooit ben ik zelfs eens buiten gesmeten op een receptie in het stadhuis”, grijnsde Willy. “Ik had de polletiekers iets te veel vervelende vragen voorgeschoteld. Patrick Janssens (sp.a) wees mij aan en meteen zetten enkele bodyguards mij op straat.”

Plots bekeek Willy me vragend. “En hebt gij nu alles opgeschreven wat ik heb gezegd?”

“Ongeveer wel, ja”, antwoordde ik.

“En gaat ge dat dan allemaal in uw stuk zetten?”

“Dat is toch de bedoeling.”

“Allez, makker, als ge dat doet, dan heb ik groot respect voor u”, straalde Willy en hij stak z’n hand uit.

”Ik doe enkel mijn job, meer moet ge daar niet achter zoeken”, sprak ik terwijl ik hem de hand schudde.

”Toch, ik zou het enorm appreciëren. Ooit, een paar jaar geleden, heb ik eens in de supermarkt mijn mening staan geven in de buurt van Luc Van der Kelen (politiek commentator bij Het Laatste Nieuws, TVDM) en weet ge wat die tegen mij zei? ‘Ofwel zijt gij bezopen ofwel zijt ge achterlijk’.”

“Wat hadt ge dan wel verkondigd?”

“Dat er een grote economische crisis zat aan te komen. En nog geen twee jaar later wás het zover. Toen ik Van der Kelen onlangs nog eens tegenkwam in diezelfde supermarkt vroeg hij of ik nog zo van die grappen in mijn mouw had zitten. Maar die gast moet bij mij niet meer afkomen!”

Bij zoveel wijsheid moest ik deemoedig het hoofd buigen. Fuck universitaire diploma’s en fuck boekenkasten vol moeilijke, hoogdravende lectuur als de waarheid gewoon voor het rapen ligt in een vergeten frietkot nabij de Royerssluis. Ik propte m’n notitieboekje in m’n binnenzak, betaalde Viviane een correcte prijs voor de pintjes, groette iedereen en verliet het als frietkot vermomde volkscafé. Wijs dat het daar was geweest.

Trots bekent de BAM verantwoordelijk te zijn voor de afbraak van het atelier van S.K.B. Naar alle waarschijnlijkheid zal er op het vrijgekomen terrein echter nooit een brugpijler verschijnen.

Trots bekent de BAM verantwoordelijk te zijn voor de afbraak van het atelier

van S.K.B. Naar alle waarschijnlijkheid zal er op het vrijgekomen terrein nooit

een brugpijler verschijnen.

Buiten was het ijzig koud. Fotograferen ging slechts met veel moeite, want de wind blies gedurig regendruppels tegen mijn lens. Maar dat ik me zou laten doen door de elementen, neen, dat was buiten mijn professionalisme gerekend. Als de opdrachtgever een reportage eiste, met tekst en beeld en al, dan zou hij er één krijgen. Het mocht stormen zoveel het wou, deze blauwvoet zou niet op zijn nest gaan zitten.

Plus daarbij: het Noordkasteel Domein zelf had mijn aandacht nog niet gekregen. Ook de omliggende industriële infrastructuur verdiende het om voor de eeuwigheid vastgelegd te worden. Of dat dan per se door mij moest gebeuren, zal wel altijd een punt van discussie blijven, maar als ík het niet doe, wie neemt dan wel de moeite om het natuurlijke tracé van nabij te inspecteren? Iemand?

Voilà, ‘t is dat da’k peis.

Het Amerikadok gezien van op de Lefèbvrebrug aan de Royerssluis. Indrukwekkende stalen constructies lokken de reporter buiten zijn vertrouwde kader.

Het Amerikadok gezien van op de Lefèbvrebrug aan de Royerssluis.

Indrukwekkende stalen constructies lokken de reporter buiten zijn

vertrouwde kader.

De toegang tot het Noordkasteel Domein bleek vlak naast Frituur Royerssluis te liggen. Gebruikmakend van die handigheid begeeft de wandelaar zich op een onverlichte dijk en passeert hij terstond de Hogere Zeevaartschool. Daarna begint de natuur. Ik merkte ogenblikkelijk dat ik geen foto’s van de plaatselijke bospartijen en waterplassen zou moeten nemen: daar was de schemering reeds te intensief voor. Die verzameling bomen was ook niet belangrijk. Op een kille herfstavond zijn er andere dingen om visueel onder de aandacht te brengen, zeker op de plek waar ik me bevond.

Het was een geniale plek. Een Antwerpenaar die ’s avonds nog nooit op de Scheldedijk aan het Noordkasteel Domein gestaan heeft, heeft er geen enkel besef van in welke stad hij woont, leeft en werkt. Die heeft z’n stad nog niet gezien. Want daar op een duister stuk dijk wordt de grootstad Antwerpen geboren, daar komt alles tezamen. Links ziet ge de skyline van ‘t Stad zelf, met zijn kathedraal en zijn duust andere torens en gebouwen. De schoon verlichte stad strekt zich als kostbaar fonkelend kristal uit langs de oever van de Schelde. Een parel die grenzeloos entertainment belooft.

Aan de overkant van het water ligt Sint-Anna te blinken met zijn zwierige etablissementen, waarachter de grauwe sociale hoogbouw van Linkeroever opdoemt. Kijkt ge naar rechts, laat ge uw blik enkele kilometers stroomafwaarts gaan, dan ziet ge aan de einder een stad opdoemen van miljoenen lichtjes. Ge vraagt u af van tiens, sinds wanneer ziet Beveren eruit als New York? Maar dan komt ge tot het besef dat ge naar de nachtelijke Waaslandhaven staart. Dat is geen stad waar mensen wonen, maar de aanblik blijft desalniettemin indrukwekkend.

Vlakbij ziet en hoort ge de petrochemische industrie sjette geven. Het wolkendek kleurt oranje in het licht van de vlammentorens. De resten van het eigenlijke Noordkasteel mogen dan allang verzonken zijn in de drassige poldergrond, de petrochemische faciliteiten zien er als moderne forten minstens even schrikbarend uit.

Petrochemische faciliteiten vormen met hun vele torens een demonisch spiegelbeeld van de romantische kastelen waar naïeve lieden zo graag van dromen.

Petrochemische faciliteiten vormen met hun vele torens een demonisch

spiegelbeeld van de romantische kastelen waar naïeve lieden zo graag

van dromen.

Zulke vergezichten doen mij zwart op wit stellen dat ik houd van industrie. Ja, ik geraak gemakkelijk onder de indruk van volgebouwde bedrijventerreinen. Goed, ook een bos kan ’s nachts zijn charmes hebben, maar volgens mij bevat een olieraffinaderij minstens even veel mysterie. De shit was dat ik geen statief bij de hand had en dat het net iets te hard waaide om m’n camera perfect stil te kunnen houden, wat nochtans noodzakelijk is, wil men des nachts beelden vastleggen. Bijgevolg kon ik het grootste deel van m’n nachtopnames meteen in de vuilnisbak kieperen wegens te veel bewogen. Met treurnis hield ik me echter niet bezig: ik had nog genoeg ander materiaal om de lezer mee te ambeteren.

Enkele honderden meters verder priemde een vreemd bouwsel omhoog. Ik had het ding al van ver gezien, en eerst scheen het mij toe als een mooi verlichte kerktoren. Maar een kerktoren midden in de haven, welk een stedenbouwkundig genie was daar mee afgekomen? Ik naderde het bouwwerk en begon langzaam te beseffen dat het een opgehaalde brug betrof, en geen toren van religieus allooi. Nochtans moest hier wel iets van kerkelijkheid aanwezig zijn, zo concludeerde ik uit de naam van de enige bushalte in de buurt: Oosterweel Kerk.

Op de plaats waar zich vroeger het polderdorp Oosterweel bevond, is de bushalte Oosterweel Kerk een van de weinige moderne bouwsels op mensenmaat.

Op de plaats waar zich vroeger het polderdorp Oosterweel bevond, is de

bushalte Oosterweel Kerk een van de weinige moderne bouwsels

op mensenmaat.

Ik wandelde verder richting de imposante brug. Links passeerde ik een bosje waar ik niet al te veel aandacht aan schonk. Ha ja, een overgebleven stuk natuur te midden van een uitgestrekt havengebied, en dan? En dan?! Dat er een kerktoren tussen de bomen stond, en dan. Zag ik daar werkelijk in een grote put een klein kerkje, beschut tegen de elementen en omgeven door knoestige boomstronken? Wauw, ja, dat zag ik.

De zwaartekracht enkele gemene hakken zettend daalde ik voorzichtig de metershoge berm af, tot ik op de bodem stond van de krater die als een schelp rond het kerkgebouw omhoog rees. Dit was alle moderne stedenbouwkundige inzichten ten spijt inderdaad een kerk te midden van de haven van Antwerpen, een laatste relikwie van een verloren gegane parochie, reeds lang geleden gesneuveld in een niet te winnen strijd tegen de vooruitgang.

Een oud kerkje is de laatste stille getuige van het reeds lang weggevaagde polderdorp Oosterweel.

Een oud kerkje is de laatste stille getuige van het reeds lang weggevaagde

polderdorp Oosterweel.

Dit was dus het verdwenen dorp waarnaar de Oosterweelverbinding genoemd is. En ik die dacht dat ‘Oosterweel’ verwees naar de beroemde ingenieur Roger Oosterweel (1867-1929), die de derde en vierde versnelling voor de benzinemotor had uitgevonden. Was het niet wat cynisch om een grootschalig stedenbouwkundig project dat vele woonwijken zou verminken te vernoemen naar een dorp dat eerder al was moeten wijken voor de industrie? Of beschouwden de vetbetaalde heren van de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel dat als een uitmuntende grap?

Ach, let niet op mijn kritiek, zij is het resultaat van jarenlange beroepsmisvorming. Altijd maar dat zoeken naar de slechte bedoelingen van de mensen, ge wordt daar op den duur mottig van. In deze tijden heeft het volk nood aan warme vertellingen die één team vormen met een knisperend haardvuur. Aan het soort positieve verhalen dat de maatschappelijke cohesie bevordert en het wederzijds respect versterkt. Kortom, aan een discours waartoe de resten van het vergane Oosterweel níét spontaan zullen inspireren.

Maar best ook. De enige positieve verhalen van deze tijden verschijnen in de vorm van persberichten van de grote bankinstellingen. Ondertussen weten we allemaal hoeveel dáár van klopt. Zoals Willy zei: de wereld is rot en alles zal alleen maar nog veel harder naar de kloten gaan. Met een beetje chance zijn de jacht en de visvangst de mooiste toekomst die we onze kinderen kunnen voorhouden. En ondertussen maak ik reportages over een haven die volgens de mensen die er werken elke dag een beetje meer in frieten draait.

Desondanks: schone haven. En stoere brug, die Noordkasteelbrug. Dat stalen monster bestaat uit twee parallelle bruggen, waarvan er één permanent opgericht lijkt te staan. Over het andere deel rijdt het vrachtvervoer met zo’n rotvaart dat je de brug alleen maar kunt bewonderen voor haar stevigheid. Wandel als voetganger over de Noordkasteelbrug en ge voelt het merg uit uw beenderen trillen als er u een twintigtonner voorbijsnelt. Maar wanhoop niet: de brug blijft stabiel. Het enige waar ik gerust een klachtenbrief over wou formuleren, was de gebrekkige beschutting die voetgangers genieten. Een afdak dat hen beschermt tegen de striemende regen zou fijn zijn. Maar veel potentieel om een petitie te beginnen zag ik niet. Goed mogelijk dat het alweer twee maanden geleden was dat er nog eens iemand de Noordkasteelbrug was overgewandeld. En daarbij: vlak bij de brug staat er een schuilhok van de Port of Antwerp voor wie het allemaal niet meer aankan in de strijd met de elementen.

Terwijl de regen in onwelvoeglijk grote hoeveelheden uit de lucht kletst, zijn we de Port of Antwerp oprecht dankbaar voor willekeurig neergepote schuilhokjes.

Terwijl de regen in onwelvoeglijk grote hoeveelheden uit de lucht kletst, zijn

we de Port of Antwerp oprecht dankbaar voor willekeurig neergepote

schuilhokjes.

Dat dwaze schuilhok was voor mij het einde van de tocht. Hier zou ik rechtsomkeert maken. Ik had genoeg gezien van de Antwerpse haven om overdonderd te zijn. Zoveel industrie hebben wij niet in Gent, daar moeten we eerlijk in zijn. Nederigheid was op zijn plaats. Ik wachtte nog even tot de regen wat minderde, en toen ik vaststelde dat mijn ongeduld alleen maar meerderde, zette ik m’n kraag recht en begon aan de lange terugweg richting Antwerpen-centrum.

Boot na boot ligt aangemeerd aan het Vijfde Havendok. De petrochemische industrie haalt er krachttoeren uit om ruwe olie om te toveren tot bruikbare grondstoffen. Zij levert goed werk.

Schip na schip ligt aangemeerd aan het Vijfde Havendok. De petrochemische

industrie haalt er krachttoeren uit om ruwe olie om te toveren tot

bruikbare producten. Zij levert met andere woorden goed werk.

De Noordkasteelbrug is een pareltje van industrieel vernuft. De stalen constructie verzekert een snelle en bijna permanente toegang tot een stuk of vijf havendokken. De bedrijfswereld vindt dat oké.

De Noordkasteelbrug is een pareltje van industrieel vernuft. De stalen

constructie verzekert een snelle en quasi permanente toegang tot een

stuk of vijf havendokken. De bedrijfswereld vindt dat oké.

Mijn sympathie voor het fenomeen Antwerpen was alleen maar toegenomen. Vreemd wat een hoop staal en enkele toogfilosofen met u kunnen doen. Eindelijk begon tot mij door te dringen dat Antwerpen zoveel meer was dan een uit zijn voegen gebarsten vissersdorpje in de schaduw van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. En ook: in Frituur Royerssluis bleven mijn trommelvliezen gespaard van het hippe, immer scherp klinkende gekakel waar jonge Antwerpenaars hun omgeving mee lastigvallen. Ik was een dialect tegengekomen dat bijna even oprecht en rauw was als het Gents waar ik zo van houd.

Op de terugweg langs de Scheldedijk aan het Noordkasteel Domein keek ik nog een laatste keer naar het verenigde Antwerpen dat daar zo aandoenlijk rond u gearrangeerd ligt. Ik grijnsde en noteerde als besluit in m’n notitieboekje: “Antwerp, I salute you, baby.”

Tim F. Van der Mensbrugghe De Werktitel 30-11-09

http://www.werktitel.be/2009/11/op-zoek-naar-de-lange-wapper-deel-2-het-noordkasteel/

 

Reacties

Comment viewing options

Select your preferred way to display the comments and click "Save settings" to activate your changes.

meer nieuws

09/02/2012 Overkapping Ring

 

 

bezoek www.forum2020.be