Parking grootstad, altijd volzet

kade rechteroever

‘Pesterijen', zo noemen autobezitters de boetes die ze opstapelen omdat ze in hun eigen buurt geen parkeerplaats meer vinden. Dat ze binnenkort allicht gestraft worden met GAS-boetes, drijft de spanning op. In Antwerpen circuleren 72.000 bewonerskaarten, voor 46.000 plaatsen. En niemand die durft te zeggen dat we van onze auto's af moeten.

46 parkeerboetes in eigen buurt, sinds begin 2010. Bart Palmers, landmeter en muzikant, is de boetekampioen van onze rondvraag. Woont op de Vrijdagmarkt, een pleintje in het hart van het oude Antwerpen, omgeven door smalle stegen. Heeft zijn auto nodig voor zijn werk en komt 'savonds vaak laat thuis. ‘Er is meestal wel plaats voor de bewoners', zegt hij, ‘maar geen reglementaire plaats. We zetten onze auto 's nachts naast de parkeervakken, of voor het Museum Plantin-Moretus of op het stuk plein dat is voorbehouden voor de markt. 's Nachts stoor je daar niemand mee. Maar je moet wel oppassen, want vaak staat de politie 's morgens vroeg de nummerplaten op te schrijven.'

Het is het typische ochtendritueel geworden van veel autogebruikers die in de grootstad wonen, noteren we na een lange luisterronde in eigen bedrijf: 's morgens extra vroeg opstaan in de hoop dat er intussen een paar officiële parkeerplaatsen zijn vrijgekomen. Bijbehorende rituelen: maandelijks boetes betalen, boetes aanvechten, mailen met het stadsbestuur. Avondrituelen bestaan ook. ‘Ik kom thuis en parkeer eerst onreglementair, om nog even mijn dochter te kunnen zien voor ze gaat slapen', vertelt een Antwerpse collega. ‘Daarna ga ik een legitieme parkeerplaats zoeken, wat toch makkelijk een halfuur in beslag neemt. Laatst parkeerde ik even dubbel op het trottoir om mijn dochter en mijn boodschappen te kunnen uitladen, en ondertussen kreeg ik meteen een boete. Dat is onredelijk.'

Het is alleszins frustrerend. Want zowel in Antwerpen als in Gent zijn er veel meer bewonerskaarten uitgedeeld dan dat er parkeerplaatsen zijn. Wie 's avonds als laatste thuiskomt, trekt zijn plan en moet niet op empathie rekenen van de politie. Bovendien zouden er eigenlijk nog veel meer boetes moeten worden uitgedeeld, leerden we begin deze week van de Gentse burgemeester Daniël Termont (SP.A). Die was enthousiast over het idee om parkeerovertredingen voortaan te laten bestraffen door ambtenaren die GAS-boetes uitschrijven (gemeentelijke administratieve sancties), omdat de politie nu te weinig tijd heeft voor controles. Het is een van de uitbreidingen van de GAS-boetes die vicepremier Joëlle Milquet (CDH) beoogt, maar die nog niet door de ministerraad raakten (zie blz. 4).

Mensen met auto's: hoera

Het is een lastige botsing van belangen. Er is een algemeen beleid dat zachte weggebruikers wil beschermen, wat een strenge aanpak impliceert tegen automobilisten die op voet- en fietspaden parkeren, of in autovrije zones. ‘Dat is een prioriteit van de Antwerpse politie', bevestigt de Antwerpse burgemeester Patrick Janssens (SP.A). In 2010 deelde ze er gemiddeld bijna 150 boetes per dag voor uit, ‘en ik krijg daar inderdaad veel post over'. Maar tegelijk is er een mobiliteitsbeleid dat tegemoet wil komen aan alle vragen van autobezitters. ‘Auto's horen bij de stad', vindt de Antwerpse mobiliteitsschepen Ludo Van Campenhout (N-VA). ‘We willen het soort mensen dat een auto heeft, niet afschrikken, we juichen net toe dat zulke mensen in de stad wonen. Ze moeten hier comfortabel kunnen leven en daarbij hoort een auto.'

Ook zijn Gentse collega Martine De Regge (SP.A) wil de Gentenaars hun auto niet uit het hoofd praten. ‘Bezoekers proberen we zoveel mogelijk te stimuleren om met andere verkeersmiddelen naar de stad te komen of om de park&ride-terreinen te gebruiken. Maar voor de auto's van de bewoners proberen we plaats te maken.' Hoe? ‘We werken met bewonerskaarten, maar er zijn inderdaad meer kaarten dan dat er plaats is.'

Hier en daar legt de stad buurtparkings aan, maar die dienen als compensatie voor parkeerruimte die elders verdwijnt.

Van Campenhout ziet het groter. ‘Er wordt gebouwd aan een buurtparking onder het Van Hombeeckplein, waar bewoners voor 70 euro per maand hun auto kunnen stallen. Leveren ze hun bewonerskaart in, dan betalen ze maar 50 euro. Van zulke buurtparkings willen we een heel netwerk uitbouwen, met ook privéterreinen die 's avonds opengaan voor de buurt, bijvoorbeeld bij supermarkten. Dat gebeurt nu al hier en daar, met veel succes.' Het Van Hombeeckplein zal 170 plaatsen tellen, voor een investering van 30.000 euro per plaats, die gedeeld wordt door het Parkeerbedrijf en een privé-investeerder. Zal de stad op die manier de enorme vraag naar parkeerplaats kunnen bijbenen?

Van Campenhout heeft altijd een royaal autobeleid gevoerd. Vlak voor de vorige gemeenteraadsverkiezingen zorgde hij ervoor dat elk Antwerps gezin twee gratis bewonerskaarten kon krijgen. ‘Het lijken er nu misschien te veel, maar dat valt wel mee. Niet iedereen wil zijn auto op hetzelfde moment parkeren. Zelfs 'snachts niet, nee.'

Een conceptueel probleem

Er is misschien een ‘conceptueel probleem' ontstaan rond de bewonerskaarten, zegt burgemeester Janssens. ‘Een bewonerskaart betekent dat je als bewoner niet moet betalen voor een parkeerplaats. Het betekent niet dat je een plaats hebt. Maar is dat niet stilaan achterhaald, dat idee dat een auto hebben impliceert dat je hem gratis ergens kan zetten?'

Eigenlijk is er niet te weinig parkeerplaats in de Antwerpse straten, zegt Janssens, maar te veel. ‘Je merkt het aan het parkeergedrag van bezoekers, die de parkeergarages vaak links laten liggen en maar blijven rondrijden op zoek naar een bovengronds plaatsje, want de kans bestaat. Bij de bewoners zie je hetzelfde: we hebben pas een buurtparking geopend op een campus van de Karel De Grote-hogeschool, waar bewoners 45 in plaats van 65 euro per maand betalen als ze hun bewonerskaart inleveren. Het merendeel houdt zijn kaart. Blijkbaar vinden die mensen wel degelijk vaak een plaatsje bij hun voordeur. Maar we zullen er toch aan moeten wennen dat een parkeerplaats op driehonderd meter van onze deur ook goed is. Daar moet het beleid nog consequenter in worden.'

Janssens' Leuvense collega Louis Tobback (SP.A) heeft er niet te veel compassie mee. ‘Het probleem is vooral dat mensen niet willen betalen voor parking. Bij grote bouwprojecten regelen we het zo dat er extra garages in zitten, die voor gunstige prijzen verkocht kunnen worden aan buurtbewoners. Wel, die garages raken amper verkocht. Mensen willen op straat parkeren en wel gratis. Maar het aantal auto's groeit spectaculair en de plaats blijft dezelfde. Wat verwachten ze dan?'

Parkeren of zonnen?

In de drukke Nationalestraat in Antwerpen verscheen op 2 april een instant tuintje op het wegdek: een grasmat, wat tuinstoelen, een paar onderuitgezakte mensen. Regelmatig stonden ze op om een nieuw parkeerbonnetje te gaan halen voor hun grasmat. Het waren leden van Jong Groen, die een statement wilden maken voor een fiets- en voetgangervriendelijkere stad. Het is een vorm van guerrilla gardening die hier en daar opduikt: mensen die geen auto hebben, vinden dat ze ook een stukje openbare ruimte mogen claimen, voor iets wat zíj tof vinden.

Kris Peeters, mobiliteitsexpert en auteur van onder meer De file voorbij, heeft er wel sympathie voor. ‘Het gaat om veel ruimte, die nu alleen maar voor dood blik dient: minstens 250 vierkante kilometer van België wordt in beslag genomen door parking. Je zou er zoveel andere dingen mee kunnen doen, maar die discussie wordt vaak niet eens gevoerd. Ruimte voor auto's in twijfel trekken is electoraal een hachelijke zaak.'

In het buitenland ziet Peeters best kordate oplossingen voor het parkeerprobleem. ‘Er wordt vaak ingezet op geclusterde bewonersparkings, waar iedereen betaalt. Lyon heeft bijvoorbeeld veel geïnvesteerd in parkeergarages die goedkoper worden naarmate je je auto minder gebruikt. Dat is interessant.'

Maar een schaarste aan parkeerplaats is ook interessant, denkt Peeters. ‘Het is een efficiënte trigger om het autogebruik te verminderen. Met haar nieuwe kantoren op de site van “Den Bell” bewijst de stad Antwerpen zelf dat het werkt: er is alleen parkeerplaats voor carpoolers, de anderen worden gestimuleerd om een alternatief voor de auto te gebruiken. Er is duidelijk en op voorhand over gecommuniceerd en de frustratie heeft plaatsgemaakt voor tevredenheid.'

Auteur: Dorien Knockaert
De Standaard 09-06-2012
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20120608_00178131

Tags: