Peeters doopt oktober tot Oosterweelmaand

kade rechteroever

 

Vlaams minister-president Kris Peeters (CD&V) wil in oktober duidelijkheid van de Europese Commissie over een deel van de aanbesteding voor de Oosterweelverbinding.

De 'stilstand' tussen de Vlaamse regering en het bouwconsortium Noriant wordt voor de vierde keer verlengd. Deze keer is de afspraak slechts een maand geldig. De stilstand is een overeenkomst dat Noriant geen juridische stappen tegen Vlaanderen onderneemt voor de mogelijke verbreking van het Oosterweelcontract zolang daarover geen duidelijkheid is. Peeters verwacht deze maand een antwoord van de Europese Commissie over de overeenkomst met Noriant. De Vlaamse regering heeft aan Europa gevraagd of Noriant het deel van de Oosterweelverbinding mag uitvoeren dat ongewijzigd is gebleven - een tunnel onder de Schelde - nu de Lange Wapperbrug vervangen wordt door een tweede tunnel.

Een antwoord bleef tot nu uit. Barnier reageerde eerder op een schriftelijke vraag dat 'de Commissie geen formele beslissing moet nemen over de aanbesteding van het Oosterweelproject'. De Vlaamse regering verwacht dat antwoord wel. 'Er hebben al verschillende voorbereidende technische vergaderingen plaatsgevonden', klinkt het op het kabinet-Peeters. 'De bedoeling is nu het contact tussen de minister-president en Europees commissaris Michel Barnier in te plannen in oktober.'

Wanneer Europa groen licht geeft voor het contract met Noriant, zal de Commissie normaal gezien nog een aanpassing van de prijs vragen. Maar de kans is groot dat een nee volgt. Achter de schermen werkt de Vlaamse regering daarom aan de technische voorbereiding van een nieuwe aanbesteding. Zo'n nieuwe aanbesteding kan pas volledig worden opgesteld als het definitieve tracé duidelijk is, want dan pas kan een prijsraming worden gemaakt.

En dat is exact waar het schoentje knelt. De Vlaamse regering kan de politieke knoop over het definitieve tracé pas doorhakken als de nodige studies zijn opgeleverd. Dat zal pas over enkele maanden het geval zijn.

BARBARA MOENS ■

 

Bron : 

De Tijd, 2 oktober 2013, pagina 6

 

Tags: