Antwaarpe

kade rechteroever

Dave Sinardet is politicoloog aan de universiteiten van Brussel (VUB en FUSL) en Antwerpen (UA). Zijn column verschijnt voortaan tweewekelijks op woensdag. Hoe weet een Antwerpenaar dat de verkiezingen in aantocht zijn? Politici beginnen ongevraagd liedjes van De Strangers te zingen.

Verscheen in aanloop naar de vorige stembusslag het populaire Antwerpse zangkwartet nog op het burgemeestersbal van Patrick Janssens (sp.a), afgelopen zondag dook Stranger Nest plots op aan de zijde van Bart De Wever op de N-VA-nieuwjaarsreceptie. Ondanks al dat gekoketteer blijkt het oeuvre van De Strangers niet altijd even goed gekend: Bart De Wever moest de tekst van 'Antwaarpe' begot van een papiertje aflezen en de pogingen van Patrick Janssens om Strangers-liedjes te herkennen bij De Slimste Mens waren destijds ook al geen eclatant succes. Maar ze weten wel zeer goed waarvoor De Strangers symbool staan: het volkse, authentieke en uiteraard chauvinistische Antwerpen uit 'de goeien ouwen tijd'. En tegelijk ook meer dan dat, want hun 'Antwaarpe' groeide uit tot de Antwerpse Brabançonne. Velen in 't Stad hebben wel íets met De Strangers. Zo ook ondergetekende (en voor u denkt dat ik krampachtig probeer mijzelf enige street credibility oep zen Antwaarps aan te meten, ik heb ten bewijze cassettebandjes vol Strangers-klassiekers, als kind zorgvuldig opgenomen van de Antwerpse vrije radio). Kortom, voor heel wat mensen zíjn De Strangers gewoon 'Antwerpen'.

Of zoals De Wever zich zondag retorisch afvroeg: 'Wat is er echter en onvervalster Antwerps dan De Strangers?' En waarmee wil een Antwerps burgemeester in spe zich liever vereenzelvigen? Politiek gaat nu eenmaal ook over de waarden, identiteiten en attitudes waaraan een politicus wordt gekoppeld. Volgens de bekende linguïst George Lakoff, laten kiezers zich daardoor veel sterker leiden dan door rationele afwegingen. Verbindt een politicus zich met de juiste symbolen, dan kan hij de door hem gewenste associaties oproepen. En zo zijn De Strangers tien jaar na hun pensionering nog steeds politiek gegeerd. In de jaren 1990 lag dat even anders, nadat ze een Vlaams Blok-feestje hadden opgeluisterd met een wat minder fijnzinnig zangstuk over de multiculturele samenleving ('Allah is groot, maar de ziekenkas is groter'). Maar de tijden veranderden weer: Janssens 'rehabiliteerde' ze op zijn bal en gaf zo te kennen dat hij er als burgemeester was voor álle Antwerpenaren. De Strangers werden terug een waardevol politiek symbool.

Al moet je er de 'foute' kantjes dan ook wel bijnemen. Zo merkte ook De Wever zondag toen Stranger Nest een strofe van 'Antwaarpe' speciaal opdroeg aan 'onze vrienden allochtonen' en het op een 'lalalalalalalala...' zette. De Wever bleef meezingen maar probeerde er zich tegelijk van te distantiëren door bedenkelijke gezichten te trekken richting Nest. De strijd om wie de beste Antwerpenaar is, ook daarover zal het dus gaan op 14 oktober. Zoals het in Frankrijk zal gaan om de beste Fransman en in de VS om de beste Amerikaan. En nee, voor een Antwerpenaar zijn dat geen overtrokken vergelijkingen. Helaas voor Antwerpen dreigt het in oktober bijna enkel daarover te gaan. Want wars van de perceptie is niet volkomen duidelijk waar de visies van Janssens en De Wever op 't stad inhoudelijk nu écht verschillen.

De voorbije maanden was hun voornaamste dispuut wie het 'rechten en plichten'-verhaal van de andere had gekopieerd. Janssens schreef zijn visie daarop neer in het lezenswaardige Voor wat hoort wat. Een boek waarmee hij en passant wou aantonen dat het stadsbestuur al jaren uitvoert waar De Wever vandaag voor pleit, zowel op het vlak van sociaal beleid, werk als inburgering. Niet dat de twee gedoodverfde protagonisten het over alles eens zijn. Over mobiliteit gaapt wél een kloof. In de eerste plaats over de 'grote' mobiliteit, met als hamvraag of het doorgaand verkeer door dan wel rond de stad moet worden geleid, of vertaald in Oosterweeltermen: de keuze voor het BAM- of Meccano-tracé. N-VA was altijd groot voorstander van het eerste, sp.a eerder van het tweede. Maar in de Vlaamse regering gooiden ze het op een compromis waardoor ze ook hierover niet voluit kunnen gaan. Blijft over: de 'kleine mobiliteit', binnen de stad. Janssens blijft een autoluwe stad nastreven, De Wever trekt de kaart van de autogebruiker.

Daarmee lijken we het voorlopig te hebben gehad qua ideeënstrijd tussen de grote tenoren. Is dat per se een probleem? Kan het niet wijzen op het bestaan van een stedelijke realiteit én visie die de partijpolitiek overstijgt? En die per stad kan verschillen: hoewel Gent en Antwerpen allebei worden bestuurd door een sp.a'er varen ze onder meer over het hoofddoekenverbod een andere koers. Toch blijft het opletten wanneer bepaalde politieke ideeën als common sense worden voorgesteld, of het nu gaat om het besparingsbeleid van de EU, of het besturen van een stad. Dat kan vleugels geven aan de uitersten van het spectrum. In dit geval Groen maar ook PVDA aan de ene kant, en het niet zomaar af te schrijven Vlaams Belang aan de andere.

DAVE SINARDET
De Morgen 01-02-2012 pag. 21

Tags: