De illusie van autonomie

kade rechteroever


'Positive Belgium', zo luidt de voorlopige naam van de imagocampagne die ons land moet afhelpen van het belachelijke label 'failed state'. De deelregeringen richten samen een taskforce op die de inhoudelijke invulling moet verzorgen, werd gisteren beslist op het overlegcomité.


Intussen heeft de Vlaamse regering al eigen initiatieven genomen, zoals 'Event Flanders' en 'Share your smile'. Je kunt je afvragen of versnipperde communicatie het beste antwoord is op buitenlands onbegrip dat zich vooral richt op onze verregaande versnippering. Het veelbesproken overheidsbeslag zal er niet meteen door dalen.


De kritiek op de politieke verbrokkeling hoor je trouwens ook steeds vaker uit eigen land, zoals vorige week in de open brief van Johnny Thijs, Bernard Delvaux en Baudouin Meunier. De drie topmanagers stelden voor dat de premier het heft in handen zou nemen en initiatieven ontplooit rond versnipperde beleidsdomeinen als terrorismebestrijding en -preventie, mobiliteit en milieu, energie, vergrijzing en competitiviteit.
Het plan staat te haaks op ons politiek systeem om levensvatbaar te zijn. Veel partijen hebben zo hun eigen redenen om er zelfs niet over na te denken: de N-VA omdat het voorstel van de CEO's een hiërarchie invoert tussen de beleidsniveaus ten voordele van de federale regering, de PS omdat zij niet in die federale regering zit maar wel in een rist deelregeringen, enzovoort. Het toont meteen aan dat een cocktail van gefragmenteerde bevoegdheden en particratische logica's degelijk bestuur bemoeilijkt.


Het lijkt paradoxaal: verschillende generaties Belgische politici hebben de voorbije 50 jaar het gros van hun politieke energie gestoken in een reeks staatshervormingen die ons land beter moesten doen functioneren en blokkeringen moesten opheffen. En toch heerst het gevoel dat de zaken er niet bepaald op verbeterd zijn, ook niet voor de materies die integraal werden opgesplitst.
In theorie lijkt het glashelder: we splitsen een Belgische bevoegdheid op zodat Vlamingen, Walen en Brusselaars hun eigen ding kunnen doen. Waarom ook niet? Maar in de praktijk blijkt dat vaak een illusie.


Een van de verklaringen daarvoor is dat België nu eenmaal een klein, dichtbevolkt land is. Waar vooral rond Brussel alles sterk verweven is. Hoewel onze gewesten vooral bevoegd zijn voor grondgebonden materies, zijn hun grenzen destijds bepaald op basis van taal en niet van socio-economische criteria. Dat maakt dat regionale autonomie op veel terreinen fictie blijft.


Wellicht werd dat op de meest pijnlijke en beschamende manier geïllustreerd door de zes jaar durende onderhandelingen over een intra-Belgisch klimaatakkoord. Maar je ziet het ook op andere terreinen.
Neem nu mobiliteit. Vlaams minister Ben Weyts (N-VA) is naar eigen zeggen voorstander van een kilometerheffing voor personenwagens. En hij is volledig zelf bevoegd om die in te voeren.
Toch voegt hij daaraan toe dat het niet voor morgen zal zijn, omdat de Waalse regering voorlopig niet mee wil en de Brusselse al evenmin. Waarmee hij erkent dat Vlaanderen dat eigenlijk niet alleen kan doen. Al was het maar omdat Brussel in Vlaanderen ligt. Ook de kilometerheffing voor vrachtwagens kon er maar komen na een akkoord tussen de drie regeringen.


Dat ons openbaar vervoer onderlinge afstemming nodig heeft, wordt blijkbaar evenzeer ingezien. Er houden zich namelijk liefst 18 organen bezig met de coördinatie van het openbaar vervoer in ons land. Of beter: ze zouden dat moeten doen, want een informatierapport van de Senaat stelt vast dat ze nauwelijks tot niet functioneren.


Soms blijkt regionale autonomie wel mogelijk, maar vinden zelfs de grootste verdedigers ervan dat bij nader inzien toch niet altijd even leuk. Zo is de Brusselse regering geheel alleen bevoegd voor de renovatie van de Brusselse tunnels. Oordeelt zij dat er andere prioriteiten zijn om haar schaarse middelen op in te zetten, dan is dat haar goed recht. Alleen valt het te begrijpen dat de Vlamingen en Walen die die tunnels gebruiken dat niet zo fijn vinden. Wie regionale autonomie hoog in het vaandel draagt, mag daar eigenlijk niet over klagen, al staat hij stil in Brussel.


Toegegeven, mobiliteit is per definitie grensoverschrijdend. Maar je ziet eenzelfde dynamiek ook elders. Zelfs bij een gemeenschapsbevoegdheid als cultuur. Zo hevelde de zesde staatshervorming de filmkeuring over. Daarvoor zijn nu de Vlaamse, de Franse en de Duitstalige gemeenschap bevoegd, alsook de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie voor Brussel. Twee jaar later zijn al die overheden het al eens over één zaak: dat er best één uniform systeem komt voor het hele Belgische grondgebied, onder andere omdat de distributie- en exploitatiesector nationaal georganiseerd is. En omdat vier verschillende systemen simpelweg absurd zou zijn. En dus komt er veelvuldig overleg met kabinetten en administraties met hopelijk een samenwerkingsakkoord als 'happy end'.


Het is natuurlijk niet omdat bevoegdheden opgesplitst zijn dat men niet kan samenwerken. Maar dat is tussen regeringen meestal (nog) moeilijker dan binnen regeringen. Zeker als er andere partijen in zitten.


In één Belgische regering akkoorden maken tussen vier partijen met verschillende communautaire en andere belangen is vaak moeilijk. Maar is het veel makkelijker om akkoorden te maken tussen vier regeringen samengesteld uit acht partijen met bijgevolg nog meer uiteenlopende belangen?
Niet dat alle moeilijkheden te herleiden vallen tot structuren en instellingen. Met Oosterweel bewijst de Vlaamse regering al twee decennia zeer overtuigend dat ze een dossier waar niet enkel in theorie maar ook in praktijk geen enkele Franstalige aan te pas komt, evenzeer grandioos kan mismeesteren. Misschien zijn die Vlaamse imagocampagnes dan toch nodig.


Dave Sinardet
de Tijd 26-05-2016
http://www.tijd.be/opinie/column/De_illusie_van_autonomie.9770325-2337.art

Tags: