Punt aan de spoorlijn

kade rechteroever

Met besparing op Fietspunten snijdt NMBS in eigen vlees

 

Iedereen vindt de Fietspunten geweldig, maar toch dreigen ze wegbezuinigd te worden. Het is een besparing die geld zal kosten, zegt Kris Peeters, en dus géén besparing.

Wie? Lector PCVO Limburg ­afdeling verkeerskunde.

Wat? Verschillende steden willen zelf een Fietspunt, en willen er zelfs voor betalen.

Als het waar is dat de kwaliteit van een beslissing kan worden afgemeten aan het aantal mensen dat er het vaderschap van claimt, dan is het besluit om zwaar te snoeien in de Fietspunten een hele slechte. Voor wie het door te veel filebesognes niet zou weten: de Fietspunten zijn de sociale tewerkstellingsprojecten die onder meer instaan voor nette en bewaakte fietsenstallingen bij 53 Belgische treinstations. De beslissing om er daar 17 van te sluiten en 21 gevoelig in te krimpen is genomen door de NMBS, maar baas Jo Cornu legt de verantwoordelijkheid bij ‘de politiek’: die dwingt hem tot besparingen.

Dat is cynisch. Want die politiek is unisono vóór de Fietspunten. In het richtsnoer voor minister van Mobiliteit Jacqueline Galant (MR), zijnde het federale regeerakkoord, staat te lezen dat ‘co-modaliteit voor de regering het uitgangspunt is’. Vlaams minister Ben Weyts (N-VA) blijft niet achter. In zijn beleidsnota wordt ‘combimobiliteit’ hoog in het vaandel gevoerd en zegt hij een uitbreiding van het aantal Fietspunten te willen ‘bekijken’. De steden en gemeenten willen méér Fietspunten in plaats van minder. Onder meer Oudenaarde, Denderleeuw, Tienen, Geraardsbergen en Heist-op-den-Berg staan op de wachtlijst en verklaarden zich bereid tot medefinanciering.

Is Cornu er dan zelf tegen? Nee. Hij zegt te streven naar een betere dienstverlening voor de reizigers, ‘niet over tien jaar, maar nu’. Maar voorlopig blijft het dus bij lippendienst.

Iedereen wil hetzelfde en toch gebeurt het tegenovergestelde. Hoe kan dat? Kregen de Fietspunten een negatieve evaluatie? Ook al niet. De fietsers, tot 2007 nog gewend aan fietsenstallingen die eruitzagen als vergaarbakken van afval vinden vandaag hun fiets terug in een omgeving die er spic en span bijligt. Gebruikers van de BlueBike, de geweldige natransportfiets van de NMBS (overigens een vondst van de Fietspunten), weten dat ze altijd terechtkunnen in het Fietspunt wanneer er een probleem is. Net die back-up geeft het systeem z’n noodzakelijke betrouwbaarheid.

Er is meer. In de stations met een Fietspunt worden veel minder fietsen gevandaliseerd of gestolen en stijgt dus het aantal reizigers met de fiets. Ook de kwaliteit van de fietsen neemt toe. Jos Van Dikkelen, directeur van het Fietspunt in Leuven: ‘Vroeger kwamen reizigers met een “stationsfiets”. Wat hier stond was een amalgaam van oud ijzer en rubber. Nu er vertrouwen is, komen de mensen met duurdere, dus ook betere en veiligere fietsen.’

Contadoriaanse besparing

Goed voor de verkeersveiligheid dus, maar ook goed voor de NMBS. Diefstalveilige fietsenstallingen maken dat zelfs dure e-bikes nu een optie worden. Omdat stations de meeste van hun reizigers rekruteren binnen fietsafstand, betekent een vergroting daarvan plots ook tienduizenden potentiële klanten erbij. Elk ander bedrijf zou zo’n opportuniteit met twee handen aangrijpen. De NMBS komt niet verder dan de stugge mededeling dat ze moet besparen. Nota bene: we hebben het over 400.000 euro – een contadoriaanse 0,006666666 procent van wat de salariswagens ons volgens het Planbureau jaarlijks kosten.

Is het trouwens wel een besparing? Als de Fietspunten goed zijn voor permanente sociale controle van 7 uur tot 19 uur in 53 stations, is het dan niet absurd dat minister Galant terzelfder tijd meer geld vraagt voor de bewaking van de stations? Of wordt met ‘combimobiliteit’ eerder ‘mobiliteit van combi’s’ bedoeld?

Cornu zet vanuit een besparingslogica zijn fietsende klanten in de kou, maar eist wel meer geld voor de aanleg van autoparkings aan zijn stations. Even abstractie makend van klimaat- en luchtkwaliteitsdoelstellingen: twee keer raden wat het meeste geld kost. Of nog: als we in Limburg bereid zijn om een historisch waardevol bos te ruilen voor misschien, hopelijk, eventueel 400 jobs (jobs, jobs), is het dan verstandig om een besparing door te voeren die de facto 75 banen kost? Banen dan nog van de meest kwetsbaren in onze samenleving: laaggeschoolden en langdurig werklozen, die dankzij de Fietspunten zinvol werk hebben en/of een kans om in het gewone arbeidscircuit te re-integreren.

Van Fietspunt naar Mobiliteitspunt

Zal ik eens een geheim verklappen? Een besparing die geld gaat kosten, is geen besparing. Minder treinreizigers, minder sociale en verkeersveiligheid, meer fietsdiefstallen, meer schade aan stations en meer werklozen – dat is een nettoverlies in economische én maatschappelijke termen.

Logisch dus dat iedereen de Fietspunten geweldig vindt. Is het dan te veel gevraagd om eens samen te bekijken hoe we ze kunnen behouden en zelfs uitbouwen? Want ze zouden nog meer kunnen betekenen voor de fietsers. Behalve bewaking, kleine herstellingen en het gesmeerd doen lopen van het Bluebike­systeem, zouden ze kunnen dienen om batterijen op te laden en handige attributen als fietstassen en regenuitrusting uit te lenen. En, imagine, als we van die Fietspunten nu eens heuse Mobiliteitspunten maakten? Eigenlijk is daar al mee begonnen. Met het ‘Buggy­booker’-systeem, waardoor reizigers met kinderen niet langer hoeven te zeulen met buggy’s. Je zou er ook paraplu’s, rollators en rolstoelen kunnen laten uitlenen.

Laten we het concept van ‘warme mobiliteit’ als uitgangspunt nemen. Fietspunten worden dan onthaalpunten met échte mensen die reizigers letterlijk dan wel figuurlijk op weg helpen naar de aansluitende trein, tram, bus of taxi. Wedden dat velen het vaderschap zouden opeisen?

Kris Peeters
De Standaard 05-03-2016
http://www.standaard.be/cnt/dmf20160304_02165496

Tags: