Ruimtelijke ordening? Dat is zó nineties!

kade rechteroever

 Joke Schauvliege, Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw © BELGA

 

Door Kobe Boussauw, docent ruimtelijke planning aan de VUB en als onderzoeker verbonden aan de UGent.


 
De beleidsnota Omgeving van minister Joke Schauvliege (CD&V) omvat zowel het milieubeleid als de ruimtelijke ordening. Opvallend, want dat waren tot voor kort twee afzonderlijke beleidsdomeinen. Er wordt dan ook een en ander hertekend in het landschap van de Vlaamse administratie, met mogelijk ernstige gevolgen voor de manier waarop we met onze ruimte omgaan.

Op pagina 31 van de nota is sprake van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, een volgens het regeerakkoord niet-bindende globale ontwikkelingsschets voor het hele Vlaamse grondgebied die al een hele tijd in voorbereiding is bij het departement Ruimtelijke Ordening. Nochtans krijgt die ‘overkoepelende visie’ slechts terloops een paragraaf toebedeeld tussen de andere beleidsthema’s van de minister. Het lijkt erop dat de Vlaamse regering ruimtelijke ordening niet langer als een coördinerende overheidsactiviteit beschouwt.

 

Het contrast met 1997 kan niet groter zijn. In dat jaar werd het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen goedgekeurd. Dat plan, opgemaakt onder de hoede van het toen nog expansieve departement Ruimtelijke Ordening, werd met groot enthousiasme gepresenteerd als dé ontwikkelingsvisie voor het Vlaams Gewest. De steden zouden worden versterkt, de open ruimte zou behouden blijven, bossen en natuurgebieden zouden worden uitgebreid, lintbebouwing zou worden tegengegaan, en economie en mobiliteit zouden zo veel mogelijk worden geconcentreerd in en tussen de agglomeraties.

 

Krijtlijnen

 

Het plan zette duidelijke krijtlijnen uit voor waar in de toekomst wel en waar niet meer gebouwd zou kunnen worden. Ruimtelijke ordening leek erin te slagen om met haar visie vrijwel alle bouwende en beschermende ministeries te overkoepelen, waaronder dat van openbare werken en van milieubeleid.
 
En zelfs al was dat sterke verhaal mooier dan eigenlijk waar kon zijn, vandaag zijn we mogelijk terug naar af. Het Beleidsplan Ruimte, dat in 2011 met veel bombarie aangekondigd werd als de toekomstige opvolger van het Ruimtelijk Structuurplan, ligt er nog steeds niet, en het werd in het regeerakkoord dan nog eens als niet-bindend bestempeld.

 

 

Kenmerkend is ook dat hete hangijzers zorgvuldig gemeden werden in het overlegproces dat de basis van het nieuwe plan moest leveren: woorden als Uplace, Oosterweel, woonuitbreidingsgebied en havenexpansie zijn niet te vinden in de voorbereidende rapporten. Wel gaat het over de nood aan zowat vierhonderdduizend nieuwe woningen, maar uitspraken die aangeven waar die het best wel of - belangrijker - het best niet gebouwd zouden worden, blijven nagenoeg onvindbaar.
 
Inmiddels is het ooit veelbelovende model van een overkoepelende visie opnieuw tot utopie gereduceerd. Percelen die ooit, in de jaren zeventig, als bouwgrond zijn ingekleurd, zullen dat gewoon blijven tot het einde der tijden. Ook als het gaat om afgelegen gronden, in een streek zonder werk, een wijk zonder school, of in een gebied dat van tijd tot tijd onder water komt te staan.

 

Oosterweel

Het Oosterweelproject zal worden gebouwd, en de Brusselse ring wordt verbreed, ook als dat de leefkwaliteit van de stad aantast. Havens zullen groeien, zelfs al wonen potentiële werknemers veel te veraf. Steden zullen elk hun eigen stadsvernieuwingsbeleid voeren, ook als dat in concurrentie is met de verkavelingen van hun eigen randgemeenten. Randstedelijke winkelcentra zullen worden gebouwd, ook al leiden ze tot leegstand in de historische centra.

 

.

 

Inmiddels zal het openbaar vervoer zich richten op plekken waar niemand woont (zoals de luchthaven) en zullen plannen voor tramlijnen en stations in groeiende gemeenten vertraging oplopen. Kortom, het verdwijnen van een coördinerend departement zal leiden tot een amalgaam van inefficiënte en niet-duurzame ad-hocinterventies. Om nog maar te zwijgen over het gebrek aan samenwerking tussen de drie Belgische gewesten onderling.
 
Ben ik te pessimistisch? Misschien. Maar de coördinatie waar het Ruimtelijk Structuurplan ooit zo hard voor stond, gaat wel voor een stuk teloor. En dat zo’n beleid de open ruimte, het leefmilieu, de mobiliteit en de woonkwaliteit van de steden wellicht niet ten goede komt, is verre van denkbeeldig. Maar ja, dat is dan ook zó nineties, die ruimtelijke ordening.

Kobe Boussauw
De Tijd 06-11-2014
http://www.tijd.be/opinie/algemeen/Ruimtelijke_ordening_Dat_is_zo_nineties.9564362-7765.art 

Tags: