Stadsdichter gaat aan de slag

kade rechteroever

ANTWERPEN
Met Bernard Dewulf (51) is donderdag de zesde Antwerpse stadsdichter gekroond. Hij volgt Peter Holvoet-Hanssen op. Van Dewulf hoef je niet meteen het spektakel van zijn voorganger te verwachten. Zijn gedichten zijn bespiegelend, geraffineerd en elegant. Zoals blijkt uit zijn eerste stadsgedicht 'Aan het water'
.

Bernard Dewulf won drie jaar geleden de Libris Literatuurprijs met zijn boek 'Kleine dagen'. De stad heeft na Tom Lanoye, Ramsey Nasr, Bart Moeyaert, Joke Van Leeuwen en Peter Holvoet-Hanssen dus opnieuw een topper als stadsdichter. En zo moet het ook. «Iemand zei me onlangs dat ze het stadsdichterschap in Antwerpen belangrijker vinden dan het winnen van een Nobelprijs», herinnert Dewulf zich. «Dat is natuurlijk een boutade, maar neem van me aan dat onze Nederlandse collega's echt jaloers zijn op hoe we hier met dat fenomeen omgaan.»

Speelstraten

De nieuwe stadsdichter is in Brussel geboren en opgegroeid, maar is in de 20 jaar dat hij in Antwerpen woont almaar meer van de stad gaan houden. Dewulfs eerste stadsgedicht verwoordt de tegenstelling tussen zijn eigen afkomst en die van zijn kinderen, die wél in Antwerpen opgroeien. «Ja, ik geef toe, in de eerste jaren liep ik hier ook wel te grommen. Stilaan zag ik de dingen ten goede veranderen. De speelstraten zijn een mooi voorbeeld. Ik woonde destijds in de Sint-Laureisstraat, nabij Den Bell. Mensen kende ik er amper, tot het een speelstraat werd. En de mensen kwamen uit hun huizen. Ook het fietsen in de stad is veel verbeterd. En zo'n project als Velo vind ik zeer geslaagd. Speelstraten en fietsen: ze brengen de zaken in beweging en laten een hoop irritatie en zurigheid verdwijnen.»

Bernard Dewulf op een symbolische plek: 't Schoon Verdiep.
Inzet: Dewulfs eerste stadsgedicht. Foto Klaas De Scheirder

Minimaal 12 gedichten in twee jaar, dat is wat de stad verlangt van Bernard Dewulf. «Ik heb me voorgenomen om te zien wat er op me afkomt. Ik wil weten wat de behoeften zijn. Het stadsdichterschap is een dienende functie, maar uiteraard heb ik mijn eigen ideeën. Ik verlang ernaar om theater en beeldende kunst bij mijn gedichten te betrekken.» Bernard Dewulf voelt zich als dichter het meest verwant met Gerrit Achterberg, Hugo Claus en Maurice Gilliams. «Gilliams is voor mij een groter schrijver dan Elsschot, maar Antwerpen doet er zo weinig mee. Waarom zou ik niets kunnen doen met zijn meesterwerk 'Elias'?» Schepen van Cultuur Philip Heylen (CD&V) gaf Dewulf een etentje voor twee in 't Zilte (in het MAS) cadeau. «Hopelijk gaat hij er gauw naartoe, zodat hij met het fraaie uitzicht op de stad véél inspiratie opdoet.»

Philippe Truyts
Het Laatste Nieuws 27-01-2012 pag. 18
 

Tags: